Category: In the media

Kinderen / Suffering children on TV? Get those tissues ready!

This article describes how women tend to get emotional quite easily after they have become mothers. 

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Kinderleed op tv?

Pak je zakdoek maar!

Ben jij sinds je moeder bent ook zo’n ’emotioneel wrak’ dat om het minste of geringste in tranen is? Maak je geen zorgen. Tranen van geluk horen bij het leven én bij het moederschap.

Bij de meeste vrouwen vloeien ze direct na de geboorte van hun kind: gelukstranen. Je wordt op z’n minst overspoeld door emoties. Daarna lijkt het wel of iemand een emotionele kraan wagenwijd heeft opengezet, want al gauw merk je dat bij het minste of geringste de tranen over je wangen biggelen. Een ontroerende foto in de krant, een mooi liedje op de radio, het eerste lachje van je kind .. . Het staat garant voor een dikke keel, vochtige ogen of gewoon een gierende huilbui. En wie dacht dat het gesnotter na een paar maanden wel over is, heeft het mis. Neem maar eens een kijkje op de basisschool bij een toneelvoorstelling in groep één. De moeder van de kleuter die op het podium onhoorbaar fluisterend een gedichtje voordraagt, pik je zo uit het publiek. Zij is het die vol trots én met tranen in de ogen toekijkt terwijl anderen slechts een onverstaanbare kleuter zien.

 

Jij houdt het niet droog!

Voor veel mensen komen gelukstranen totaal onverwacht en ze staan er vaak zelf verbaasd van. Ook Rozemarijn Tervelde, moeder van Esmee (1) betrapt zich regelmatig op wat zij noemt ‘volschietmomenten’ . “Dat kan in heel kleine dingen zitten”, vertelt ze. “Als ik Esmee uit de crèche haal en zij met een stralend gezichtje en uitgestrekte armen zit te wachten tot ik haar optil, als ik zie hoe ze heerlijk brabbelend opgaat in haar spel, als ze op schoot kruipt en haar hoofdje tegen mijn borst legt …. Dan realiseer ik me hoe vreselijk veel ik van haar houd en stromen de tranen zomaar ineens over mijn wangen. Een mooie reclame, een aflevering van Spoorloos, een reportage over een kinderziekenhuis? Zet de tissues maar klaar! Geen idee hoe het komt, maar ik ben een echte ’emomuts’ geworden.” Anderen kunnen de herkomst van hun gelukstranen beter verklaren. Zoals Ellen van der Vaart, moeder van de driejarige Rosa. “Bij de geboorte heeft Rosa vruchtwater met meconium in haar longetjes gekregen. Ze moest direct aan de beademing en het was onzeker of ze de nacht zou halen. Echt afschuwelijk. Daarna was elke vordering die ze maakte een mijlpaal. Haar eerste lachje, de eerste stapjes, haar eerste woordje, ik schoot bij alles vol. Als ik nu naar haar kijk – een stralend, gezond en levendig kind – dan heb ik het op sommige momenten nog steeds te kwaad. Het zijn tranen van puur geluk, want ik ben zó blij dat het allemaal goed is afgelopen.” Ook Malou de Koek, moeder van de tweeling Sebastiaan en Alexander (5) weet nog hoe ze huilde van puur geluk. “Tijdens de zwangerschap heb ik tot het laatst toe hard gewerkt om mijn HBO-opleiding af te ronden. ‘Twee weken na de bevalling had ik mijn diploma-uitreiking. Toen de namen van de afgestudeerden werden opgenoemd, stroomden de tranen over mijn wangen. Ik weet nog dat mijn moeder, die naast me zat, naar me keek met een blik van ‘Nou, nou, is dat niet een tikje overdreven?’ Maar ik kon er niks aan doen. Ik was zó blij met alles wat ik bereikt had: twee prachtige jongens en ook nog eens een afgeronde studie. Ik had er hard voor gewerkt, maar het was het helemaal waard.”

 

Kinderen-Pg48-49

 

Supergelukkig en tóch huil je

Het blijft een wonderlijk fenomeen. Dat we huilen als we verdriet hebben, is tot daaraan toe, maar waarom huil je als je eigenlijk heel gelukkig bent? Volgens psychologe Jeannette Bolck hebben gelukstranen – net als verdriet- te maken met het ontladen van spanning. “Er is een bepaalde spanning opgebouwd en er is een teveel aan emotie. Als het potje vol is, komt dat eruit. Je ziet dat bij kinderen ook: op hun verjaardag zijn ze veel sneller in tranen dan normaal. Of dat nu tranen van verdriet of blijdschap zijn, dat maakt niet eens zoveel uit. Het gaat erom dat het teveel aan emoties een uitweg zoekt.” Dat die spanning er met name uitkomt na de geboorte van je kind is niet zo vreemd. “Het is een fase waarin je compleet uit balans wordt gebracht”, zegt Bolck. “In de eerste plaats door de hormonen. Die gieren door je lijf en daar word je emotioneel nu niet bepaald stabieler van. Maar ook als de hormonen uitgeraasd zijn, blijft er vaak nog een balansverstoring bestaan. In mijn praktijk zie ik veel vrouwen kampen met een intern conflict: vanaf het moment dat ze moeder zijn, moeten ze van zichzelf ineens verstandig en verantwoordelijk zijn en een voorbeeldfunctie uitoefenen. Dat gevoel dat je vanaf nu alleen nog maar sterk moet zijn in het belang van je kind, kan je behoorlijk uit balans brengen. Want je wilt misschien ook nog af en toe kwetsbaar en afhankelijk zijn. Dat leidt onbewust tot spanningen.”

 

Kijk je naar je kind, dan zie je ook jezelf

Daarnaast lijkt ook de enorme liefde voor je kind de tranen makkelijker te laten stromen. “Je kind is onderdeel van jezelf’, licht Jeannette Bolck toe. “De verbondenheid tussen jullie beiden is hecht. Dat maakt je ook zo trots. Als je naar je kind kijkt, dan kijk je naar een stukje van jezelf. Staat je kind op het podium een gedichtje voor te dragen, dan sta je daar zelf ook een beetje. Zó intens leef je met je kind mee.” Ook emoties uit het verleden komen om de hoek kijken. “Misschien zie je jezelf toen je klein was als je naar je kind kijkt. Of misschien heb jij dingen moeten missen die je je kind nu wel kunt geven. Kortom, al die emoties brengen je uit je evenwicht. .” Dan zijn er echt geen verdrietige gebeurtenissen voor nodig om de tranen te laten vloeien. Ze komen er juist uit op een moment dat het mág: bij het zien van ontroerende beelden op de televisie bijvoorbeeld, bij het horen van mooie muziek of bij een vriendelijk woord uit onverwachte hoek.” Malou de Koek beaamt dat zij in een nieuwe emotionele wereld is beland na het krijgen van haar kinderen. “Ik was altijd al behoorlijk emotioneel, maar dat is nu nog erger geworden. Het zijn vooral de liefde en de trots die mij kunnen overspoelen. Als ik alleen al naar ze kijk, kan ik emotioneel worden. Dan realiseer ik me hoeveel ik eigenlijk van ze houd. Zo’n diep gevoel van ‘écht houden van’ dat je kinderen in je hele lijf en al je vezels voelt. Ik heb ooit eens iemand horen zeggen: ‘Moeder worden is leven in een andere dimensie.’ Dat vind ik heel treffend.” Volgens Ellen van der Vaart heeft het moederschap haar zachter en gevoeliger gemaakt. “Vooral kinderleed kan ik sinds de geboorte van Rosa niet meer verdragen. Ik ken ouders die verwikkeld zijn in zo’n typische vechtscheiding. Bij die verhalen schiet ik vol. Aan de ene kant omdat ik verdrietig word vanwege de situatie van die kinderen, aan de andere kant ook omdat ik juist zo gelukkig en dankbaar ben dat ik Rosa een stabiel leven kan bieden. Dat ik haar, ondanks dat ikzelf ook gescheiden ben, zorgeloos kan laten opgroeien. Als ik dan ‘s avonds laat nog even bij haar ga kijken hoe ze lief ligt te slapen, staan de tranen in mijn ogen.”

 

En vaders dan?

Opvallend is wel dat deze ontlading van spanning voornamelijk aan vrouwen voorbehouden lijkt. Mannen zie je minder snel huilen bij een mooi liedje of de eerste stapjes van hun kind. Terwijl voor hen een geboorte en alles wat daarna komt ook een heftige periode is. “Dat is de eeuwige nature or nurture-vraag”, zegt Jeannette Bolck. “Zijn mannen van nature minder emotioneel of hebben ze door hun opvoeding geleerd hun emoties beter te beheersen'” Overigens is het niet zo dat je bij mannen de gelukstranen nooit ziet stromen. Met name in sportsituaties – bijvoorbeeld bij de Olympische Spelen of een belangrijke voetbalwedstrijd – zijn het de mannen die vaak wat moeten wegslikken. Blijkbaar is het dan wel geaccepteerd. Trouwens, ook lang niet alle vrouwen worden superemotioneel na de geboorte van hun kind. Bolck: “Je hebt nu eenmaal types die snel in tranen zijn en types die het makkelijker droog houden. Maar bij die stoerdere vrouwen zie je vaak wel dat áls de ‘deksel’ eraf gaat, het ook meteen heftig is.” Er is niks mis met tranen van geluk, vindt Jeannette Bolck: “Tenminste, zolang je er zelf geen probleem mee hebt. Merk je dat je om de haverklap in tranen bent en heb je daar last van, dan kan het verstandig zijn om eens te kijken waarom je zo emotioneel bent. Misschien zit het potje toch voller dan goed voor je is.” Huilen is gezond, wordt vaak beweerd, maar volgens Rozemarijn Tervelde is het vooral ook heel lekker. “Huilen van geluk geeft een heerlijk gevoel. Die kriebelende snik die diep vanuit je borst komt opborrelen, de tranen die over je wangen stromen terwijl je ondertussen ook moet lachen en je je heel gelukkig voelt. .. Op die momenten voel je dat je lééft.”

 

Interviews: Monique Gouwerok

 

Viva / Girl, get your pH value fixed!

This article describes why women have the tendency to become ‘sourpusses’ (with an acidic pH value) and how they can avoid it.  

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Meid, doe wat aan je pH-waarde!

10 tips om verzuring tegen te gaan, met aanvullend advies van psychologe drs. Jeannette Bolck

Als je zuurgraad dusdanige vormen aanneemt dat er citroensap door je aderen kolkt, is de tijd rijp voor wat zelfreflectie. Hoe word je weer pH-neutraal?

Met je lippen in een streep raus je de stofzuiger door je strak gestuukte studio, je ondertussen opvretend over je wederhelft, die natuurlijk weer ergens aan de bar hangt. Hij heeft plezier, terwijl jij het vuile werk opknapt. Zo gaat het altijd.

Nu je toch bezig bent, maak je verbeten een lijst van alles wat jij door anderen misloopt in je leven. Zoals die collega, die jou je promotie door je neus boorde. Om over je beste vriendin nog maar te zwijgen. Getrouwd met George Clooney en gezegend met een tergend mooi lichaam en dus kun je haar bloed wel drinken. Zelfs in broekrok veroorzaakt ze verkeersopstoppingen, terwijl jij je suf traint tegen verzakkend vel. Maar wacht even. Zien we daar een parallel met ons mam? Sinds mensenheugenis klaagt zij steen en been over alles en iedereen. Ze heeft eeuwig het gevoel miskend te worden door haar vriendinnen, die nooit eens een bloemetje meebrengen, maar wel haar koelkast leegeten. En dan de kinderen van de buren, die nooit hun voeten vegen. Had je niet altijd een grondige hekel aan haar vermogen het gezinsleven lam te leggen met haar zure aura? Zo zou je toch nóóit worden? Jij zou immer vrolijk, kek gekleed en gekapt. het gezin bekoren. onderwijl druk met het frivool vervullen van je persoonlijke ambities. Waar ging het mis? Voor je het weet giert ook bij jou het citrussap permanent door je aderen.

 

Zeg het dan

Bolck: “Frustraties worden veroorzaakt doordat er niet is voldaan aan verwachtingen, die je niet of onduidelijk hebt geuit. Verzuring Is het resultaat van het structureel niet aangeven van je grenzen. Dat saboteert je vermogen tot zelfreflectie, maakt je kwetsbaar en bang om naar jezelf te kijken.” Resultaat? Peutergedrag. Wees eerlijk naar jezelf. Wat wil je wel, wat wil je niet. Bolck: “Wil je dat je partner vijf in plaats van een avond per week op de bank zit? Worstel je daarbij met het idee dat je dit niet van hem mag verwachten, omdat dat mutserig is? Dan is de afstand tussen wat je wilt en de praktijk te groot. Spreek je gevoelens en wensen uit. Of hij daarmee akkoord gaat, is niet belangrijk: essentieel voor jou is dat je uitkomt voor je gevoelens en wensen. Doe je dat niet, dan ga je jouw innerlijke strijd afreageren op je partner.”

 

Wees niet bang

Zuur = zwelgen = vermijden. Waar ben je bang voor? Vind je jezelf wel leuk? Loop je met een grote boog om jezelf heen? Besef dat de wereld niet tegen jou is. Jij bent hooguit tegen de wereld. Bolck: “Ook hier ligt weer de nadruk op jouw rol binnen een groep vriendinnen, collega’s of je relatie. De grootste stap is gezet als je durft te erkennen dat je jaloers bent of bang niet serieus genomen te worden.” Je ziet jezelf al staan bij vriendinnen: ‘Ahum, Ik moet jullie iets zeggen…’. Maar stel je eens voor dat een vriendin zich op die manier kwetsbaar opstelt bij jou. Ze geeft bijvoorbeeld toe dat ze zo chagrijnig tegen je is omdat ze, met haar schoenmaat 43, jaloers is op jouw frele voetjes. Zou je haar afbranden? Nee. Binnen een team kun je elkaar vertrouwen. Openhartigheid bindt jullie. Belangrijk is om iets te doen met je angstgevoelens. Durf je geen open kaart te spelen binnen je relatie, vriendengroep of op je werk? Praat dan desnoods met een vertrouwenspersoon, maar ga niet zielig zitten zijn.

 

Shoppen

A) Voor jezelf. Laat je creditcard eens onbekommerd wapperen en steek jezelf in het nieuw. B) Voor anderen. Bij voorkeur voor degene die het in jouw bijzijn het meest moet ontgelden. Koop iets wat hij leuk vindt. De Autoweek, een dvd-box van ‘The Sopranos’ of fles whisky. Of trakteer je succesvolle vriendin (die van Clooney) op een dagje kuuroord. Zoete dankbetulgingen zullen je ten deel vallen. Uiteraard is dit slechts symptoombestrijding. De onderliggende oorzaken dienen bestreden te worden. Bolck: “Shoppen werkt bijna altijd voor vrouwen. Maar onderzoek of dat ook voor jou geldt. Een tijdschrift lezen of yogales nemen, kan net zo goed werken.” In iedere relatie schuilt het gevaar dat je eigen agenda het onderspit delft. Onthoud: jullie zijn twee zullen die de liefde gelijkwaardig ondersteunen. Zorg dat je overeind blijft. Focus meer op jezelf: zit je mokkend op de bank terug te denken aan de dagen dat je jezelf drie keer per week in een tutu hees? Ga weer naar balletles. En neem lets mee voor thuis. In plaats van de zure citroen die hij verwacht, krijgt hij een I love you-beker. Geen man zal zo’n gebaar koud laten.

De wereld is echt niet tegen jou. Jij bent hooguit tegen de wereld.

 

Vergelijk je leed

Denk aan je medemens in onderontwikkelde contreien. Jouw equivalent in Calcutta is gezegend met vijftien nakomelingen, waarvan er vijf niet meer leven. De overblijvers zijn ondervoed en besmet met aids. Kortom: je bent een mazzelaar en hebt het recht niet jouw en andermans leven te verzuren met prinsessengedrag. O. je mag leed niet vergelijken? Nou, dat mag dus wel. Bolck: “In beginsel is die vergelijking funest voor de doorgewinterde zuurpruim, omdat die ervoor zorgt dat zij zichzelf niet serieus neemt. Wel kan leed vergelijken leiden tot het besef datje verzuurd bent. Bij een tv-programma over hongerende kindjes in Afrika denk je ineens: verrek. wat zit Ik hier nou te grienen. Als je je verzuring erkent, ontstaat er ruimte voor relativering.”

 

Mijd zure bommen

Pas op wanneer je vriendinnen ook kampen met een pH-tekort en dat jullie ooit zo gezellige avondjes verzanden in een bittere klaagzang. Of jullie breken met elkaar Of jullie vertrekken naar Kabul. Een maandje vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis, daar knapt een mens van op. Bolck: “Vaak weten verzuurde types niet hoe ze uit een patroon moeten stappen. Hun verslaving aan zelfmedelijden wil constant gevoed worden door zoveel mogelijk het woord te nemen. Probeer tijdens een vriendinnensessie het gesprek een andere, positieve, wending te geven. Optimisme. zelfreflectie en kwetsbaarheid: dat wil je vinden bij vriendinnen. Gaat er bij de dames geen lichtje branden? Neem dan afstand en zoek ander gezelschap. Jij bent nu zuurpruim-af!”

 

Viva-Pg10-11

 

Lach je rot

Humor is een uitstekende ontzuurder. Wat is er nu eigenlijk aan de hand? Heeft je man je aan het aanrecht gemetseld? Word je vier keer per jaar de EHBO ingeranseld, gevolgd door een revalidatietraject in een Blijf van mijn Lijf-huis? Nee. Maak een lijst van zijn misdrijven:

  • Hij krabt aan zijn ballen tijdens het journaal.
  • Hij geniet wel eens van een biertje te veel met zijn vrienden.
  • Hij laat de thermostaat ‘s avonds aan.

Hoe revitaliseer je je gevoel voor humor? Bolck: “Stap één: de focus op irritaties moet verlegd worden. Veiligheid is de belangrijkste voorwaarde. Je moet je partner weer als maatje zien voordat je hem deelgenoot durft te maken van jouw ‘onderwereld’. Dwing jezelf te letten op zijn positieve eigenschappen. Dan is er een warm gevoel naar hem.” Deze stap mag niet licht genomen worden, want verzuurde mensen maken makkelijk denigrerende grapjes. Een vrouw op leeftijd, aan de kant gezet voor een twintigjarige, grapt al gauw: ‘Ach gut, uit welke couveuse heeft hij haar gekidnapt?’ Dat is geen humor, maar verkapte jaloezie. Bolck: “Erken dat je verslaafd bent aan het patroon van eindeloos irritaties voelen: kwetsbare emoties in lelijke verpakking. En je lijdt daar onder.”

 

Weg ermee

Verban het woord ‘schuld’ uit je vocabulaire en vervang het door ‘aandeel’. Voor de duidelijkheid: ook ‘eigen schuld’ is verboden. Bolck: “Mensen die vaak conflicten hebben, moeten er eerst voor zorgen dat ze weer in teamverband kunnen functioneren. Zo’n team kan bestaan uit jou en je partner, maar ook uit je collega’s, vriendinnen of familie. Vingerwijzen betekent dat je je team afvalt en dat is destructief. Fouten maken overkomt iedereen en boosheid daarover is, mits goed getimed. prima. Realiseer je wel dat je gezamenlijk verantwoordelijk bent voor het eindproduct, namelijk de eenheid die je als stel, club collega’s of vriendinnengroep vormt.”

 

Goddelijk ben je

Godinnen zeiken niet, zij schrijden waardig door het leven. Als jij ontwaakt met een zure smaak in je mond en op een welgemeend ‘goedemorgen!’ slechts gif kan spuien, is het tijd voor een pH-boost. Een negatief zelfbeeld kan de oorzaak zijn van een lage pH-waarde. Leg jezelf dus aan een positief infuus. Bolck: “Projecteer je je frustraties op een ander? Dan is jouw verzuring een feit. Een klassieke projectie is een gedachte als: ‘Hij vindt me lelijk, daarom zit hij liever met zijn vrienden in de kroeg.’ Logisch, in de perceptie van de verzuurde, maar de partner begrijpt hier niets van. Goed zijn voor jezelf is het devies. Trakteer jezelf op iets decadents. Gooi die joggingbroek in de wasmand en trek op een doordeweekse avond een mooie jurk aan. Dan krijg je vanzelf de bevestiging die de spiegel jou in je huidige gemoedstoestand niet geeft.”

Je zou toch nóóit worden als je moeder? Nu heb je net zo’n zuur aura als zij.

 

Neem sex

Het eerste wat een zure vrouw uit haar agenda schrapt, is sex. Terwijl een goede beurt wonderen verricht en vermoeid vlees doet opleven. Ooit iemand horen galbekken na een drievoudig orgasme? Nou dan. De therapeut: “Wees actief: dwing jezelf een berg te verzetten, maar wel op een manier die jou aanstaat. Misschien kun je eens een hotel boeken in je eigen stad. Vrouwen zijn achteraf blij dat ze toch sex hebben gehad. Ook hier geldt dat je zelf ondernemend moet zijn, wacht niet af.” Tip: je imago is je beste amigo. Presenteer jezelf als Imelda Immergeil, dan ga je er vanzelf in geloven.

 

Positief graag

Zuur gedrag is vragen om aandacht, maar dan in de peutermodus. Denk je nu echt dat je lief je een witgouden ring schenkt als je de boodschap eerst non-verbaal brengt, vervolgens mokkend meedeelt en het juweel dan in een kort geding opeist? Bolck: “Dreinen wordt niet beloond. Positief gedrag daarentegen wel. Ga van je voetstuk af en toon je kwetsbaarheid. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ben bot tegen je omdat ik je zo ontzettend mis.’ Er is niets mis met vragen om aandacht. En als je het op deze manier vraagt, geef je je man de gelegenheid een echte vent te zijn. Als mannen een schreeuwende vrouw (lees: hun moeder) tegenover zich hebben, kruipen ze terug in de jongetjesrol. Hij voelt zich pas weer man als jij je ook als een meisje durft op te stellen. Sta hem toe je te troosten.” Hetzelfde geldt tijdens kantooruren. Boos dat jouw collega haar plak ontbijtkoek niet met je deelt? Mokken en roddelen zijn regelrechte verzoeken om negatieve aandacht. Je boekt er geen winst mee. Draai het eens om. Geef haar een compliment en zorg dat je manager dat hoort. Neem een paar keer per dag spontaan koffie voor haar mee en vraag met een knipoog waar ze toch de heerlijke koekplakken vandaan tovert. Dat werkt beter dan haar uitmaken voor een hebberig secreet.

 

Tekst: Lara Aerts & Marieke Manders

Illustratie: Gallery Of The Absurd

Foto: Studio 5982

 

Mind Magazine / Talking to a friend with cancer

This article describes the difficulties of dealing with a friend who has cancer (or another serious illness).

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Wat erg voor je

Hoe je kunt praten met een vriend of vriendin die kanker heeft

Bij Katja (32) is borstkanker geconstateerd. Ze heeft het haar vrienden verteld. De meeste van hen reageerden meevoelend en steunend. Ze hebben hun hulp aangeboden en bellen haar regelmatig om te vragen hoe het met haar gaat. Katja’s beste vriendin Geerten houdt zich op de achtergrond, belt minder en zegt afspraken af. Geerten wil er wel voor haar vriendin zijn, maar is zelf verdrietig en bang. Elke keer dat ze zich voorneemt te vragen hoe Katja zich voelt, bedenkt ze zich en begint ze een luchtig gesprek.

Jeannette Bolck: “Sommige mensen weten niet goed hoe ze kunnen reageren als er bij iemand in hun omgeving een ernstige ziekte is geconstateerd. Ze weten niet wat ze moeten zeggen of hoe ze zich moeten gedragen. Dat komt vaak doordat ze te hoge eisen aan zichzelf stellen en denken dat ze heel goed moeten weten wat ze moeten doen en zeggen. Ze vergeten dat het er niet toe doet wát je precies zegt, maar dat het vooral belangrijk is dat je er gewoon bent en dat je het onderwerp niet uit de weg gaat.

Wanneer je het moeilijk vindt om je een houding te geven tegenover iemand die ziek is, dan kun je dat het best bespreekbaar maken. Mensen die ziek zijn, hebben behoefte aan eerlijkheid en duidelijkheid. Ze hebben al genoeg om zich zorgen over te maken, een stuntelende vriend of vriendin is het laatste wat ze kunnen gebruiken. Vertel hem of haar dus wat je moeilijk vindt. Dat je bang bent om diegene te verliezen, of dat het je confronteert met je eigen angst voor ziekte of dood. Het is belangrijk om dat te bespreken, maar laat het daar bij en belast de zieke er verder niet mee. Als je het er zelf nog over wilt hebben, doe dat dan met andere vrienden.

Vervolgens is het goed om te vragen waar je vriend of vriendin behoefte aan heeft, hoeveel hij of zij erover wil praten en hoe je kunt helpen. Daar kun je gewoon afspraken over maken. Sommige mensen praten vanzelf, anderen hebben wat aansporing nodig.”

 

Zieke mensen vervallen al snel in medisch jargon en dat kan soms aardig ingewikkeld worden. Hoe ga je daarmee om?

“Ook dan geldt: wees eerlijk wanneer je iets niet begrijpt. Ga niet meeknikken terwijl je er niks van snapt. Zo voorkom je bovendien dat je een week later iets vraagt wat diegene je al verteld had, dat kan erg pijnlijk zijn. Wees niet bang om domme vragen te stellen. Het is voor mensen fijn als je wat vraagt, zo toon je belangstelling. En zij vergeten snel dat niet iedereen zo in die vakterminologie zit als zij. Maar let op als iemand te veel in die technische uitleg blijft hangen: dat is veilig en een manier om niet te hoeven praten over zijn gevoel. Daar kun je dan best naar vragen als je dat durft. In hoeverre is iemand bang, speelt angst voor de dood een grote rol? Dat soort vragen kan diegene altijd afkappen als hij of zij daar geen zin in heeft. Maar dan heb jij in ieder geval duidelijk gemaakt dat deze onderwerpen voor jou bespreekbaar zijn. Natuurlijk is dat wel hogeschoolcommuniceren, iets wat niet voor iedereen is weggelegd. Je moet de voor jou best mogelijke manier vinden om iemand te helpen. Wat is jouw kracht als vriend? Sommige mensen, meestal mannen, gebruiken humor om de situatie te verlichten. Anderen zijn juist heel verzorgend, ze koken, rijden heen en weer naar het ziekenhuis en maken schoon. Het is dus niet erg als je niet zo’n prater bent, als je maar op je eigen manier laat blijken dat je er bent voor je zieke vriend of vriendin.”

 

Mind Magazine-Pg70-71

 

Soms drukt de aanwezigheid van een ziek persoon de stemming, bijvoorbeeld tijdens een etentje of feestje. Dat is vervelend voor iedereen. Hoe voorkom je dat?

“Sommige zieke mensen praten graag veel over hun ziekte, omdat ze die behoefte voelen en het hen helpt bij de verwerking ervan. Wat ook kan gebeuren, is dat andere mensen het onderwerp steeds aansnijden. Er heerst vaak een soort gêne om het gesprek dan af te kappen. Want hoe breng je het gesprek van een heftige chemokuur nu op dat leuke zeiltochtje van vorige week? Veel mensen hebben het gevoel dat dat misplaatst is. Toch is dát precies wat je moet doen. Wees niet te bang het over iets anders te gaan hebben. Zet een nieuwe fles wijn op tafel. zet een muziekje op. Durf van onderwerp te veranderen om de zware sfeer te verlichten. Dat lijkt eng omdat het zo’n precair onderwerp is, kanker en dood. Maar waarschijnlijk help je degene die ziek is daar ook mee. Hij of zij is niet alleen een zieke of een slachtoffer.

En soms is het echt verstandig om je vriend of vriendin uit zijn of haar onderwerp te halen. Wanneer je naar de ziekte vraagt, raakt hij misschien in een soort draaikolk en kan hij het over niks anders meer hebben. Als je er dan een beetje overheen walst, lijkt dat misschien bot, maar degene die uit zijn verhaal wordt gehaald, is achteraf vaak heel opgelucht. Het is ook heel goed om er niet de hele tijd mee bezig te zijn. Natuurlijk zijn er mensen die juist niet willen praten over hun ziekte. Daar kun je gewoon naar vragen. De behoefte aan praten kan veranderen tijdens het verloop van de ziekte, dus het is belangrijk om te blijven toetsen wat iemand wil. Probeer je te voegen naar zijn of haar behoefte. Doodzwijgen is het ergste wat je kunt doen; je kunt beter te veel vragen dan te weinig.”

Suzanne (41) en Lara (42) zijn vriendinnen. Ze hebben beiden kinderen, een succesvolle carrière en huwelijken die in puin liggen. Wanneer Lara, de meest introverte van hen, te horen krijgt dat ze borstkanker heeft, lijkt ze daar niet erg van onder de indruk. Ze gaat gewoon door met werken en vertelt alleen Suzanne over haar ziekte. Als ze echt ziek wordt, staat Suzanne haar bij en zorgt voor haar. Lara, die altijd gewend was om alles alleen te doen, moet zich nu overleveren aan de hulp van een ander. Doordat Suzanne meer in contact staat met haar gevoel, roept zij Lara af en toe een halt toe wanneer ze ziet dat die te veel haar kop in het zand steekt. Door Suzanne staat Lara stil bij het feit dat haar ziekte niet zomaar iets is, dat het erg is voor haar, en dat helpt haar om het uiteindelijk beter te verwerken.

In de omgeving van Odette (35) zijn het afgelopen jaar vier mensen getroffen door kanker: haar nicht, een collega, de moeder van een vriendin én een oom. Ze maakt zich sindsdien veel zorgen over de vraag hoe ze ermee om moet gaan wanneer iemand die nog dichter bij haar staat óf zijzelf kanker krijgt. Samen met haar therapeut onderzoekt ze waar haar angst precies over gaat. Waar is ze bang voor: pijn, onzekerheid, dood, eenzaamheid, verlies? Odette komt erachter dat haar angst voor een groot deel te maken heeft met de vraag of ze wel zal kunnen omgaan met die ziekte. Of dat nu bij haarzelf of bij een ander is. Dat ze niet weet wat ze zou moeten zeggen, vragen of doen. Maar door er zo angstvallig over te zwijgen en het onderwerp te vermijden, wordt het steeds erger. Op advies van haar therapeut gaat ze de confrontatie aan en bezoekt voor het eerst haar nicht. Odette biedt haar excuses aan dat ze niet eerder langs is gekomen, en legt uit dat ze bang was. Ze hoort het verhaal van haar nicht aan; dat valt haar zwaar. Maar achteraf is ze opgelucht: de nuchtere manier waarop haar nicht over haar ziekte sprak, stelde haar gerust. Bovendien durfde ze zelf ook alles te vragen zonder zich ongemakkelijk te voelen.

 

 

Psycholoog Jeannette Bolck heeft een praktijk voor volwassenen, pubers en kinderen in Amsterdam. Meer informatie: www.counselingamsterdam.nl.

 

Tekst: Marte Kaan

Illustratie: Tina Berning / Artbox – Centre For Creation

 

Mind Magazine / Criticism at work

This article describes how to deal with criticism (from your boss) at work, including a test on how you currently deal with it.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Wat doe ik nu weer fout?

Hoe je kritiek van je baas of collega’s kunt gebruiken om te groeien

Liever zou je het altijd goed doen, maar het hoort er nu eenmaal bij: kritiek krijgen op je werk. Wanneer je op een goede manier met dit ‘noodzakelijke kwaad’ omgaat, kun je er nog je voordeel mee doen ook.

Jeannette Bolck: “Krijg je commentaar van je baas, probeer dan open te staan voor wat hij of zij te zeggen heeft. Voel je niet meteen aangevallen. Vraag je baas wat hij we van je verwacht, zodat voor jullie beiden duidelijk is waar de kritiek over gaat en hoe je je kunt verbeteren. Het is ook slim om er zelf op terug te komen en te evalueren hoe het nu gaat. Je zou er zelfs voor kunnen kiezen om een soort mini-evaluatiegesprekken te houden. Daarmee laat je zien dat je bereid bent te groeien en dat je openstaat voor suggesties. Dat pleit voor je. Bovendien vergroot je als het goed is zo ook je werkplezier. Je weet of je op de goede weg zit en je voorkomt dat je tijdens het jaarlijkse functioneringsgesprek voor verrassingen komt te staan. Dat gesprek tussendoor kun je het beste ook goed voorbereiden. Zet op papier wat je wilt bespreken en kom terug op waar je de vorige keer kritiek op kreeg.”

 

Je baas is er niet op uit om jou af te breken, hij wil alleen je werk verbeteren

“Een probleem is dat de meeste werkgevers en leidinggevenden niet goed zijn in het geven van kritiek of te weinig tijd nemen voor dit soort zaken. Ze kiezen het verkeerde moment of breken iemand alleen maar af door te zeggen wat er allemaal niet goed gaat, zonder aanknopingspunten voor verandering te geven. Of ze geven vage kritiek als ‘je moet beter op de hoogte zijn’. Ja, dat kan natuurlijk van alles betekenen. De vraag is waar je precies beter van op de hoogte moet zijn en waaruit is gebleken dat je dat niet bent. Je moet dan zo assertief zijn om te vragen wat je baas precies bedoelt. En dat vindt niet iedereen makkelijk. Een ander probleem met die vage manier van formuleren is dat je zo ook niet kunt beoordelen of je je hebt ontwikkeld. Daarom is het verstandig om het heel concreet over specifieke taken te hebben, en te bespreken wat er moet veranderen.”

 

Op welke manier kun je het beste reageren wanneer iemand – tijdens een officieel gesprek of tussen de bedrijven door – zegt dat je iets niet goed doet?

“Hoe moeilijk het ook is: incasseren. Niet in de verdediging schieten, geen `ja maar’. Daarmee ondermijn je de ander en toon je geen respect voor wat hij of zij te zeggen heeft. Laat weten dat je het gehoord hebt. Zet op een rijtje waar je het wel en niet mee eens bent en kies een geschikt moment om te antwoorden. Bedenk goed of het kritiek is waar je iets mee kunt. Zo kreeg Loretta te horen dat haar collega’s haar zo gesloten vonden. Het irriteerde hen.

Ze heeft toen een tijd geforceerd geprobeerd om gezellig mee te kletsen, maar dat werkte niet. Uiteindelijk is ze bij dat bedrijf weggegaan, omdat ze voor zichzelf besloten had dat ze dit niet wilde veranderen aan zichzelf. Het was zoiets persoonlijks. Kritiek kan dus ook betekenen dat je niet op de goede plek zit. Wanneer je merkt dat een bepaalde opmerking je erg raakt dan kun je dat ook zeggen, bijvoorbeeld in de trant van: “Daar moet ik toch even over nadenken.” Dat lijkt eng om te doen, maar het lucht vaak op als je je kwetsbaar durft op te stellen. Het komt de sfeer tussen jou en de kritiekgever ook ten goede: iemand zal veel sneller geneigd zijn om samen naar een oplossing te zoeken. Wanneer je je verzet en je hard opstelt, stagneert de samenwerking en zal je leidinggevende de volgende keer waarschijnlijk alleen maar harder zijn in zijn commentaar.”

 

Wat kun je doen wanneer je merkt dat je met het zweet in je handen een functioneringsgesprek in gaat?

“Allereerst onderkennen dat omgaan met kritiek niet je sterkste punt is. Dat is voor veel mensen al een hele stap. Verder is het goed om je te realiseren dat je baas er niet op uit is om je af te breken en dat hij of zij waarschijnlijk heel veel meer van dit soort gesprekken moet voeren. Je baas heeft als doel jouw werk te verbeteren — voor jou en voor het bedrijf. Niet elke leidinggevende neemt dan uitgebreid de tijd om ook al je pluspunten te noemen. Bedenk verder dat kritiek een kans is om te groeien als je bereid bent die serieus te nemen. Dat betekent niet dat je alles maar klakkeloos moet aannemen, maar wel dat je ernaar moet durven luisteren en kijken of er een kern van waarheid in schuilt.

Als je het heel moeilijk vindt om met kritiek om te gaan, kan het nuttig zijn om dat bespreekbaar te maken. Met je baas, of misschien eerst met iemand anders. Als er een gevoelige snaar wordt geraakt, is het vaak zo dat je zelf ook wel weet dat je iets niet helemaal goed doet. Katja, bijvoorbeeld, kreeg steeds te horen dat ze te weinig haar gezicht liet zien op de afdeling en dat vond ze vervelend. Ze had het er te druk voor, zei ze, daarom zat ze zoveel achter haar bureau. Maar toen ik het er met haar over had, gaf ze toe dat ze het ook wel lastig vond om naar collega’s toe te lopen en ze aan te spreken. Ze gebruikte de drukte als excuus. Door dat toe te geven, kon ze aandacht aan die onzekerheid besteden in plaats van zich te verzetten tegen de kritiek.”

Tessa werkt als accountmanager. Ze heeft een collega tegen wie ze erg opkijkt; ze is heel bang dat ze iets niet goed doet in zijn ogen. Hierdoor is ze overkritisch naar zichzelf toe en doet ze er alles aan om commentaar te voorkomen. Haar gevoeligheid leidt ertoe dat deze collega heel voorzichtig met haar omgaat. Hij durft niet alles tegen haar te zeggen. Daardoor ontneemt Tessa zichzelf de kans te groeien. En als iemand anders kritiek op haar had, vraagt haar therapeut haar, zou het dan nog steeds zo hard aankomen? Nee, denkt ze. Tessa moet leren haar kwaliteiten te onderkennen en zich realiseren dat ze die onmiddellijk vergeet wanneer haar collega iets zegt. Als ze dat onder ogen durft te zien, moet ze zichzelf de vraag stellen of ze hem wel zo veel macht wil geven.

Nathalie verzet zich meteen en wordt vinnig wanneer ze commentaar krijgt op haar werk. Daarmee duwt ze collega’s van zich af. Bovendien is ze er zelf altijd lang door van slag. Om maar niet het gekwetste meisje te laten zien, stelt ze zich op als de harde tante en dat kost haar veel energie. Haar therapeut stelt haar voor het eens om te draaien: hoe is het wanneer iemand zo boos op haar kritiek reageert als zij?

 

Goed incasseren

  • Schiet niet onmiddellijk in de verdediging wanneer je kritiek krijgt.
  • Laat merken dat je hebt gehoord wat er is gezegd.
  • Is je niet duidelijk om wat voor gedrag van jou het precies gaat? Vraag om verduidelijking.
  • Maak er niet meer van dan het is. Betrek de kritiek niet op je persoon en al je capaciteiten.
  • Bedenk dat iemand je wil helpen en doe daar je voordeel mee.
  • Kijk waar je het mee eens bent en waarmee niet.
  • Maak duidelijke en concrete afspraken over verbetering.
  • Spreek een evaluatiemoment af.
  • Blijft het lastig voor je om de kritiek te verteren, onderzoek dan welke gevoelige snaar er is geraakt.

 

Mind Magazine-Pg82-83

 

Test: Hoe ga jij om met kritiek op je werk?

1. Stel, een collega heeft kritiek op jouw werk, maar je bent het niet met hem of haar eens. Welk gevoel overheerst bij jou?

+ verbazing

# schuldgevoel

* irritatie

 

2. Diezelfde collega is heel zeker van zijn commentaar. Wat doe jij?

* Je houdt een fel pleidooi voor jezelf

+ Je houdt een vriendelijk pleidooi voor jezelf.

# Je vindt het op dat moment moeilijk om uit te leggen waarom zijn/haar kritiek onterecht is.

 

3. De collega krijgt bijval van een andere collega. Ze zijn het met elkaar eens in hun kritiek op jou. Wat is dan het meest typerend voor jou?

# Je voelt je extra diep de grond in zakken.

+ Het zet je aan het denken. Als ze het allebei vinden, moet er wel een kern van waarheid in zitten.

* Je houdt rekening met een soort samenzwering.

 

4. Als het om jezelf gaat dan…

# …heb je meer oog voor je negatieve eigenschappen dan je positieve.

+ …heb je meer oog voor je positieve eigenschappen dan je negatieve.

* …sta je amper stil bij je negatieve eigenschappen, dat vind je erg vervelend.

 

5. Tijdens een functioneringsgesprek heeft je baas kritiek. Wat doet dat dan met jou?

+ Je trekt het je niet (te veel) aan.

* Je trekt het je aan: je voelt je enigszins beledigd (‘nou zeg!’)

# Je trekt het je erg aan: het voelt alsof je tekortschiet.

 

6. Tijdens dat functioneringsgesprek heeft je baas ook kritiek op een slechte persoonlijke gewoonte, zoals in je neus peuteren tijdens een vergadering of te lang kletsen op de gang. Wat doet dat met jou?

# Je voelt je zeer ongemakkelijk.

* Je raakt behoorlijk geïrriteerd. Waar bemoeit hij/zij zich mee?

+ Je kunt de humor er wel van inzien en kunt zijn/haar eerlijkheid waarderen.

 

7. Als iemand kritiek op je heeft dan…

# denk je dat je iets verkeerd doet.

+ probeer je je in te leven in de positie van de ander: waarom zou hij/zij dat vinden?

* vind je het moeilijk om te erkennen dat die ander gelijk zou kunnen hebben.

 

8. Op je werk heb je de reputatie dat je…

* koppig bent.

# verlegen bent.

+ noch koppig, noch verlegen bent.

 

Score

Tel op hoe vaak je +, # en + hebt geantwoord. Kijk hieronder voor de uitslag van de test.

 

Uitslag: Dit doe jij met kritiek

Meestal # geantwoord:
Je wordt onzeker van kritiek. Kritiek, of die nu terecht is of niet, geeft je het gevoel dat je tekortschiet. Oorzaak is je negatieve zelfbeeld. Je denkt bij voorbaat al dat je niet goed genoeg bent en/of dat je slecht presteert. Zelfs in onschuldig bedoelde opmerkingen zie je daarvoor een bevestiging. Positief aan je houding is dat je leert van kritiek en niet te koppig bent om je aan te passen.

Tip: ga bij kritiek eerst goed na of deze terecht is of niet. Houd ook rekening met wie de kritiek levert. Vindt iemand iets aan jou of je werk niet goed, dan kan dat ook komen doordat die ander overgevoelig is of een zeurpiet. Informeer ook eens bij anderen of ze het eens zijn met de kritiek.

Meestal * geantwoord:
Je reageert defensief op kritiek. Je staat niet open voor kritiek, je vat commentaar negatief op en voelt je snel aangevallen. Het gevolg: je reageert fel en/of doet de kritiek af als onzin. Jammer, want op die manier leer je er weinig van. Oorzaak is dat je het moeilijk vindt om je negatieve kanten onder ogen te zien. Je wilt niet horen dat ook jij weleens fouten maakt. Positief aan je houding is datje je niet gek laat maken door mensen die onzin uitkramen.

Tip: heeft iemand commentaar op je, onderdruk dan de impuls om daar meteen op te reageren. Zeg simpelweg: “Ik zal erover nadenken” en laat de informatie bezinken. Heb je het gevoel dat de kritiek onterecht is, dan kun je er altijd later nog op terugkomen.

Meestal + geantwoord:
Je reageert evenwichtig op kritiek. Je stelt je open en ziet kritiek voor wat het is: niet als een persoonlijke aanval, maar als iets waarvan je kunt leren. Ben je het niet eens met de kritiek, dan weerleg je de kritiekpunten op een solide manier. Fijn, want daar kunnen anderen weer iets van leren. Je kunt zo evenwichtig reageren omdat je een stevig zelfbeeld hebt. Je vindt jezelf oké zoals je bent, maar weet ook dat je niet perfect bent en dat er altijd iets te leren valt. Door deze houding kun je je op het werk optimaal ontwikkelen.

 

Psycholoog Jeannette Bolck heeft een praktijk voor volwassenen, pubers en kinderen in Amsterdam. Meer informatie: www.counselingamsterdam.nl.

 

Tekst: Marte Kaan

Illustratie: Tina Berning / Art Box – Centre For Creation

 

Mind Magazine / Irritations in relationships

This article describes what causes most relationship irritations and what you can do about them (to avoid a break up).

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Draai die dop er nou ‘ns op!

Hoe uit je irritaties in je relatie?

Het is zaterdagochtend en je leest samen met je vriend de krant. Als hij klaar is met het lezen van een katern, gooit hij het stuk krant naast zich op de grond. Het is iets kleins, maar het irriteert je mateloos. Je aarzelt: moet je er iets van zeggen of is dat overdreven?

Jeanette Bolck: “Je kunt er beter wel wat van zeggen. Anders bouwt de spanning zich op, en knal je op een gegeven moment uit elkaar. Dus al vind je het misschien overdreven, die irritatie is er. En die moet je serieus nemen. Bedenk echter wel dat die ander het niet doet om jou te sarren.”

 

Wat is de meest voor de hand liggende oorzaak van dit soort irritaties?

Wie zich ergert aan kleine dingen, vraagt eigenlijk om aandacht.

“Dat twee mensen op een verschillende manier in het leven staan, kan zorgen voor dit soort oplopende spanningen. Als je zelf iemand bent die heel netjes, stipt en ordelijk is dan kunnen die slordigheden van een ander — de beroemde slingerende sok of het kopje dat niet in de vaatwasser wordt gezet — je ontzettend storen. Vaak heeft dat, paradoxaal genoeg, te maken met jaloezie. Eigenlijk zou jij ook wel wat los- ser willen zijn en minder vastgeketend zitten in je eigen starre regime. Probeer dat gewoon eens. Laat de afwas staan en ruim niet meteen alles op. Als je dat kunt loslaten, zul je merken dat het best lekker is. En zo ga je de strijd met jezelf aan in plaats van met de ander.

Voordat je wat zegt, moet je jezelf dus afvragen hoe belangrijk het nu écht, voor jou persoonlijk, is dat die sok nog rondslingert. Onderzoek waarom het voor jou zo’n issue wordt.

Wanneer een stel vastzit in een strijd over dit soort kleine dingen, speelt er namelijk meestal iets anders. Degene die zich ergert – in de meeste gevallen de vrouw – heeft bijvoorbeeld het gevoel dat ze niet genoeg aandacht krijgt of dat er niet naar haar wordt geluisterd. Vervolgens interpreteert ze het gedrag van haar geliefde als een bevestiging van dat idee. En in plaats van te zeggen dat ze meer aandacht wil of dat ze graag wil dat hij beter luistert, gaat ze zeuren over kleine dingen. Zeuren is eigenlijk een verkapte vorm van aandacht vragen.

Stel dat er geen onderhuidse machtspelletjes spelen, maar die volle asbak of vergeten vuilniszak een doorn in het oog blijft, dan mag je er best wat van zeggen. Maar pas op dat je geen verwijten maakt. Dat jij iets vervelend vindt, betekent niet per definitie dat de ander iets fout doet. Leg duidelijk uit hoe die ander je een plezier kan doen en onderstreep dat het belangrijk voor je is. Let op: het is een verzoek, en géén bevel!

Wanneer dat niet werkt, kan het helpen om een keer boos te worden. Het risico is dan wel dat je een soort ouder-kindrelatie ontwikkelt waarbij één van de twee pas wakker wordt als mama of papa boos wordt. Degene die in de ouderrol zit, en dat is toch meestal de vrouw, voelt zich doodongelukkig in die rol. Ze wil helemaal geen boze, zeurende moeder zijn. Ook daarom is het belangrijk dat zij onderzoekt wat de oorsprong is van haar gedrag en welk gevoel eraan ten grondslag ligt. Onzekerheid, angst, verdriet? Dáár moet ze het over hebben: uitleggen hoe ze zich voelt en vragen hoe dat voor hem is. Ze kan bijvoorbeeld zeg- gen dat ze het idee heeft dat hij zijn vrienden op de eerste plaats zet, en hem vervolgens vragen hoe hij dat ziet. Zo krijgt hij de kans uit te leggen wat hij voor haar voelt. Als het goed is, geeft dit weer het nodige zelfvertrouwen.”

Zo heeft Bart bijvoorbeeld, na maanden, eindelijk tegen zijn vriendin gezegd dat het hem stoort dat ze hem regelmatig in de rede valt. Tot zijn teleurstelling reageerde zij geprikkeld en een beetje boos. “Zijn vriendin voelt zich blijkbaar erg aangevallen. Dan is het van belang dat ze samen uit die sfeer van verwijten komen. Bart moet duidelijk maken om welk gedrag het gaat: wanneer valt ze hem in de rede, hoe ziet dat eruit? Zij moet daar goed naar luisteren, en zonder meteen te denken dat het een aanval op haar hele persoon is.”

 

Mind Magazine-Pg68-69

 

De gouden relatieregel is: Je kunt iemand niet veranderen. Als je je te veel ergert, kun je je relatie misschien beter beëindigen. Hoe bepaal of dat noodzakelijk is?

“Door jezelf af te vragen in hoeverre die ergernissen je relatie beïnvloeden. Stel dat je een partner hebt die nooit zin heeft om samen naar de kroeg te gaan, terwijl dat voor jou juist heel belangrijk is. Dan moet je bepalen hoe essentieel dat voor je is in een relatie, en of je dat ergens anders zou kunnen halen. Misschien vind je het ook prima om samen met je vrienden naar de kroeg te gaan Meestal is er wel ruimte voor onderhandeling en kun je elkaar halverwege ontmoeten. Maar wees dan ook blij met kleine veranderingen en realiseer je dat die ander nooit precies zo kan worden als jij wilt. Soms verschuift de irritatie: gooit iemand eindelijk braaf zijn theezakjes in de vuilnisbak in plaats van in de gootsteen, erger je je opeens aan die natte handdoek in de hoek van de badkamer. Dan is het aannemelijk dat er eigenlijk iets anders aan de hand is – een tekort aan aandacht, onzekerheid. Irritaties werken dan als bliksemafleider, want door je te ergeren aan een verfrommelde krant kun je de aandacht afleiden van de echte problemen. Bovendien voel je je sterker als je je ergert aan zijn ‘tekortkomingen’ dan wanneer je je eigen onzekerheid of verdriet moet tonen.”

 

Sommige trekjes gaan pas in de loop van de tijd op je zenuwen werken. Hoe voorkom je dat je je gaat ergeren aan karaktereigenschappen die je eerst zo leuk aan hem vond?

“Het kan helpen om die ‘irritante’ eigenschap weer even door een verliefde bril te bekijken om zo je ergernis te relativeren. Als dat niet helpt, kan het zijn dat je in een andere fase zat toen je op je partner viel. Omdat je zelf gegroeid bent, vind je die eigenschap nu niet meer zo aantrekkelijk. Een onzekere vrouw kan bijvoorbeeld vallen op een snelle jongen met een vlotte babbel. Ontwikkelt de vrouw zich tot een zelfbewuster persoon, dan kan het best zo zijn dat die vlotte babbel opeens veel gebakken lucht blijkt te bevatten.”

Ben en Elaine zijn vijf jaar samen en hebben een dochter van anderhalf. Ben is een succesvol zakenman. Elaine, een Britse, heeft haar carrière als consultant onderbroken voor het moederschap. Ze melden zich aan voor relatietherapie omdat ze veel ruzie hebben, voornamelijk veroorzaakt door de ergernissen van Elaine. Die irritaties gaan over de kleinste dingen: van het steriliseren van het melkflesje tot de manier waarop hun kind in bad moet worden gedaan.

Elaine is snel boos en teleurgesteld, en Ben loopt van haar weg wanneer ze hem confronteert met haar klachten. Volgens hem kan hij het toch nooit goed doen. Hun relatie is het schoolvoorbeeld van een moeder-kindrelatie: zij wordt boos als een moeder, hij trekt zich terug als een klein jongetje. In therapie komt de aap uit de mouw: Elaine is verdrietig en voelt zich gekwetst, omdat ze het idee heeft dat Ben vaker voor zijn werk dan voor zijn gezin kiest. Ze wil graag meer aandacht, maar weet niet hoe ze hem die moet vragen. Voor Ben is het een openbaring om zijn sterke, boze vrouw zo kwetsbaar te zien. Ze heeft hem dus gewoon meer nodig. Nu dit duidelijk is, kunnen ze praten over waar het écht over gaat: hun gezin, hun verlangen naar een tweede kind en Elaines behoefte aan meer tijd met haar man.

Manon is een jonge vrouw die werkt in de modewereld. Ze is succesvol in haar werk, mede door haar perfectionistische instelling en de hoge eisen die ze aan zichzelf stelt. In de liefde heeft ze minder succes. Ze heeft verschillende relaties gehad die haar veel energie kostten en waar ze meestal gebroken uitkwam. De mannen met wie ze in zee ging waren onbereikbaar en hadden vaak veel problemen.

Dan ontmoet ze Hans, een man die ontspannen in het leven staat en zich niet druk maakt over kleine dingen. Voor Manon is zijn manier van doen aanvankelijk een verademing, maar na een paar maanden begint ze zich aan hem te ergeren. Ze vindt hem onvolwassen, hij leeft volgens haar nog als een student en ook zijn vrienden vindt ze maar niks. Toch gaat ze niet bij hem weg, omdat ze tegelijkertijd inziet dat ze wel érg kritisch is. Manon realiseert zich langzaam maar zeker dat haar ergernissen vooral met haarzélf te maken hebben. Hans’ karakter confronteert haar met haar eigen veeleisende persoonlijkheid. Hij laat haar elke dag zien hoe het ook kan – hij doet niet alles perfect en is toch vrolijk – en dat frustreert haar. Bovendien maakt het haar onzeker: hij zal haar wel saai, stom en moeilijk vinden. Manon besluit om Hans dit te vertellen en hoopt uiteindelijk van hem te leren.

 

Psycholoog Jeannette Bolck heeft een praktijk voor volwassenen, pubers en kinderen in Amsterdam. Meer informatie: www.counselingamsterdam.nl.

 

Tekst: Marte Kaan

Illustratie: Tina Berning / Art Box – Centre For Creation

 

Mind Magazine / Stutter

This article describes why people tend to stutter, specifically when asked questions at work, and what they can do about it. 

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Ik heb, euh, geen idee…

Voorkom dat je zonder tekst zit tijdens een vergadering of brainstorm

Je zit in een moeizame vergadering als je baas ineens het woord tot jou richt: “En wat vind jij er eigenlijk van?” Iedereen kijkt je verwachtingsvol aan, maar je briljante antwoord blijft uit. Sterker nog, het is angstwekkend stil in je hoofd en je komt niet verder dan wat gestamel. Jeannette Bolck: “Veel mensen hebben het idee dat ze op zo”n moment een antwoord moeten geven. Die verwachtingsvol kijkende ogen worden ervaren als druk. Wanneer je leidinggevende erbij zit, is die druk nog groter. Daarbij speelt de angst voor beoordeling en veroordeling een rol: is het wel goed wat ik zeg? Mensen die stevig in hun schoenen staan, zullen eerlijk zijn en zeggen: “Ik weet het niet.” Ze zullen bovendien sneller een antwoord durven geven waar ze nog niet helemaal zeker van zijn.”

De situatie waarin je een vraag gesteld wordt, is heel bepalend. Onder vrienden flap je er makkelijker zomaar een antwoord uit. Want wanneer je je op je gemak voelt, durf je “domme” dingen te zeggen. Rachel, ik ken haar uit mijn praktijk, heeft geen enkele moeite met vergaderen. Maar wanneer ze bij nieuwe klanten moet opdraven, raakt ze regelmatig haar tekst kwijt. Het verschil tussen die twee situaties is de mate van veiligheid. De angst voor veroordeling speelt minder op veilig en bekend gebied — tussen haar collega”s. Daar weet Rachel waar ze staat en wat ze aan iedereen heeft. In gezelschap van nieuwe mensen vertrouwt ze onvoldoende op zichzelf en raakt ze gespannen, waardoor ze niet meer goed uit haar woorden komt.”

 

Wanneer klappen mensen over het algemeen dicht?

“Meestal als ze gevraagd wordt naar een oplossing voor een praktisch probleem of naar een mening. In beide gevallen wordt liet stamelen veroorzaakt door de angst om iets stoms te zeggen. Typische gedachten hierbij zijn: zouden mensen het wel goed vinden wat ik zeg? Vinden ze me nu raar? Wat zouden zij ervan denken?”

 

Mind Magazine-Pg66-67

 

Hoe kun je voorkomen dat je met een mond vol tanden staat als er onverwacht een vraag aan je wordt gesteld?

Dat anderen veel aandacht vragen, betekent niet dat ze niet naar jou willen luisteren

“Je kunt jezelf aanleren te zeggen: “Ik weet het even niet”, of: “Daar moet ik nog even over nadenken, ik kom er zo op terug.” Het is helemaal niet erg om een paar vaste zinnetjes als back-up voor jezelf te verzinnen. Zo toon je bovendien je menselijkheid en je haalt de   > druk om te presteren weg. Het gaat erom dat je jezelf niet meer blokkeert met de gedachte dat je moet antwoorden en dat het antwoord ook nog eens geweldig moet zijn. Zo werkt het met heel veel emoties. Wanneer je bijvoorbeeld zegt dat je nerveus bent, verdwijnen de zenuwen vaak al voor een groot deel.

Zorg daarnaast dat je voldoende kennis hebt en bedenk van tevoren welke vragen je kunt verwachten. Maar overdrijf het niet — zoals David doet. Hij heeft het idee dat hij op alle vragen een passend antwoord moet hebben. Wanneer iemand op zijn werk hem vraagt waarom hij iets op een bepaalde manier aanpakt, interpreteert hij dat onmiddellijk als kritiek. Dus doet hij vreselijk zijn best om overal een antwoord op te hebben door zich tot in de details voor te bereiden. David is erg prestatiegericht, hij moet alles goed doen van zichzelf. Wanneer hij even niets zinnigs te zeggen heeft — op wat voor vraag dan ook — raakt hij volledig ontregeld. Ik zou David dan ook nooit adviseren om zijn kennis op te vijzelen; hij moet juist leren accepteren dat hij het ook wel eens niet weet.”

 

Sommige mensen vinden het ook lastig om creatief te zijn in een groep. Thuis bruisen ze van de ideeën, maar onder collega’s blijft het stil…

Het idee dat je perfect moet antwoorden, blokkeert elke gedachte

“Daar kunnen vooral mensen in creatieve beroepen — in de reclame- of televisiewereld bijvoorbeeld — last van hebben. Neem Laila, ze heeft één keer per maand een brainstormsessie op haar werk. Thuis bedenkt ze het ene plan na het andere, maar tijdens zo’n brainstorm heeft ze het gevoel dat haar creativiteit verdwijnt. Ook hier speelt onzekerheid een rol; tussen haar collega’s vraagt Laila zich af of ze haar ideeën wel goed zullen vinden. In haar eentje voelt ze die beoordeling niet en dat maakt haar vrijer. In zo”n brainstorm speelt de groepsdynamiek ook een rol: de grotere ego’s nemen nu eenmaal meer ruimte in. Het is goed om je te realiseren dat veel van wat die schreeuwers zeggen per saldo vaak niet zo interessant is. Om boven deze mensen uit te komen, zul je actief je ruimte moeten innemen. Maak er desnoods een grapje van, maar zorg dat je aan het woord komt. Het feit dat zij automatisch veel ruimte innemen, betekent namelijk niet dat ze niet naar jou willen luisteren. Je zult het ze alleen wel duidelijk moeten maken.”

 

Het kan natuurlijk gebeuren dat je ondanks alles toch dichtklapt. Wat kun je op dat moment het beste doen?

“Zeggen wat iedereen toch al ziet: dat je er niet uit komt. Probeer er een grapje van te maken, zeg iets in de trant van: “Ik krijg het er warm van.” Voor veel mensen zal het niet makkelijk zijn om zo open te zijn over hun gevoel, omdat het hen kwetsbaar maakt. Vraag dan of het goed is dat je erop terugkomt. En probeer dan later ook daadwerkelijk te laten zien wat je waard bent. Zo voorkom je dat je in een neerwaartse spiraal terechtkomt waarin je jezelf negatief beoordeelt omdat je niet meteen een antwoord wist te geven. Bovendien neem je dan je verantwoordelijkheid: oké, dat was even stom, maar nu maak ik het goed.”

 

Wat te doen tegen stamelen

  • Ga na in welke situaties je niet goed uit je woorden kunt komen en bedenk of de angst voor (negatieve) beoordeling een rol speelt.
  • Bepaal voor jezelf of dat realistisch is: schiet je kennis tekort of moet je misschien nieuwe vaardigheden aanleren? Als dat zo is, dan kun je daar aan werken.
  • Hou een paar standaardzinnetjes paraat, zoals: “Daar kom ik zo op terug” of “Vind je het goed dat ik daar even over nadenk?”.
  • Realiseer je datje niet altijd het perfecte antwoord hoeft te geven en dat je ook mag zeggen dat je het niet weet.
  • Sta je dan toch met een rood hoofd te stotteren: laat mensen weten wat er met je gebeurt, bijvoorbeeld door er een grapje van te maken. Zeg iets in de trant van: “Ik word er helemaal verlegen van” of “Kijk mij nou eens rood worden”.

Mark is ICT’er. Hij anticipeert altijd op vragen van anderen, zowel werkgerelateerde vragen als vragen over zijn persoonlijke leven. De reden: hij is nooit tevreden over zichzelf. Niets wat hij doet is goed genoeg, het kan altijd beter, grappiger, vollediger. Mark voelt zich dus tekortschieten en dat brengt spanning met zich mee. Af en toe heeft hij zelfs paniekaanvallen. Het is vooral de “waarom?”-vraag die hem van zijn stuk brengt, daar heeft hij al last van sinds zijn jeugd. Hij herinnert zich nog goed dat een lerares hem vroeg waarom hij het antwoord op een vraag niet wist, waarop hij volledig van streek raakte. Nog steeds heeft hij het gevoel dat hij wordt aangevallen wanneer iemand hem vraagt waarom hij iets op een bepaalde manier aanpakt.

Bij de therapeut leert Mark een paar standaardzinnen (“Daar kom ik zo op terug”, “Dat moet ik even uitzoeken”) die hij kan gebruiken wanneer een vraag hem overvalt. Maar het is vooral belangrijk dat hij eerlijk durft te zijn wanneer hij even geen antwoord heeft. Als hij ervaart dat mensen dat niet vreemd vinden, zal de spanning bij hem afnemen.

Karin is marketingmanager en een mooie, extraverte vrouw. Ze vindt het belangrijk dat mensen haar leuk vinden, is altijd op zoek naar bevestiging. Mensen geven haar dat graag, want het is prettig samenwerken met haar. Maar niet al haar collega”s zijn gut met complimenten. Haar baas, een wat oudere, stugge man, beperkt zich tot het hoognodige in hun zakelijke contact. Van hem krijgt Karin niet de feedback die ze wenst. Dat maakt haar onzeker: ze heeft het idee dat hij haar dom vindt. Wanneer ze een presentatie moet geven, raakt ze gespannen en als haar baas haar iets vraagt, klapt ze dicht. Het wordt zelfs zo erg dat ze zich een keer ziek meldt voor een belangrijke afspraak met hem.

In gesprekken met haar coach komt Karin erachter dat ze alles in werking stelt om het goed te doen, in ruil voor acceptatie. Dit wijst erop dat ze weinig zelfwaardering heeft. Zodra ze geen positieve feedback krijgt, voelt ze zich een klein meisje en vergeet ze wat ze waard is. Het feit dat het nu ook nog eens haar baas betreft, versterkt dit alleen maar. Volgens haar coach zou er nog iets heel anders aan de hand kunnen zijn: misschien voelt ze zich onbewust aangetrokken tot haar baas. Omdat hij haar geen bevestiging geeft, is hij ongrijpbaar en dat maakt hem spannend. Het is belangrijk dat ze zich afvraagt wat de échte reden is dat ze zich onzeker voelt bij hem. Pas dan kan ze er iets aan doen.

 

Psycholoog Jeannette Bolck heeft een praktijk voor volwassenen, pubers en kinderen in Amsterdam. Meer informatie: www.counselingamsterdam.nl.

 

Tekst: Marte Kaan


Illustratie: Tina Berning / Art Box – Centre For Creation

 

Viva / Mum, I am more like you than I tought

This article describes how women – much to their own surprise – act more like their mother as they get older.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Mama, ik lijk steeds meer op jou

Uit een enquête op viva.nl blijkt dat 64% van de vrouwen vindt dat ze innerlijk op haar moeder lijkt. Zo ook journalist Amanda van Schaik. Terwijl ze zich nog zo had voorgenomen om juist níet zo’n overbezorgde bemoeial te worden als haar moeder.

Op mijn veertiende heb ik mezelf beloofd om nooit, maar dan ook nóóit, op mijn moeder te gaan lijken. Want dankzij haar overbezorgdheid en bemoeizucht ben ik maandenlang de risee van de school geweest. Het gebeurde zeventien jaar geleden. Mijn ouders waren een weekendje weg, mijn broer was de hort op en ik was thuis en had drie vriendinnen te logeren. We bezatten ons met mierzoete likeuren en trokken daarna naar de Swing (de enige discotheek die mijn woonplaats rijk was). Op de dansvloer was ik druk aan het gabberen, toen er op mijn schouder werd getikt. Ik draaide me om en stond oog in oog met de barman van de Swing. Mijn hart maakte een sprongetje, want hij was hét object van mijn affectie. Hij boog zich naar me toe en fluisterde in mijn oor de zin die mijn leven zou veranderen: “Je moeder belde net op, ze komt je halen.” O shit. Ik zwalkte naar buiten en daar kwam ze al aangesjeesd in haar rode Citroën AX. Vrijwel iedereen uit de bovenbouw was buiten aan het paffen en keek toe hoe ze uitstapte en me een knuffel gaf, een ongelooflijke faux pas van haar kant natuurlijk. Ze was zich rot geschrokken: toen mijn ouders huiswaarts keerden omdat het romantische hotelletje een hol vol huisstofmijten bleek, trof ze thuis geen dochter, maar wel tientallen lege Passoajus-blikjes aan. Het gevolg: huisarrest en maandenlang op school opmerkingen naar mijn hoofd als: “Wacht je totdat je moeder je komt halen voor de volgende les?” en “Moederskindje!” Ik was het mikpunt van spot op school, zelfs brugpiepers keken op me neer. En het ergste: de barman van de Swing keurde me geen blik waardig meer.

 

Voor een feestje maakt mijn moeder wekenlang lijstjes. En ik? Ik heb nachtmerries over lege buffettafels

Dit was natuurlijk allemaal de schuld van mijn moeder en ik zwoer dat ik nooit zo’n ongeruste bemoeial als zij zou worden. Maar het liep anders. Hoe ouder ik word, des te meer ik op mijn moeder ga lijken. Want ook ik ben: overbezorgd (als mijn vriend gaat wielrennen, ben ik bang dat hij valt), bemoeizuchtig (ik commandeer hem en zeg wie hij moet uitnodigen voor zijn verjaardag) en ongelooflijk nieuwsgierig (“Wie is Anja, die nieuwe Facebookvriendin van je?”). Allemaal eigenschappen die ik liever kwijt dan rijk ben. Mijn vriend trouwens ook. Dank je, mam.

 

De expert: ‘Je imiteert om bevestiging te krijgen: als ik net als mama doe vindt ze me lief’

Lijken op je moeder is bijna onvermijdelijk, weet psycholoog Jeannette Bolck: “Als klein meisje kopieer je het gedrag van je ouders. Je hebt geen voorbeeld van alternatief gedrag, dus het is moeilijk om het anders te doen. De meeste dochters zullen vaker de gedragingen van hun moeder dan die van hun vader nabootsen, want hun moeder is ook een vrouw. Daarnaast imiteer je om bevestiging te krijgen. Je denkt: als ik net als mama doe, vindt ze me lief.” Ik ben niet de enige: tweederde van de Nederlandse vrouwen rond de dertig zegt steeds meer op haar moeder te lijken, zo blijkt uit een enquête op viva.nl. Die gelijkenissen zitten ‘m in uitspraken, zich druk maken om dezelfde dingen, identieke gezichtsuitdrukkingen of gebaren, overgevoeligheid en zeuren. Ik herken me hierin. Mijn moeder en ik hebben regelmatig dezelfde gezichtsuitdrukking (als we geïrriteerd zijn, kunnen we net zo’n verfrommeld hoofd trekken) en we niezen hetzelfde (overdreven hard met een lange, schelle uithaal). Daarnaast maken we ons druk om identieke dingen en zeuren daar dan over. Pas nog, toen ik samen met mijn vriend op de bank lag uit te buiken na het eten. ‘De wereld draait door’ stond op en we dronken een kop thee. Toen hoorde ik mezelf uit het niets “Ga je zo afwassen, of hoe zit dat?” snauwen. “Dat doe ik hierna,” zei mijn vriend. Niet het antwoord dat ik wilde horen. Ik had gekookt, dus hij moest afwassen, en wel nu meteen. Hoewel ik de troep in de keuken niet kon zien, wíst ik dat die er was. Dit kon zo niet langer. En dus schreeuwde ik: “Nee, dat doe je nu, nu! Is toch een kleine moeite? Kom op zeg!” Mijn vriend keek me aan alsof ik mijn verstand had verloren, en ook ik schrok van mijn woorden. Waar kwam deze uitbarsting vandaan? Ik ben geen smetvrezende clean freak, het huishouden doe ik met tegenzin met de Franse slag. Maar ineens begreep ik het: ik herhaalde mijn moeders woorden, die ze twintig jaar geleden avond aan avond tegen mij zei. Want tot haar ergernis stelden mijn broer en ik het afwassen altijd zo lang mogelijk uit. Toen kon ik me niet voorstellen dat iemand zich aan zoiets kon storen. Psycholoog Jeannette Bolck verklaart: “Als je ouder wordt, kom je in hetzelfde leefpatroon als dat van je moeder terecht. Je gaat werken, krijgt een relatie en kinderen. Net als zij. Dan kan het zo zijn dat je dingen die je jouw moeder vroeger hebt zien doen, gaat herhalen. Die heb je opgeslagen in je geheugen en komen nu naar boven. En dat gedrag zal wel goed zijn, want mommy knows best.”

 

Viva-Mama ik lijk steeds meer op jou-Nov 2011

 

Ineens begreep ik het: ik herhaalde de woorden die ze twintig jaar geleden elke avond tegen me zei

Kan kloppen, want mijn leefpatroon is nog niet zo lang geleden veranderd: ik woon inmiddels samen. Het is mijn eerste keer, dus nu heb ik ineens óók iemand om tegenaan te zeuren. Hoewel, toen ik op mijn negentiende het ouderlijk nest verliet en op kamers ging, ontpopte ik me ook al snel tot een replica van mijn moeder. Vooral wat eetgewoontes betreft. Haar devies: eten is zonde om weg te gooien, dus dat doet ze niet. Het laatste plakje rosbief dat niemand op zijn boterham wil, smikkelt zij nog even op. En de chemische appeltaart waar de rest van het gezin zijn neus voor ophaalt, werkt zij tevreden naar binnen. Doe ik ook. Een restje eten dat net te klein is om in te vriezen, vindt automatisch zijn weg naar mijn mond, zelfs al heb ik meer dan genoeg gegeten. Zonde om weg te gooien. Toch? En dan is er nog mijn moeders diepgewortelde angst om te weinig eten en drinken voor haar gasten te hebben. In de aanloop naar een feestje maakt ze wekenlang lijstjes. Wie komt er wel en wie niet? En vooral: hoeveel gemarineerde gehaktballetjes zullen ze eten? Ik doe dat ook. Sterker nog: als ik bijna jarig ben, droom ik regelmatig dat er op de tafel maar twee bladerdeeghapjes staan en iedereen flauwvalt van de honger. Uit het Viva-onderzoek blijkt dat ‘je druk maken om dezelfde dingen als je moeder’ in de top drie staat van eigenschappen die dochters vooral níet van hun moeder willen overnemen. De rest van de top drie wordt gevuld door bemoeizucht en zeuren. Maar ? o ironie ? juist die eigenschappen worden vaak door dochters overgenomen. Hoe kan dat toch? Jeannette Bolck: “Als je iets heel graag níet wil doen, krijg je een tegenwerking. Wanneer je tegen een kind zegt: ‘Loop met deze taart en laat ‘m niet vallen,’ gebeurt dat juist wel. Door jezelf onder druk te zetten, verval je in gedrag dat je niet wil.” Hm. Had iemand me dat niet eerder kunnen vertellen? Aan de andere kant: ik moet niet overdrijven. Ik kan mijn moeder natuurlijk niet de schuld blijven geven van de minpuntjes in mijn karakter, want ik ben een volwassen vrouw en zelf verantwoordelijk voor mijn gedrag. Ik heb ook veel goede eigenschappen van haar overgenomen. Op haar negentiende kwam zij van Paramaribo naar Amsterdam om te studeren. In haar uppie. Daar is doorzettingsvermogen voor nodig, een eigenschap die ze aan mij heeft doorgegeven. En die nieuwsgierigheid en bemoeizucht zijn hartstikke handig voor mijn werk als journalist. Dus bij deze mam: ik lijk steeds meer op jou. En dat vind ik best oké.

 

Viva-onderzoek: zo moeder, zo dochter?

Aan de online enquête hebben 182 vrouwen tussen de 18 en 53 jaar mee-gedaan. De resultaten: 56 procent lijkt op haar moeder qua uiterlijk. Daar is 16 procent van deze vrouwen niet blij mee, maar een kwart vindt het juist erg leuk. Als het op het innerlijk aankomt, lijkt 64 procent op haar moeder. Dat bevalt 22 procent van hen wel, maar een kwart had liever dat het niet zo was. 14 procent wil niet op haar lijken, omdat ze geen goede band met haar heeft.

De top vijf van overeenkomsten tussen moeder en dochter:

1. uitspraken
2. druk maken om dezelfde dingen
3. gezichtsuitdrukkingen
4. gebaren
5. overgevoeligheid

De top drie van eigenschappen die vrouwen níet van hun moeder willen overnemen:

1. bemoeizucht
2. zeuren
3. druk maken om dezelfde dingen

Uit de enquête bleek nog: een derde van de vrouwen zou haar kinderen hetzelfde opvoeden als haar moeder heeft gedaan. De rest zou het wel iets anders doen, bijvoorbeeld door hun kinderen meer te knuffelen en meer complimentjes te geven dan hun moeder deed.

M.m.v. Jeannette Bolck (www.counselingamsterdam.nl)

 

Tekst: Amanda van Schaik

Foto’s: Shutterstock, iStockphoto en privébezit

Illustraties: Michelle van der Valk

WIT Wedding / Explosion hazard

This article describes how to deal with (pre-)wedding irritations.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Ontploffingsgevaar

Een moeder die bovenop je bruiloft zit, een partner die niet lijkt te beseffen dat er een bruiloft moet worden georganiseerd; genoeg aanleidingen om uit je vel te springen als je gaat trouwen. In je huwelijk straks trouwens ook. Klein probleem: het helpt niet. Hoe ga je wél constructief om met irritaties?

Mijn schoonmoeder zag onze bruiloft als een uitgelezen kans om in het middelpunt van de belangstelling te staan”, vertelt Sandra Becker. “Ze kondigde doodleuk aan dat zij zou speechen. Tijdens de ceremonie! De brutaliteit! Ik erger me altijd al aan haar koninginnesyndroom en dit was de limit. Ik reageerde snibbig en zei: ‘Nou nee, dat is nou niet bepaald de bedoeling’. En toen was het ellende: mijn schoonmoeder was tot in het diepst van haar ziel gekrenkt en mijn vriend was boos: ik had wel wat meer tact kunnen gebruiken.” Het helpt inderdaad niet om in de aanval te gaan, legt psycholoog Jeannette Bolck uit. “De bron van je irritatie kan heel valide zijn, maar als je boos wordt, stuit je op onbegrip bij de ander, die zich misschien van geen kwaad bewust is. Het is voor diegene ook heel moeilijk om naar je te luisteren als je al je kwaadheid over hem uitstort. Meestal is dan de primaire reactie terug te slaan, met woorden. Voor je het weet heb je ruzie en voelt iedereen zich ellendig.”

 

De druppel

Als irritaties leiden tot een ontploffing, komt dit vaak door de bekende druppel die de emmer doet overlopen. Jeannette: “Je hebt dan eerder irritaties, teleurstellingen en ongenoegens onderdrukt. Meestal heeft dit met onzekerheid te maken: je vindt dat je niet moet zeuren, wilt niet onaardig gevonden worden, of voelt je verdrietig: ben ik het niet waard om rekening mee te houden?” Als je deze gevoelens opkropt, wat vaak onbewust gebeurt, ontstaan weerstand en woede. Een klein incident kan dan zorgen voor een ontploffing. Jeannette: “In feite is het geprojecteerde boosheid: je wordt boos op de ander omdat je niet eerder voor jezelf bent opgekomen.” Het is volgens de psycholoog belangrijk om bij irritaties mild naar jezelf te kijken. “Je mag best teleurgesteld zijn of boos, dat is heel menselijk. Probeer voor jezelf uit te zoeken wat je precies vervelend vindt en waarom. Ga er niet vanuit dat je de ander doorziet, vul niets in. Door je irritatie kun je geneigd zijn de ander negatief te interpreteren.” Wat ook helpt is de behoefte-vraag: welke behoefte van jou is in het gedrang? Wat vind je belangrijk maar ‘krijg’ je niet? In het geval van Sandra kan dat bijvoorbeeld respect zijn.

Ze kan het gevoel hebben dat haar schoonmoeder haar niet respecteert, wat ze natuurlijk wel graag wil. Deze vragen helpen je helder te krijgen wat er speelt en op een constructieve manier het gesprek aan te gaan. Je kunt beter uitleggen welk gevoel je krijgt door wat de ander deed of zei, en hoe je graag zou willen dat het gaat.

 

Zelfzorg

Daarnaast kunnen irritaties te maken hebben met hoe je in je vel zit. Jeannette: “Je bent de ene dag veel sneller geïrriteerd dan de andere dag. Ben je heel druk of gestresst, zoals vaak bij het organiseren van een bruiloft, dan kun je minder hebben.” Ook in het dagelijks leven samen zijn er sneller irritaties als je moe bent. De een ploft na een dag hard werken op de bank met een glas wijn; de ander duikt de keuken in om te koken en vraagt cynisch: ‘Lig je lekker?’. Jeanette: “Irritaties zijn dan ook een teken dat je beter voor jezelf moet zorgen. Als je dat doet, zul je zien dat je meer kunt hebben. Raak je toch geïrriteerd, dan kun je rustiger reageren.” Het is goed om bij jezelf na te gaan op welke momenten je geïrriteerd raakt en welke thema’s daarbij betrokken zijn, bijvoorbeeld een eerlijke verdeling van de taken. En kijk dan hoe je daarmee zelf bezig bent. Je bent eigenlijk bekaf na een dag hard werken, maar móet van jezelf meteen koken. Jeanette: “Wat hier dan achter zit, is dat je veel van jezelf eist: ik mag pas rustig aandoen als ik al mijn taken heb gedaan. Of: mijn huis moet er altijd netjes uitzien. Of, in het geval van een bruiloft: het moet helemaal perfect zijn. En dan kun je je ergeren aan mensen die daar losser mee omgaan. Het voelt dan alsof alle lasten op jouw schouders rusten en soms zelfs alsof de ander je dwarsboomt.” Hierbij speelt jaloezie ook een rol, legt de psycholoog uit. “Je wilt zelf ook wel wat rustiger aandoen, zoals je partner, maar vindt dat er eerst nog van alles gedaan moet worden. Je bent dan vooral jaloers op zijn ontspannen gevoel, niet op hoe hij is.”

SANDRA: ‘Ik ergerde me altijd al aan haar koninginne-syndroom, maar dit was de limit’

 

Wij-probleem

Maar daarmee is niet elke irritatie opgelost, zoals met Sandra’s schoonmoeder of een partner die lui of juist perfectionistisch is. “Besef dat de ander het wel eens anders kan zien”, legt Jeanette uit. “Die vindt het misschien niet zo belangrijk hoe de uitnodigingen eruit zien en bedenkt niet dat jij misschien andere wensen hebt. Waar het om gaat is dat je accepteert dat jullie verschillend zijn. Dit betekent niet dat je je erbij neerlegt, maar dat je erkent dat er een verschil is.” En dan? Jeanette: “Maak er een wij-probleem van. Je kunt uitleggen wat de situatie met je doet en vragen of die ander je wil helpen het probleem op te lossen. Heb je bijvoorbeeld het gevoel dat je partner niet betrokken is bij de organisatie van je bruiloft, zeg dan: ‘Ik vind het zwaar om zoveel alleen te moeten beslissen en regelen. Ik zou graag willen dat de taken eerlijk verdeeld zijn en we meer samen doen.’ Met zo’n benadering kom je veel verder. Houdt een ander dan nog geen rekening met je, dan kun je zeggen: ‘Ik begrijp niet dat als ik ergens veel last van heb, of iets heel belangrijk vind, je daar geen rekening mee houdt’.”

 

WIT Wedding-Pg32-33

 

Een grens stellen

Bij Sandra liep het helaas hoog op. “Na de escalatie heeft mijn schoonmoeder mijn vriend gebeld en heel zielig gedaan. Dat ze zo verdrietig was over mijn reactie, zo graag op dit belangrijke moment iets persoonlijks wilde zeggen, enzovoort. Met als gevolg dat hij het wel goed vond en ik niet.” Als de ander niet bereid is rekening te houden met jouw wensen, kun je de confrontatie aangaan; een grens stellen, legt Jeanette uit. “Maar vaak durven mensen dat niet uit angst voor de consequenties. Je moet er op durven vertrouwen dat iemand niet zomaar met je breekt. En accepteren dat de ander je misschien even niet aardig vindt. Sta er eens bij stil wat de voordelen zijn van het niet uitspreken van je standpunt, en wat het je kost. Vind je het echt heel moeilijk om je grenzen aan te geven, oefen dan in minder heftige situaties en bij mensen bij wie je je veilig voelt.” In plaats van de confrontatie aangaan, kun je ook kijken wat het je oplevert als je de situatie accepteert. “Dan gaat het niet zoals jij wilt, en dat kan heel jammer zijn, maar je hebt wel meer rust. Het kan je ook een goed gevoel geven om de ander tegemoet te komen, als je ziet hoe gelukkig hem dit maakt. Het is dus een kwestie van afwegen.” Sandra en haar vriend kozen voor de gulden middenweg. Zijn moeder mocht speechen tijdens het diner. Sandra: “Ik baalde er eerst van, had helemaal geen zin in haar one-woman show, maar het was beter dan een familieruzie, waarbij ook nog eens mijn relatie onder druk kwam te staan. Dat was het mij niet waard.”

 

Bescherm jezelf

Dan heb je nog de situatie waarbij iemand je tijdens je bruiloft irriteert. De DJ draait slecht, een vriendin neemt haar kinderen mee terwijl je nog zo hebt gezegd dat de bruiloft zonder kinderen is. Jeanette: “Ik zou zeggen: doe jezelf een lol en laat het gaan. Jíj bent degene die er last van heeft als je je ergens aan stoort en meestal kun je er op dat moment toch niets aan veranderen. Het heeft dan weinig zin om er op dat moment een issue van te maken. Dat levert alleen maar een hoge bloeddruk op. Bescherm jezelf door van tevoren te beseffen dat er altijd wel iets anders gaat dan gepland.” Na de bruiloft kun je natuurlijk nog aan diegene vragen waarom hij deed wat jou irriteerde. Misschien is er een reden voor en zo niet, dan kun je vertellen dat je het jammer vindt. “Wat vaak helpt bij irritaties is beseffen dat de ander niet probeert jou dwars te zitten, maar bezig is een eigen behoefte te vervullen. Het is geen actie tégen jou.”

 

Tips om irritaties af te zwakken

• Ga een stukje wandelen
• Schrijf het van je af
• Blaas stoom af bij vrienden
• Doe een bodyscan (voel in je lichaam waar de spanning zit)
• Blijf rustig ademhalen

 

www.counselingamsterdam.nl

LIS / City stress vs. “green” happiness

This article compares moving to or living in a rural area with a more urban area.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Stadsstress vs. groen geluk

Voor 2015 moeten een miljoen huizen worden gebouwd, veelal in Vinex-wijken rondom steden. Steeds meer mensen komen zo tussen baksteen en beton te wonen. En laten we daar nu niet voor ‘gemaakt’ zijn. Karin Winkel (46) uit hartje Amsterdam onderzocht de impact van een onnatuurlijke leefomgeving op de psyche.

Gaan we wel of niet de stad uit? Na bijna twintig jaar wonen in Amsterdam bedenken we in de zomer van 2000 dat we toe zijn aan rust en ruimte, goed voor onszelf en onze drie kinderen. Maar zeker zijn we niet en er wordt tot vervelens toe de hele vakantie over gepraat. Eindelijk wordt de knoop doorgehakt: we gaan verhuizen! Een telefoontje naar de makelaar en ‘the deed is done’. Het Hoornse huis aan de haven dat we op het oog hadden, is van ons. Rust, water en veel groen. Ideaal voor de kids en veel beter voor ons jachtige ouders die maar doordenderen in het Amsterdamse. En ach, na zoveel jaren wordt het ook wel tijd om onze benedenwoning, met rinkelende trams voor de deur, te verruilen voor een ‘echt’ huis met een fatsoenlijke tuin. En garage!

 

Vitamine G

Recent onderzoek leverde een tastbare aanwijzing op dat de stad echt iets aan mensen veranderd. Bij een experiment bleek dat stadsmensen een hyperalert brein hebben en veel heftiger op stress reageren dan plattelandsbewoners. En hoe groter de stad, des te sterker de reactie. Het gebrek aan groen wordt als een van de oorzaken gezien. Dr. Jolanda Maas, onderzoekster aan het VU Medisch Centrum, promoveerde in 2009 met haar onderzoek naar ‘Vitamine G’ en legde het verband tussen een groene omgeving en gezondheid. Ze ontdekte dat mensen die in een groene omgeving leven zich gezonder voelen, minder kwalen hebben en minder vaak naar de huisarts gaan. Dit komt doordat deze mensen sneller herstellen van stress, vaker sociale contacten hebben en meer bewegen. Ze moeten bijvoorbeeld verder fietsen naar hun werk en meer tuinieren.

 

Mensen die in een groene omgeving leven, voelen zich gezonder, hebben minder kwalen en gaan minder vaak naar de huisarts

Jolanda pleit voor meer groen in stedelijk gebied. “Je kunt de verstedelijking niet tegengaan, maar wel de negatieve gevolgen ervan door extra groen aan te planten. Hoewel de woningdichtheid per hectare in Vinex-wijken toeneemt, komt hier doorgaans niet meer groen bij en dat is nu net wat wij nodig hebben.” Er zijn twee theorieën over de onstressende werking van groen. De eerste is de Stress Recovery Theory, die stelt dat wij van oudsher gewend zijn om te leven in de natuur, waar voedsel is en we dus veilig zijn, waardoor we makkelijker kunnen ontspannen. De tweede theorie, de Attention Restoration Theory, stelt dat je in de natuur snel ontspant, omdat het op een rustige en makkelijke manier afleiding biedt; je hoeft er geen moeite voor te doen. Onderzoekster Jolanda: “Groen nodigt uit tot bewegen en daarvan word je gezonder, ook geestelijk. Daarnaast bevordert een groene omgeving het opdoen van sociale contacten en dat is ook goed voor de mentale gezondheid.”

 

Huiduitslag

De positieve effecten van de natuur ten spijt, ons avontuur in Hoorn duurde welgeteld dertien maanden. In het begin was het aan de haven allemaal best leuk. We hadden vriendelijke buren en we genoten van het prachtige uitzicht vanuit onze keuken. Schepen voeren statig aan ons raam voorbij en ‘s zomers hoorden we de stagen tegen de masten klapperen. Maar al die rust, het groen, dat water, de meeuwen, de stilte: het kon me na driekwart jaar gestolen worden. Ik wilde terug naar de drukte en gezelligheid, lopend, desnoods kruipend, het maakte me niet uit hoe. Het huis ging weer in de verkoop en na ruim een jaar trok ik de deur in Hoorn voor de laatste keer achter me dicht.

Caroline: “Ik slaap veel beter in de polder, binnen een minuut ben ik weg”

 

LIS-Stadsstress vs groen geluk-Jan 2012

Hoorn werd ingeruild voor de wereldstad Londen, waar manlief een baan kreeg aangeboden die hij niet kon afslaan. Hartje centrum streken we neer en genoten van vier jaar hectiek. Daarna keerden we terug naar Amsterdam. Of ik nog gedacht heb aan een terugkeer naar het platteland? Nee. Maar dat het leven in de stad zo’n negatieve uitwerking op de mens kan hebben, is geen goed nieuws voor iemand die hopeloos faalde in de provincie. Naast meer stress, blijkt uit onderzoek dat de grotestadsbewoner anderhalf keer vaker hartfalen heeft. Depressie en angststoornissen heeft hij respectievelijk 39 en 21 procent vaker en zijn kans op schizofrenie en psychose is zelfs tweemaal zo hoog. Ook zijn stadsmensen ontvankelijker voor drugs en alcohol. Fijne wetenswaardigheden voor een moeder van drie tieners. Bovendien: ik herken het. Niet de psychoses en drugs, maar in Londen hoorden we verschillende mensen die in de stad werkten, praten over de ‘London disease’, met vage klachten als hoofdpijn, misselijkheid en huiduitslag. Psychologe Jeanette Bolck kent het fenomeen. “Door het leven in de stad heeft je immuunsysteem te lijden. De prikkels van de stad schroeven het adrenalineniveau continu op, daar lijdt je lijf onder. Daar komt de veelheid aan keuzes nog bij, er is veel leuks te doen. En veel mensen willen alles. Voor je het beseft, loop je jezelf voorbij, met zowel fysieke als psychische klachten tot gevolg. De pijntjes en ongemakken sluipen erin en veel mensen zijn zich er helemaal niet van bewust.”

 

Polderen

Mijn vriendin Caroline zei altijd dat ze nooit de stad de rug zou toekeren, maar het liep anders. Afgelopen zomer kreeg ik een verhuisbericht: na achttien jaar domicilie in Amsterdam vertrok ze naar de Flevopolder. Ze woont inmiddels samen met Wim, de man met wie het allemaal ‘begon’. Caroline: “Eigenlijk wilde ik diep in mijn hart altijd al ooit verhuizen naar de ‘middle of nowhere’. Het leek me heerlijk om veel lucht en aandrijvende wolken te kunnen zien. Alleen durfde ik die stap nooit te nemen. Tot de liefde me over de streep trok. Toen ik hier net woonde, moest ik wel even slikken. Het was zo rustig en afgelegen. Nu ben ik helemaal gewend.” Caroline komt vanwege haar werk nog vaak in Amsterdam. “Maar zodra ik in Amsterdam ben, merk ik dat ik onrustiger word: iedereen zit elkaar in de weg, irriteert zich aan elkaar. En voor ik het weet, gedraag ik me net zo. Zo kan ik me in de stad ontzettend ergeren aan auto’s met een buitenlands kenteken die de weg niet kennen, terwijl ik in de Flevopolder achter een tractor volledig relaxed blijf. Nu ik hier woon, besef ik hoe onrustig het leven in de stad is. Ik ben op het platteland veel rustiger, minder gestresst. Ik ben ook de hele dag buiten en stap ‘s avonds rozig in bed, alsof ik op wintersport ben. En ik slaap veel beter, binnen een minuut ben ik weg. Dat was vroeger wel anders. Daarnaast ben ik veel minder verkouden en heb amper nog kwaaltjes.” “Maar hoe zit het dan met je sociale leven?” vraag ik, in de hoop dat aan deze lofzang voor het platteland een einde komt. Er moet toch wel iets zijn wat tegenvalt? Caroline: “In de stad leefde ik veel individueler. Ik ken inmiddels iedereen hier en vind het ontzettend gezellig als er iemand spontaan langskomt. In Amsterdam kende ik mijn buren amper en zat ik er niet altijd op te wachten als iemand onverwacht aanwipte.”

Karin: “Al die rust, het groen, dat wat er, de stilte, het kon me na driekwart jaar gestolen worden”

 

Te veel groen

Hoe kan het dan dat al dat groen in Hoorn op mij niet zo’n positief effect heeft, dat ik er alleen maar meer gestresst en gedeprimeerd van werd, terwijl ik me daarna in Londen heel goed voelde? Jolanda Maas kan me daarop geen eenduidig antwoord geven. Ze vermoedt dat het Hoornse groen gewoon te veel was. Dat zou heel goed kunnen. En misschien heb ik het onbewust in Londen goed aangepakt. Ik fietste daar iedere dag naar mijn werk door Hyde Park en deed zo mijn dagelijks portie vitamine G op. Ook nu in Amsterdam fiets ik weer dagelijks door een park en bovendien loop ik daar een paar keer per week hard. Toch zetten de interviews me aan het denken. Want als ik uit het park kom, krijg ik de drukte meteen weer voor mijn kiezen. Een agressief toeterende auto, een vloekende fietser, je wordt er niet relaxter van. Ik wil ook wel met een rozig ski-gevoel binnen een minuut in slaap vallen. Psychologe Jeannette Bolck raadt haar cliënten aan veel de natuur op te zoeken. “Ga als het kan af en toe een weekend de stad uit, zoek de frisse lucht en ruimte op.” En voor al die andere dagen, weken maanden tussen baksteen en beton? “Probeer vaker, ook letterlijk, stil te staan bij wat je doet en in welk tempo. Weinig mensen houden er rekening mee dat lijf en psyche één zijn, ze steken hun kop in het zand en gaan vrolijk door in een te hoog tempo. Sta eens rustig stil voor een rood stoplicht. En zeg gewoon wat vaker: ‘Nee, nu even niet, ik ben moe.'” Kijk, met dat advies kan ik wel wat. Liever dat dan weer de stad uit.

 

Herstellen in de natuur

Volgens de Attention Restoration Theorie van Kaplan & Kaplan kan een individu in een herstellende omgeving, zoals de natuur, vier opeenvolgende stadia beleven.

  • 1e stadium. Willekeurige gedachten zoemen door je hoofd en verdwijnen langzaam.
  • 2e stadium. Onbewust herstel je van geestelijke vermoeidheid.
  • 3e stadium. Verwaarloosde gedachten en belangen worden verwerkt. Je hoofd wordt verder ‘leeggemaakt’.
  • 4e stadium. Reflectie op je leven, waardoor prioriteiten, mogelijkheden, handelingen en doelen aan bod komen.

 

Tekst: Karin Winkel

 

Libelle / Yay! Everything has been tidied up!

This article describes how women have the tendency not to relax until they have done all of their household chores.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Waarom sommige vrouwen pas kunnen ontspannen als alles netjes is

De hele dag rondrennen op kantoor of met de kinderen, en dan ‘s avonds ook nog het huis aan kant brengen. Want zolang het thuisfront niet netjes en geordend is, kan je niet rustig op de bank ploffen. Herkenbaar? Hoe kan dat toch? Waarom kunnen we in  – relatieve – rommel niet ontspannen?

“Het eerste wat ik doe als ik mijn huis binnenstap is de balans opmaken: wat is vies en rommelig? Wat moet ik nog allemaal doen? Vaak begin ik al met het uitruimen van de vaatwasser terwijl ik mijn jas nog aan heb.” Aan het woord is Esther (37), moeder van twee kinderen. Esther heeft geen rust in haar lijf als niet alles in huis aan kant is. “Ik heb geen smetvrees of zo, ik maak schoon met de Franse slag. En vies fonteintje in de wc? Ik haal er een snoetenpoetser overheen en dan vind ik het wel goed. Als het maar gebeurt! Ik kan niet rustig de krant gaan lezen als dat fonteintje vies is.”

 

Doorslaan en niet meer ontspannen

Psychologe Jeannette Bolck herkent dit patroon. “Het is een bepaald type mensen dat zo leeft. Ze hebben veel energie, zijn altijd met honderd dingen tegelijk bezig.” Op zich hoeft daar niets mee mis te zijn. Uit onderzoek uit 2009 van  van Hilde Wierda-Boer bleek dat het vervullen van verschillende rollen – opvoeder, werknemer en collega – en dus het jongleren tussen al die disciplines, ouders over het algemeen veel voldoening geeft. Met andere woorden: rondrennen is niet het probleem. Volgens Bolck is er pas iets mis als je – bijvoorbeeld in het opruimen en poetsen – doorslaat. Als je een van je rollen niet meer kunt loslaten waardoor je niet meer kunt ontspannen. “En dat ligt op de loer”, zegt ze, “want wanneer is het huishouden – of het werk, of je administratie, of wat dan ook – helemaal af? Dat bestaat gewoon niet. Je moet je op een bepaald moment kunnen afsluiten voor de ruis om je heen om te kunnen uitrusten.”

 

Meerdere taken voor de vrouw

Dat type mens, waar Bolck het over heeft, is dat meestal een vrouw? Bolck: “Ik kom vaker vrouwen tegen die zo zijn, althans, die erin vastlopen. Toch geloof ik niet dat het bij mannen niet voorkomt.

Psycholoog Marcelino Lopez zoekt de oorzaak voor de immer poetsende vrouw (of man) ergens anders. “Degene die zich het meest bekommert om het huis(houden) en daarin de meeste tijd en energie kwijt is, zal zich sneller storen als het – in hun ogen dan – een rommeltje is. Dat is natuurlijk waarom sommige mensen de rommel in andermans huis kunnen waarderen, terwijl het in hun eigen huis een doorn in het oog is.” Het feit is dat vrouwen nog altijd meer in het huishouden doen dan mannen. Volgens het rapport Nederland in een dag, Tijdsbesteding in Nederland vergeleken met die in vijftien andere Europese landen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2011 besteden vrouwen ongeveer drieënhalf uur per dag aan het huishouden en mannen twee uur. Lopez: “Hoe meer je je verantwoordelijk voelt voor je huishouden, hoe meer je pas kunt ontspannen als het opgeruimd is.” De situatie bij Theresa (39, moeder van drie kinderen) thuis, sluit naadloos aan op Lopez’ theorie. Zij werkt fulltime, haar man zorgt voor hun kinderen en  werkt parttime. Theresa: “Mijn man moppert dat hij overdag nergens aan toekomt, constant bezig is met opruimen en dat als ik ‘s avonds met de kinderen speel, alles weer een troep wordt. Liggen ze eenmaal in bed, dan plof ik op de bank. Terwijl hij de lego gaat opruimen! Ik begrijp dat niet, die lego wordt de volgende dag toch weer over de grond gegooid.” Lopez vervolgt dat degene die het huishouden doet, de staat van het huishouden ook als een visitekaartje kan zien. Lopez: “Het huishouden doen is onbetaald werk maar je wilt daar toch vruchten van zien: een opgeruimd huis. Dat levert gevoelsmatig punten op. Vandaar de drang om maar door te gaan.”

 

Vermoeidheid

Wat volgens Bolck ook meespeelt bij mensen die constant bezig zijn met een opruimmarathon is dat we in onze huidige maatschappij enorm veel prikkels hebben. Meerdere telefoon, computers, de iPad, propvolle agenda’s van diverse gezinsleden, de zomervakantie die al gepland moet worden, de verjaardag van oma: ‘Er is zoveel ruis in je hoofd, veel mensen kunnen dan niet nog eens ruis in hun omgeving aan. Die omgeving moet ordelijk en overzichtelijk zijn. Zo’n wasje dat daar in de hoek van de bijkeuken ligt te lonken kan niet genegeerd worden.” Jannieke (47), getrouwd, twee pubers, herkent dat deels. Jannieke: “Op kantoor werk ik heerlijk in een georganiseerde wanorde. Stapels papier op mijn bureau, drie gebruikte koffiekopjes naast mijn toetsenbord, een uitpuilende prullenbak: ik vind het heerlijk om me met alles behalve opruimen bezig te houden. Maar zodra ik een stap over de drempel van mijn huis zet, ga ik me storen aan rommel van de kinderen. Van een rondslingerende sporttas of een vies aanrecht kan ik echt hels worden. Eigenlijk is thuiskomen altijd een stressmoment: ik zit me vaak in de auto al op te winden over wat ik zal aantreffen. Na een dag hard werken eerst nog een half uur de keuken moeten poetsen: ik heb daar zo’n hekel aan!”

 

Volgens Jeanette Bolck is die vermoeidheid na een lange werkdag ook een reden waarom mensen zich eerder storen aan ruis om zicht heen:

“Ben je moe, dan kun je minder prikkels verdragen. En omdat je dan weer de hele avond de was gaat zitten vouwen of de badkamer gaat poetsen, kom je ook niet aan rusten toe. Zo kom je in een cirkel terecht van vermoeidheid en stress om het huishouden. Die cirkel moet je echt zien te doorbreken.”

 

Hoe tackel je de opruimdrang en leer je te ontspannen?

Psychologe Bolck raadt kleine stapjes aan:

“Ik houd cliënten voor dat ze heus niet meteen in een chaos hoeven te gaan leven. Het gaat erom dat ze leren loslaten, en dat kan stapje voor stapje. Oefenen helpt: vandaag poets ik niet het fornuis na het koken. Of: vanavond vouw ik geen was tijdens het tv kijken.” Bolck vraagt haar clienten wat er voor ergs kan gebeuren als er een avondje niet schoonmaakt of opgeruimd wordt. “De eerste keer jeuken hun handen om toch iets op te pakken. Maar na een keer merken ze dat de gevolgen – op zijn zachtst gezegd – te overzien zijn.” Het is een kwestie van jezelf conditioneren, zegt Bolck. “Je merkt dat je genoten hebt van een avondje niks doen, en de volgende keer wordt het een stukje makkelijker om een klusje te laten liggen.” Kortom: de wereld vergaat niet als perfectionisme iets bijgeschaafd wordt richting een handzame nonchalance.

 

PS:

Engels onderzoek wijst uit dat mannen de afgelopen dertig jaar een inhaalslag hebben gemaakt op huishoudgebied: ze zijn 60 % meer tijd gaan besteden aan het huishouden. Bij stellen die beiden werken, besteedt de vrouw vandaag de dag per week 33,3 uur aan betaald werk en 4,4 uur aan huishoudelijke taken. Hun mannen: 38,4 uur aan betaald werk en 2,28 uur aan huishouden. Mannen werken dus 13 procent meer, en poetsen 50 procent minder.

 

PS2:

Een taak die vrouwen nog altijd niet uit handen geven? De was! De keuken laten we wel graag overnemen door de man.

 

Weetje

Voor tips over de franse slag en andere ontsnappingsmogelijkheden: www.clubvanslechtehuisvrouwen.nl. Een vrolijke en nuttige website van een groep vrouwen die hardop durven te zeggen dat zij geen perfecte huisvrouw zijn. Omdat zij het niet kunnen, niet leuk vinden, er geen prioriteit aan stellen. Of omdat het bij hen thuis altijd een rommeltje is. De ene vrouw vindt dit juist fijn en is er trots op, de andere zoekt naar tips om dit te veranderen.

 

Tekst: Lara Aerts

Fotografie: Getty

 

Flair / YOU do it!

This article describes how to fix up your house or do chores together with your spouse/partner, without getting into a fight. …

Margriet / The shapeable man

This article describes how women have the tendency of wanting to change their man (after the first love buzz has died). As …

Ook / Being a grandmother: does it change your life forever? Yes/No

This article describes different reactions of grandmothers on the question whether having grandchildren has changed their …