In the media

Counseling amsterdam in the media

Flair / YOU do it!

This article describes how to fix up your house or do chores together with your spouse/partner, without getting into a fight.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Klussen zonder ruzie

Wekenlang verven, schuren en behangen is níet romantisch, ondervond journalist Priscilla. Met deze tips voorkom je dat de bom barst.

Klussen is voor mij synoniem voor ruzie. En dan niet het soort waarbij mijn vriend en ik in de bouwmarkt beschaafd kibbelen over de kleur verf. Nee, als wij doe-het-zelven leidt dat tot zo veel onenigheid dat we elkaar, zelfs als de klus geklaard, is nog een paar dagen compleet negeren. De laatste verhuizing is daar een mooi voorbeeld van. Anderhalf jaar geleden zagen we op Funda het perfecte huis: een rijtjeswoning, compleet opgeknapt. Nieuwe badkamer, nieuwe keuken en een vloer die zo blonk dat het leek alsof er nog nooit overheen was gelopen. Dat laatste was ook het geval, vertelde de eigenaar. “Het huis is net af. Mijn vriendin en ik hebben een half jaar lang geklust”, zei hij met vochtige ogen. Op mijn vraag waarom hij het dan nu al wilde verkopen, antwoordde hij: “Toen het huis af was, was onze relatie over.” In de auto spraken mijn vriend en ik twee dingen af: we zouden een bod doen én zo snel mogelijk verhuizen. Zonder in een relatiecrisis te belanden zoals de vorige bewoners.

Omdat het huis alleen maar gewit hoefde te worden, reserveerden we tien dagen om de verhuisklus te klaren. Eitje, dachten we. Maar dat viel tegen. Op dag één zouden we het behang van ons oude huurhuis eraf halen, omdat we alles in originele staat moesten opleveren. Jammer dat de stuclaag mee kwam. Op dag twee bleek de verf in het nieuwe huis niet te pakken en bleken de uren noeste schilderarbeid voor niets geweest. De muren zagen er nog slechter uit dan voordat wij aan de slag waren gegaan. Daarna elektrocuteerde vriendlief zichzelf bijna toen tijdens het ophangen van het stopcontact de stroom er tóch nog op bleek te zitten. Hij kreeg zo’n schok dat zijn arm bijna gevoelloos was en hij van het keukentrapje stuiterde. Uiteraard kreeg ik de schuld. En zo stapelde klusdrama na klusdrama zich op. En dat had zo zijn uitwerking op de sfeer. Op dag tien stonden alle verhuisdozen weliswaar in het nieuwe huis, maar zeiden wij niet eens meer welterusten tegen elkaar. We waren uitgeput en bloedchagrijnig. Inmiddels ben ik erachter dat we niet de enigen zijn bij wie de sfeer tijdens het betere doe-het-zelf-werk omslaat. Vrienden, collega’s en familie: iedereen die ik ken, heeft weleens een klusruzie gehad. Een onderzoek dat magazine 101 Woonideeën vorig jaar hield onder haar lezers bevestigt dat beeld. Daaruit blijkt dat 71 procent van de vrouwen zich aan hun partner ergert tijdens het klussen. Tien procent krijgt zelfs knallende ruzie met haar wederhelft.

‘Na een half jaar klussen was onze relatie over’

Met in het vooruitzicht een zolderverbouwing en ook nog een tuinmetamorfose waar Rob Verlinden jaloers op zou worden, vraag ik me af: is het mogelijk het tijdens de verbouwing gezellig te houden? Psycholoog Jeannette Bolck, gespecialiseerd in relatietherapie, stelt me gerust. “Ja hoor, je kunt het leuk houden, mits je van tevoren een realistische voorstelling van het klussen hebt. Veel stellen romantiseren het doe-het-zelven; samen liefdevol de muren schilderen of in harmonie een complete verbouwing leiden. Maar de realiteit is allesbehalve romantisch. Klussen staat op nummer twee in de top tien van grootste stressmomenten. Dat komt door een combinatie van factoren: je slaapt weinig, zit constant op elkaars lip, werkt onder tijdsdruk en doet dingen die je anders nooit doet, zoals verven of zagen. Veel stellen zijn daarbij ook nog nerveus omdat ze voor het eerst gaan samenwonen of naar een nieuwe omgeving verhuizen. Dat maakt verbouwen tot een soort pressure cooker voor je relatie: de spanning bouwt zich gaandeweg op tot het tot een explosie komt.”

Vriendin Susan (28) weet precies waar Jeanette het over heeft. Susan: “Mijn vriend en ik kochten vol goede moed een jarendertighuis, een opknappertje. Drie maanden lang zouden we over de verbouwing doen. Na drie weken voelde ik de onderhuidse spanning al groeien. Jonathan sloopte per ongeluk de verkeerde muur en ik kwam erachter dat er van elke deurpost drie laklagen moesten worden geschuurd, waardoor de blaren op mijn handen stonden. Om ruzie te voorkomen, hielden we onze mond en werkten stug door. Totdat we op een avond koffie gingen drinken bij Jonathans ouders. Ik maakte een grapje over de gesloopte muur en toen ging het mis. Jonathan liep rood aan en schreeuwde: ‘Nee jij dan! Jij doet al drie weken over twee deurposten. Dat schiet op, kluswonder!’ Toen hij zo tegen me schreeuwde, had ik het opeens helemaal gehad. Met overslaande stem riep ik terug dat zelfs Bob de Bouwer nog betere klusskills heeft, waarop Jonathan uit zijn dak ging. Binnen twee minuten schreeuwden we zo hard dat de hele buurt kon meegenieten. Mijn schoonmoeder pakte trillend haar koffiekopje op, ik rende hysterisch huilend naar boven. Ik was er echt klaar mee. Zo’n ruzie hadden we nog nooit gehad.”

‘Ik wil zijn vader nooit meer over de vloer als wij klussen’

Flair-Doe het lekker zelf-Sep 2011

Hoe voorkom je dat het, ondanks alle stress, tot zo’n explosie komt? Jeannette: “Nu komt die goede voorbereiding om de hoek kijken. Voordat je aan een project begint, is het belangrijk eventuele valkuilen te bespreken. Is je vriend een introvert type? Vraag of hij zijn best wil doen om zijn ergernissen te bespreken voordat de bom barst. Maak ook een realistische tijdsplanning. Werk jezelf niet de blaren op je handen, maar neem af en toe een avondje vrij en ontspan met z’n tweeën. Je zult zien dat alles na een avond ontspanning dubbel zo snel gaat. Heb je geen tijd een avondje vrij te nemen, schakel dan hulp in van vrienden of familie, of spreek af: we gaan nog een keer tot ‘s nachts door en daarna gaan we iets leuks doen. Zo wordt het geen uitzichtloze uitputtingsslag. Want juist door vermoeidheid ontstaan de grootste ruzies. Je ziet alles negatiever en gaat alleen maar meer fouten maken, omdat je over je grenzen heen gaat. Probeer dus te vermijden dat je zwaar oververmoeid raakt.” Collega Jeanine (33) en haar vriend kwamen tijdens de verbouwing van hun huis in tijdnood. Om verloren tijd in te halen vroeg Jeanines vriend of zijn vader een paar avonden kwam helpen. Jeanine: “Menno’s vader is een beste man, maar ik wil hem nooit meer over de vloer als wij klussen. Nadat we een uitbouw hadden geplaatst, zou hij Menno helpen met de nieuwe vloer, terwijl ik de raam- en deurposten verfde. Hij was nog geen vijf minuten binnen of hij vertelde me al dat ik mijn schuurpapiert verkeerd vasthield. En dat ging zo maar door. Als ik schuurde, zei hij: ‘Die deurpost is je oma niet, doe eens wat harder je best’ en als hij toe was aan pauze tikte hij op mijn schouder en zei doodleuk: ‘Koffie graag, en niet zo’n Haags bakkie.’ Na twee avonden heb ik Menno voor de keuze gesteld: of zijn vader eruit of ik. Hij vond dat ik dankbaar moest zijn voor zijn hulp en liet hem de volgende avond gewoon weer komen. Ik ben pas doorgegaan met klussen toen zijn vader weg was.”

‘Doodleuk scheurde hij mijn behang er weer af’

Jeannette Bolck: “Dit is altijd een lastige. Ergens is het logisch dat Jeanines vriend het opneemt voor zijn vader, omdat hij zijn vrije tijd opoffert om te helpen, maar dat betekent niet dat hij Jeanine ook de les mag lezen in haar eigen huis. Wil je ruzie met klusvrijwilligers voorkomen? Zeg dan rustig: ‘Fijn dat je helpt, maar de dingen die ik doe, doe ik op mijn eigen manier.’ Durf je dat niet, omdat het om je schoonouders gaat, laat je vriend dan tegen hen zeggen dat het best wat minder kan met die opmerkingen. Zo voorkom je beladen discussies.”

Nine (32) heeft een vriend die alles veel beter weet als het om klussen gaat. Nine: “Koud een week nadat ons nieuwbouwappartement werd opgeleverd, kon ik Martin al achter ons nieuwe behang plakken. We hadden van tevoren afgesproken dat ik de eerste drie dagen alle slaapkamers zou verven en behangen. Martin zou daarna de vloer leggen en alles afwerken. Toen ik na een dag werken even bij hem kwam kijken, stond hij doodleuk het behang dat ik op de muur had geplakt eraf te scheuren. Zijn uitleg: hij had er een luchtbelletje onder gezien. Ik zei dat ik het belachelijk vond, maar dat weekend stond hij ook de verwarmingsbuizen die ik had gelakt opnieuw te verven. Hij gedroeg zich alsof ik een nietsnut ben en hij het klussen heeft uitgevonden!” Myrthe (27) herkent dat. Haar vriend gedroeg zich tijdens het klussen net zo betweterig en schold bovendien iedereen uit die in zijn buurt kwam. Myrthe: “Op een gegeven moment was het zo erg dat de kinderen verdwenen zodra Pascal zijn gereedschapskist tevoorschijn haalde. Toen hij als een klein kind op de grond stond te stampen en tegen zijn hamer tekeerging, heb ik gezegd: ‘Ik wil dit niet meer. We moeten hier afspraken over maken. Het kan niet zo zijn dat niemand in de kamer durft te komen als jij klust.’ We hebben nu afgesproken dat hij zich probeert in te houden als er iemand bij is. Mocht er echt iets misgaan waardoor hij stoom moet afblazen, dan zegt hij dat rustig en ga ik even weg. Heel kinderachtig dat het zo moet, maar tot nu toe werkt het prima.”

Jeannette Bolck vindt dat Myrthe het goed heeft aangepakt en geeft mij ook de tip om afspraken te maken voordat wij beginnen aan de zolderverbouwing en de nieuwe tuin. “Een verbouwing of verhuizing moet je benaderen als een zakelijk project. Als er op je werk iets moet gebeuren, leg je van tevoren vast wie wat doet en waarom. Ieder heeft immers zijn of haar kwaliteiten. Waarom zou je dat niet doen bij een groot project als een verbouwing? Ga van tevoren aan tafel zitten en bekijk hoeveel tijd jullie voor de verbouwing hebben. Is het realistisch om de klus in die tijd te klaren? Spreek daarna af wie wat doet en dat je elkaar niet onnodig corrigeert. Bang dat je last krijgt van opgekropte ergernissen? Beloof elkaar dan dat je alles op tijd uitspreekt en dat je af en toe ook apart klust. Voortdurend op elkaars lip zitten is niet gezond. En ook belangrijk: maak afspraken over het financiële plaatje en avondjes vrij. Des te vollediger je contract, des te minder kans dat er oorlog uitbreekt tijdens het klussen.”

Met nog 31 dagen op de kalender voordat bij ons thuis het dak er letterlijk afgaat, schuif ik met mijn vriend aan tafel om afspraken te maken. Belofte 1: we plannen extra tijd in tussen de plaatsing van de dakkapel en de aanleg van de tuin. Belofte 2: ik ben chef-dakkapel, hij chef-tuin. Dat betekent dat een van ons de volmacht heeft knopen door te hakken als er problemen zijn. De ander mag zich daarmee niet bemoeien. Zeker niet als hij voor zijn werk in Engeland zit. En belofte 3: we zullen elkaar na de komende klusmaand nog steeds welterusten wensen. Kinderachtig om zo’n zelfgemaakt contract allebei te ondertekenen? Misschien wel. Effectief? Ik hoop het. Ik wil nog lang geen verkoopbord in de tuin.

 

Tekst: Priscilla Borgers

Illustratie: Kristel Steenbergen

Margriet / The shapeable man

This article describes how women have the tendency of wanting to change their man (after the first love buzz has died).

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

De maakbare man

… Maar hij heeft ook wat minder leuke karaktertrekjes

Een andere broek, een wat vlottere bril, een hipper kapsel: het uiterlijk van je geliefde valt nog wel aan te passen, maar zijn persoonlijkheid… Maar waarom wíllen we onze partner eigenlijk veranderen? En heeft het überhaupt zin?

Een fris en opgeruimd huis, zonder dat je hem drie keer hebt moeten vragen of hij alsjeblieft dat kopje in de afwaswasmachine wil zetten; een complimentje over je nieuwe jas of gewoon omdat hij je nog steeds mooi vindt. Een luisterend oor als jij na een hectische werkdag je verhaal kwijt wilt: is het nou werkelijk te veel gevraagd om dit van je echtgenoot te verwachten? Volgens Ilona (43, uit Eindhoven) wel. “Toen ik met Frank ging samenwonen ging ik me opeens heel erg aan zijn gedrag storen. Hij noemt zichzelf ‘lekker relaxed’, maar ik vind zijn ‘relaxte’ gedrag gewoon supervervelend. Na zijn werk ploft hij op de bank en komen er maar drie woorden uit hem: ‘Nee’ en ‘Ja, straks’. Ondertussen moet ik continu alles regelen. Ik neem het voortouw met vakanties plannen. Ik moet een oppas regelen als we een avond uit willen. Ik struin het internet af op zoek naar scholen voor ons kind. Het lijkt wel alsof hij zich helemaal niet om ons bekommert. Man, denk ik dan, doe ook eens wat! Maar hoe vaak ik er ook wat van zeg, Frank blijft gewoon lui en chaotisch. Hij helpt me uiteindelijk wel, maar dan moet ik eerst kwaad worden. En als hij dan eindelijk een keer initiatief heeft genomen, heeft hij voor zijn gevoel zijn taak voor die maand volbracht, en gaat hij weer achteroverleunen.”

Een introverte geliefde zal nooit een uitbundig gezelligheidsdier worden. En een gesloten persoon zal nooit zijn diepste geheimen met je delen.

 

Dag roze wolk

In blinde verliefdheid vind je alles aan iemand nog geweldig. Je geliefde laat zich van zijn beste kant zien, en zelfs zijn mindere trekjes vind je nog aandoenlijk. Maar als de roze wolk eenmaal is verdwenen, is daar de koude douche van de realiteit. Je vriend is toch niet zo attent als je dacht, en de karaktereigenschappen die je eerst zo leuk vond, kunnen je opeens gaan tegenstaan. “In het begin van een relatie heb je vaak behoefte aan een tegenhanger van jezelf. Ben je zelf erg opgeruimd en punctueel, dan kan het bevrijdend zijn als je iemand tegenkomt die wat nonchalanter in het leven staat,” zegt psycholoog Jeannette Bolck. “Maar als je elkaar wat langer kent, kan zijn nonchalance je opeens gaan irriteren.” Je vindt het vervelend dat hij zijn spullen overal laat slingeren, of dat hij het niet zo nauw neemt met de tijd. Dit zijn de momenten waarop de eerste pogingen tot verandering de kop opsteken. Vraag jezelf in eerste instantie af waarom je zo graag wilt dat je partner verandert, adviseert Bolck. Waarom wil je eigenlijk dat hij wat opgeruimder is en waarom vind je het zo vervelend dat hij na zijn werk lui met biertje op de bank ploft? Bolck: “Het klinkt misschien gek, maar als je wilt dat je partner verandert, heeft dat vaak met jaloezie te maken. Als jij je ergert aan zijn gedrag, kan dat betekenen dat jij dat zelf ook wel zou wil len kunnen: gewoon ontspannen als je daar zin in hebt, ook al staat er een berg afwas te wachten. Eigenlijk neem je het je partner indirect kwalijk dat jij er zo hard aan trekt. Dus als hij nou wat meer wordt zoals jij, dan kun jij wat meer achteroverleunen.” Je kunt dus wel eisen dat hij verandert, maar je kunt het ook als signaal opvatten dat je wat beter naar je eigen behoeftes moet luisteren. Is het echt zo erg als je na een baaldag op je werk met een pyjama op de bank kruipt en een pizza bestelt? En als jij net als hij ook behoefte hebt aan ontspanning, waarom trakteer je jezelf dan niet op een verwendag? Of neem een lekker bad zodat je hem en zijn rotzooi even niet hoeft te zien.

Je kunt wel eisen dat hij verandert, maar je kunt het ook als signaal opvatten dat je wat beter naar je eigen behoeftes moet luisteren.

 

Margriet May 2011

 

Tegenstanders

Erop blijven hameren dat iemand moet veranderen, kan volgens Bolck een relatie onder druk zetten. De schroef wordt dan zo strak aangetrokken dat je op den duur niets meer van elkaar kunt hebben. Je wordt dan tegenstanders in plaats van teammaatjes. Dat merkte Charlotte (34, Sittard): “Mijn man vindt het heel moeilijk om dingen weg te gooien. Toen ik bij hem introk, stond ik werkelijk versteld van wat ik allemaal tegenkwam: lege jampotjes, handleidingen in het Chinees of Jiddisch, oude schoolgidsen, wel tien aangebroken pakken macaroni. In het begin kon ik er wel om lachen. Als ik een potje tegenkwam dat vijf jaar over de datum was, zei ik spottend: ‘Kan dit weg, of wil je hier nog iets mee?’ Op den duur vond ik het niet meer grappig. Zeker toen we een kindje kregen en mijn man het vertikte zijn oude troep weg te gooien. We kregen steeds vaker ruzie, en ik had het gevoel dat hij geen ruimte wilde vrijmaken voor zijn gezin. Hij voelde zich op zijn beurt gecontroleerd en vond dat ik alleen nog maar kritiek op hem kon hebben. We hebben toen een deal gemaakt: samen hebben we de echte rotzooi weggegooid, de rest in dozen naar de garage gebracht en alleen onze mooiste spullen in de woonkamer gezet.”

Dit is volgens Bolck een prima tussenoplossing. “Je kunt ieder op je eigen eilandje blijven zitten en koppig zeggen dat je niets wilt veranderen, maar dat is niet realistisch. Je zit toch in een relatie, dus je zult je moeten aanpassen.’ Probeer in eerste instantie uit de strijd te komen door een eerlijk gesprek te hebben over elkaars behoeftes. Ontmoet elkaar halverwege, zo luidt het advies. Wil hij op vakantie samen cultuur snuiven en lig jij liever de hele week lui aan het zwembad met een goed boek? Stem dan toe met een eerlijke verdeling van rust en culturele uitstapjes. En kijk of je je eigen behoeftes niet op een andere manier kunt vervullen, want dat ligt er vaak aan ten grondslag: je wilt dat je man verandert, omdat jouw behoeftes anders niet worden bevredigd. Houdt je echtgenoot bijvoorbeeld niet van klassieke muziek, kijk dan of je met een vriendin naar dat pianoconcert kunt gaan.

En dan is daar de koude douche van De realiteit. De karaktereigenschappen die je eerst zo leuk vond, kunnen je opeens gaan tegenstaan.

 

Verliefde bril

Wees daarnaast blij met kleine veranderingen. Een introverte geliefde zal nooit een uitbundig gezelligheidsdier worden. En een gesloten persoon zal nooit zijn diepste geheimen met je delen. Wat volgens Bolck ook helpt, is om die eigenschap die je wilt veranderen, weer even door een verliefde bril te bekijken. Elk irritant trekje heeft namelijk ook een charmante tegenhanger. Je vindt het misschien vervelend dat je man nooit mee wil naar feestjes, maar zijn rust en huiselijkheid voelt ook lekker warm en vertrouwd.

Verwacht niet dat je zijn persoonlijkheid kunt veranderen, maar sluit een compromis dat voor iedereen goed voelt. Het gaat er dan om in hoeverre je je kunt aanpassen aan elkaar, en toch het gevoel hebt dat je nog jezelf bent. Als je partner het heel belangrijk vindt om een keer in de week met zijn vrienden af te spreken, moet je hem die ruimte geven. Kort hem dus niet op dingen die hoog op zijn prioriteitenlijstje staan, en maak verder duidelijke afspraken die voor jullie allebei goed voelen. Als je bijvoorbeeld wilt dat je man wat meer meehelpt in huis, geef hem dan taken die hem goed liggen. Laat hem bijvoorbeeld de administratie doen, en de badkamer en het toilet schoonmaken. Het precies doormidden splitsen van alle taken leidt alleen maar tot ruzies, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Omdat stellen dan continu aan het meten, vergelijken en twisten zijn over wat een eerlijke verdeling is. Maak dus een ongeveer gelijkwaardige verdeling. En heel belangrijk: vergeet vooral niet wat je wel in hem waardeert. Het loslaten van veranderdrang geeft rust, en komt je relatie ten goede. Kun je het toch niet laten, bedenk dan dat het altijd tweerichtingsverkeer is: jij ergert je aan zijn rommelige karakter, en hij stoort zich eraan dat jij altijd zo opgeruimd bent. Doe allebei wat water bij de wijn. Aan iemands persoonlijkheid kun je niet sleutelen, wel aan de manier waarop je met de situatie omgaat.

 

Meer weten?

Psycholoog Jeanette Bolck heeft een praktijk voor volwassenen, pubers, en kinderen in Amsterdam. Meer informatie: www.counselingamsterdam.nl

 

Tekst: Otje van der Lelij

Illustratie: Tessa Benders/Studio Bont

 

Ook / Being a grandmother: does it change your life forever? Yes/No

This article describes different reactions of grandmothers on the question whether having grandchildren has changed their lives forever.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Stelling: ‘Het omaschap verandert je leven voorgoed’

 

Nee zegt onze hoofdredacteur Carla van Klaveren (53), oma van Daniël (3 maanden)

“De meest gestelde vraag sinds Daniël op 22 oktober ter wereld kwam, is hoe ik me voel nu ik oma ben. Juist omdat ik al bijna vijf jaar hoofdredacteur ben van een tijdschrift speciaal voor opa’s en oma’s, is iedereen mateloos geïnteresseerd of ik als mens ben veranderd. Maar ik kan niet zeggen dat het heel anders is geworden. Ik voel me nog precies dezelfde Carla, heb nog dezelfde baan, collega’s, vrienden en liefhebberijen. Het is bijzonder dat we een nieuw familielid erbij hebben die bij ons blijft, maar ik ben geen surrogaatmoeder. In tegenstelling tot toen ik zelf moeder werd, is mijn leven niet 180 graden gedraaid met de komst van Daniël. Toen wist ik: vanaf nu zal mijn leven nooit meer hetzelfde zijn. Dat heb ik niet met het omaschap. Alles gaat gewoon door in hetzelfde tempo. Ik ben ook niet minder gaan werken en heb geen vaste oppasdag of een speciale babykamer. We hebben natuurlijk wel alles in huis voor als Daniël komt logeren in de vakanties, maar ik hoef niet op gezette tijden voor hem te zorgen. Dat zou ik ook niet willen. Als collega’s dat vroeger hoorden, zeiden ze altijd: ‘Wacht maar totdat hij is geboren, dan ben je wel om.’ Maar dat is niet gebeurd. Ik vind dat als je echt vast oppast er een bepaalde structuur in komt en het net is alsof je in loondienst bent. Nu kan ik met mijn vrije dag doen wat ik zelf wil. Een dagje winkelen, een lang weekend weg of bij het mannetje langs gaan. Wij, zijn opa en oma, zijn er puur voor het verwennen. Uiteraard willen we in de vakanties graag dat hij komt logeren en gaan we met hem naar de speeltuin. Dat lijkt me heerlijk.

Het leuke is dat ik me al jaren kon voorbereiden op het omaschap. Ik lees alle brieven en mails die binnenkomen op de redactie. Vooraf maakte ik me er al een voorstelling van, maar ik was erg benieuwd hoe het in het echt zou zijn. Wat gaat er volgens het cliché en wat is anders? Ik ken de verhalen van oma’s die helemaal van hun sokken werden geblazen vanwege de komst van een kleinkind, maar dat had ik dus niet. Misschien komt het doordat ik verder weg zit en Daniël niet elke vrije minuut kan zien. Doordat we anderhalf uur van elkaar vandaan wonen, ben ik een langeafstandsoma en moet ik het hebben van zondagse bezoekjes of af en toe een fijn oppasmiddagje.

‘Mijn kleinkind is geen nieuwe invulling van mijn leven geworden, maar een prettige aanvulling’

Dat neemt allemaal niet weg dat ik dolblij ben met de kleine man en zielsveel van hem houd. Ik ben trots en gelukkig dat ik zijn oma mag zijn. Ik zie hem als een geweldig geschenk, een cadeautje van de natuur. Ik was ook erg blij verrast om mijn zoon Theo en schoondochter Jessie als ouders te zien. Ze doen het zo goed.

Ik ben in de eerste zes weken van Daniëls leven elke week langsgegaan om te hechten aan hem, maar daarna werd dat een te grote belasting. Nu komen we zo vaak mogelijk. En ondanks dat ik als mens niet ben veranderd, voldoe ik wel helemaal aan het stereotype beeld van een oma. Ik heb jasjes gebreid, stapels kleertjes gekocht en achter mijn bureau hangt het vol met foto’s van Daniël. Als ik hem twee weken niet zie, dan begin ik hem al erg te missen en verlang ik naar het pukkie. Zodra ik dan weer de kamer binnenstap, heb ik slechts oog voor hem. Mijn kleinkind is geen nieuwe invulling van mijn leven geworden, maar een prettige aanvulling.”

 

OOK-Pg56-57

 

Ja zegt OOK-lezeres Justine Vermeer (61), oma van Jorrit (5) en Marit (1,5 jaar)

“Zonder mijn kleinkinderen zou ik nog steeds ‘s morgens de Albert Cuyp oplopen en ‘s middags naar mijn bridge- en sportvereniging gaan. Ik ging regelmatig met vriendinnen de hort op en had meer vrije tijd. En met mijn man die 73 is en al een paar jaar gepensioneerd, maakte ik vaker leuke stedenreisjes. Nu passen we samen drie vaste dagen op Jorrit en Marit, en springen we als het nodig is ook in het weekend bij. Er gaan weken voorbij zonder dat ik tijd heb om een middag te kunnen winkelen in de stad en ons laatste tripje naar Wenen dateert alweer van een halfjaar geleden. Onze agenda wordt bepaald door de kleinkinderen.

Twee jaar geleden kwam mijn dochter Marion naar mijn man en mij toe met de vraag of wij bereid zouden zijn te verhuizen naar het dorp waar zij woonden. Wij pasten toen al, op de dagen dat Marion in Amsterdam werkte, bij ons thuis op Jorrit, maar hij zou eerdaags naar school moeten en dan had zij een probleem. In eerste instantie stonden mijn man en ik niet te springen om onze clubs achter te laten en ons geliefde Amsterdam te verlaten. Maar de liefde voor onze dochter en de wens om de jeugd van ons kleinkind – toen hadden we er nog maar één – van dichtbij mee te maken gaf de doorslag. We ruilden onze bovenwoning in de Pijp in voor een seniorenflat in een gehucht van amper driehonderd inwoners, op loopafstand van onze dochter. We hebben er geen dag spijt van gehad. Natuurlijk duurde het even voordat we waren ingeburgerd, maar op voorhand leek de stap veel groter. Het huis is prima, we hebben een veel groter balkon en de huur is lager dan in Amsterdam. Ik heb hier al wat vriendinnen gemaakt en mijn man is lid geworden van een biljartvereniging. Dat ik nu een totaal ander leven leid, vind ik niet erg.

‘Als ik ze twee dagen niet heb gezien, gaat het kriebelen en bel ik op of ik langs mag komen’

Ik noem het oppassen af en toe gekscherend mijn ‘onbetaalde parttime baan’. Drie dagen per week ben ik van ‘s morgens half acht tot ‘s avonds zes in touw met twee heel jonge kinderen. Maar hoe vermoeiend het soms ook is, ik ben stapel op de kindjes en blij dat ik onze dochter hiermee uit de brand help. Ik was dolgelukkig dat ik op de valreep toch nog oma werd. Onze enige dochter was al 39 toen ze via IVF zwanger raakte van Jorrit en op haar 43ste beviel ze van Marit. Dat zijn twee onverwachte cadeautjes.

Ik voel me bevoorrecht dat ik een rol mag spelen in hun leven. Ik kan uren met de kinderen tutten en knuffelen. Als ik ze twee dagen niet heb gezien, gaat het kriebelen en bel ik op om te vragen of ik niet even een kop koffie kan komen drinken. Het is fascinerend hoe snel die kleintjes veranderen. Marit begint steeds beter te praten en is echt oma’s lievelingetje. Maar ook Jorrit komt enthousiast de klas uit gerend, zodra hij me ziet op het schoolplein en wil heel vaak een nachtje komen slapen.

Het is zo leuk dat die kinderen al zo’n band met ons opbouwen, dat ik het totaal geen opgave vind mezelf zo weg te cijferen voor de kleinkinderen. Het is ook maar tijdelijk. Dat hele kleine duurt zo kort. We merken het al aan Jorrit, die begint steeds meer buiten te spelen. Er komt een tijd dat opa en oma niet meer interessant zijn en dat hij liever bij zijn vriendjes gaat logeren. Daarom hoop ik dat de tijd die ik nu steek in onze relatie zich later uitbetaalt in een goede band en dat de kinderen dan nog steeds graag bij opa en oma eten of gezellig een spelletje komen doen. Want ik kan me nu al niet meer voorstellen hoe een leven zonder de kleinkinderen eruitziet.”

 

Psychologe Jeannette Bolck over het verschil in beleving:

‘Het moment waarop je een kleinkind krijgt is bepalend’

Verandert een kleinkind je leven?

“Dat heeft met een aantal factoren te maken, maar voornamelijk met het moment in je leven waarop het kleinkind komt. Ben je nog fulltime aan het werk of al gepensioneerd? Met andere woorden: heb je nog heel veel om handen of heb je ineens zeeën van tijd? Moet het kind een bepaalde leegte opvullen, omdat je eenzaam bent of dealt met een zieke partner? En wat voor leven heb je zelf geleid? De generatie opa’s en oma’s van nu, staat bekend als die van heel harde werkers. Types die doorgaan, niet zeuren, maar poetsen. Nu ze opa en oma worden, gaat er een heel andere wereld open. Een waarin ze zichzelf toestaan te genieten en waarin er ruimte is om leuke dingen te doen. Meestal verandert er dan wel veel in hun leven.”

Waarom zo’n verschil in beleving?

“Carla heeft nog een baan en een druk leven. Haar prioriteiten liggen anders. Ze wil geen vaste oppasdag, dat is prima. Het heeft niets te maken met niet gek zijn op je kleinkind, want uit haar verhaal blijkt dat ze net zo dol op hem is als andere oma’s. Ik zie dat aan mijn eigen schoonmoeder. Ook zij heeft veel bezigheden, is heel actief en wil niet oppassen op mijn zoontje. Die taak heeft ze gehad, zegt ze. Maar daarom houdt ze niet minder van hem. Ze heeft een altaar aan foto’s van hem staan, kookt zijn lievelingsmaaltjes en vindt alles even geweldig wat hij doet. Dat heb je ook met vriendschappen. De vriendinnen die je maar eens per jaar ziet, kunnen net zo dierbaar zijn als degenen die je elke week spreekt. Bij Justine zie je een extreme vorm van het omaschap. Zij verhuisde zelfs voor haar kleinkind en verbrandde al haar schepen achter zich. Ze geniet van de ontwikkeling van de kinderen en cijfert zich met liefde voor hen weg. Bij haar zie je dat haar gezin een bijzondere plaats inneemt in haar leven. Er zit ook iets in van ‘jezelf goed voelen doordat een ander zich goed voelt’. Maar blijkbaar brengen haar kleinkinderen haar meer geluk dan werk en clubjes, en was ze zelf toe aan iets anders.”

Waarom is de ene oma hoteldebotel en houdt de ander meer afstand?

“Het krijgen van een kleinkind is te vergelijken met het verliefdheidsgevoel dat je normaal ervaart bij een partner. Het kleinkind kan niets fout doen, wordt overstelpt met aandacht en voortdurend op de foto vastgelegd. En ze krijgen dat verliefdheidsgevoel weer terug als zo’n kleintje op hen af komt rennen: ‘Oma!’ Moeders zijn ook wel verliefd op hun kinderen, maar opa’s en oma’s hebben meer tijd en rust om er intens van te genieten. Oma’s hoeven immers niet de was te doen en voor het eten te zorgen. Ze kunnen een hele middag boekjes voorlezen of knutselen. Maar ook bij verliefdheid heb je verschillende vormen. Sommige mensen verliezen zich helemaal in het gevoel. Ze verwaarlozen hun baan en laten vriendschappen versloffen. Anderen houden dat verliefdheidsgevoel meer voor zichzelf en voelen die liefde ook zonder alles om zich heen te laten vallen. Daar is geen goed of fout in. Je bent niet meer of minder verliefd.”

Carla heeft het over ‘in loondienst zijn’, Justine noemt het oppassen gekscherend haar ‘parttime baan’.

“Je moet opletten dat het geen aangenomen werk is, in de zin dat je geen oma meer kunt zijn en de opvoedtaak van de ouders overneemt. Maar als het met mate gebeurt, is er niets op tegen. In het algemeen passen grootouders graag op, omdat ze dan een hele middag of dag onbeperkt kunnen knuffelen, liefde geven en lekker gek doen. Met een kind kun je bovendien zoveel meer jezelf zijn. Je hoeft niet te voldoen aan de eisen van de maatschappij en geen schijn op te houden. De opa’s en oma’s van nu komen zoals gezegd uit een generatie die gewend is altijd hard te werken. Vooral opa’s gaan helemaal los met hun kleinkinderen. Ik hoor in mijn praktijk soms dochters jaloers zeggen dat hun vader nu de leukste opa is en allerlei dingen doet die hij nooit met zijn eigen kinderen deed.”

 

Interviews: Joan Makenbach

Glamour / How to maintain a positive balance in a relationship

This article offers an economical view on emotional issues (in a relationship).

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Even het liefdessaldo aanvullen

Je draait dopjes op tubes tandpasta, raapt zijn sokken en onderbroeken op en bedenkt wat er gegeten wordt. Hij zet in ruil daarvoor nooit de wasmachine aan en moppert over kant-en-klaarmaaltijden na het sporten. Als dit scenario je bekend voorkomt, sta je als stel emotioneel rood. De hoogste tijd om de rekening op te heffen of te zorgen voor een positief saldo.

“Het kan heel verhelderend werken om eens op een economische manier naar emotionele zaken te kijken,” zegt psycholoog Jeannette Bolck van Therapeuten Arts & Bolck. “Als team is het essentieel om regelmatig je relatie te evalueren. De bankrekening is pas weer gevuld als je je allebei geliefd, gewaardeerd en gehoord voelt.” En als de reserves voldoende zijn, kun je ook wel eens een misstap maken. Maar hoe kom je weer op een positief saldo uit, als de kleinste dingen al te veel zijn? “Door iets liefs voor elkaar te doen, zelfs al zie jij er zelf het nut niet van in,” zegt Bolck. Geef hem dus een lekker koud biertje als hij uit zijn werk komt en laat hem een halfuur sport zappen, of neem die mooie bloemen voor haar mee. Bolck: “Ook door de ander dingen te gunnen, zoals die avond stappen met vrienden/vriendinnen, kun je scoren. En door meer tijd voor elkaar te maken.”

Manieren om regelrecht op een relatiebankroet af te koersen: weinig samen doen (maar wel met anderen), vaak te laat (en dronken) thuiskomen, lui zijn, geen seks meer hebben of affectie tonen en voortdurend kritiek leveren. Op een gegeven moment gun je elkaar niets meer en weiger je nog iets voor de ander te doen, vaak met een break-up als resultaat.

 

Glamour-Pg102

Babette (32) is twaalf jaar samen met Gijs (34.), ze hebben twee kleine kinderen. Twee jaar geleden belandden ze in een zware relatiecrisis. Babette: “Ik had het idee dat ik mij veel meer uitsloofde voor onze relatie, maar dat Gijs dit helemaal niet zag. Als ik wilde praten over onze problemen, ging hij op slot. Toch vond ik dat we voor onze relatie moesten knokken, ik stelde voor om in therapie te gaan. Het was een heftige tijd, maar nu gaat het beter dan ooit. We praten eindelijk met elkaar en luisteren ook veel beter. Zo had hij geen idee dat ik me ergerde aan zijn geslurp en gesmak en wist hij niet dat ik het fijn vind als hij op zondag een ontbijtje voor me maakt.”

Storten en opnemen, rood staan – een relatie is net als een bankrekening. Geef meer zorg, aandacht en waardering uit dan je ontvangt, en je raakt als koppel uit balans.

Goed communiceren is volgens Jeannette Bolck de sleutel voor een positief banksaldo: “Ga bij problemen een keer in de twee weken samen om de tafel zitten. Wie heeft er te veel uitgegeven, hebben jullie allebei genoeg gestort? Zo houd je zicht op jullie emotionele bankrekening.”

De relatie van Emma (25) overleefde een affaire: “We zijn heel jong getrouwd. Na twee jaar ging Luc vreemd. Hij biechtte het zelf op. Door lange gesprekken te voeren, ontdekte ik waarom Luc is vreemdgegaan. Ik was altijd met mijn werk bezig, hij voelde zich door mij verwaarloosd. Nu houden we ruimte vrij in onze agenda voor afspraakjes, net zoals in het begin. Mijn vertrouwen in hem heeft wel een flinke deuk opgelopen, maar hij laat mij door kleine dingen zien dat hij mij niet kwijt wil.” Nog een tip van de psycholoog: “Laat elkaar weten waar jij gelukkig van wordt. Ga vooral niet zitten wachten tot hij uit zichzelf een kopje thee op bed brengt, maar vraag het hem gewoon. En juich eens voor hem als hij spontaan iets voor je doet, daar zijn mannen nu eenmaal gevoelig voor. Bij de ander ‘scoren’ is vaak een stuk simpeler dan je denkt.”

 

Succes boeken

De 7 eigenschappen van effectief leiderschap, dr. Stephen Covey (Business Contact, € 26,50). Covey is de bedenker van de bankrekening als metafoor voor relaties tussen mensen. Volgens Covey onderhoud je met ieder mens een emotionele bankrekening, van collega’s tot geliefden en familie. Wat wil hij, wat wil zij, dr. Willard F. Harley (Gideon, € 12,50) Wil je weten hoe je bij de ander goodwill kweekt? Dit boek gaat in op de verschillende behoeftes van mannen en vrouwen in relaties. Goed boek om samen te lezen.

 

Tekst: Sara Luijters

Illustraties: Ingrid Bockting

 

Margriet / I want it, I want it, I want it!

This article is about the art of seduction, both in advertising and in love.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Ik wil het, ik wil het, ik wil het!

Hoe u al winkelend wordt geprikkeld om toch dat ene jurkje of parfum te kopen of hoe een man een vrouw om zijn vingers windt, het heeft allemaal te maken met de kunst van het verleiden.

`Ik ben geen aantrekkelijke man, ik heb heel eenvoudig de roestvaste overtuiging dat ik alles kan.’ Aldus ‘s werelds succesvolste verleider, de Italiaan Giacomo Casanova. Als Casanova een vrouw ontmoette, bestudeerde hij haar, ging hij mee in haar stemmingen, ontdekte wat zij in haar leven miste, en zorgde ervoor dat ze dit kreeg. Zo maakte hij van zichzelf de ideale minnaar.

De perfecte verleiding Verleiding is de ultieme vorm van macht, schrijft auteur Robert Greene in zijn boek De 24 wetten van het verleiden. En we worden ermee overspoeld. ‘Verleiders zijn nooit egocentrisch, hun blik is naar buiten gericht, als ze iemand ontmoeten is het eerste wat ze doen zich in die persoon verplaatsen’, lezen we onder meer. Er bestaat dan ook een duidelijke parallel tussen het verleidingsspel van mannen en vrouwen en het verleiden van de consument, zegt Aad Kuijper, directeur van reclamebureau Alfred. Kuijper is bekend van de Bommetje!-reclame voor Melkunie en won recent de Gouden Loekie voor de Calvé Pindakaas-commercial (`Haal eruit wat erin zit’) over een kleine Pieter van den Hoogenband. Aad Kuijper: “Zoals een man en vrouw het van elkaar weten wanneer ze de ander verleiden, zo weet de consument ook dat hij door een reclame wordt verleid. Ik geloof als reclamemaker niet in het misleiden van mensen, maar in het meteen duidelijk maken wat de bedoeling is. Vervolgens is het de kunst om het spel zo goed mogelijk te spelen, zodat iemand niet wegzapt maar blijft hangen.” Dat verleiden van de consument doen reclamemakers met humor, door te vertederen (zoals bij Calvé’s Pietertje) of door mensen te verrassen. Aad Kuijper: “Je moet het publiek zien te raken en om dat voor elkaar te krijgen moet je je vooral heel goed in een ander kunnen verplaatsen. Eigenlijk precies zoals het gaat bij verleiding tussen mannen en vrouwen.” Zo maakte Kuijper een succesvolle Europese campagne voor O.B. Tampons door zich voor te stellen hoe het moet voelen voor een vrouw om hevig te menstrueren. Kuijper: “Ik zou niet meer durven opstaan, dus bedacht ik een vrouw die zich door haar kantoor beweegt zonder van haar bureaustoel af te komen. Vrouwen dachten dat het filmpje wel door een vrouw gemaakt moest zijn, zo herkenbaar was het.”

 

Oogcontact maken

Je goed in de ander kunnen verplaatsen is een klassieke verleidingstechniek, zegt psycholoog Jeannette Bolck van Arts & Bolck Therapeuten. “Net als de ander het gevoel geven te worden gezien, of mooi of bijzonder te zijn. Wie is daar nu niet gevoelig voor? Sommige mensen flirten de hele dag door, bewust maar vaak ook onbewust. Van voortdurend oogcontact maken op straat en tegen iedereen glimlachen tot een vriendelijk woordje voor de caissière.” Of zoals Robert Greene het verwoordt: ‘In feite ziet de verleider de hele wereld als zijn slaapkamer. Hij beschouwt elke sociale en persoonlijke interactie als een potentiële verleiding.’ Maar het kan ook een maniertje worden, een tactiek. Sommige aalgladde charmeurs zijn stiekem heel onzeker en hebben juist last van bindingsangst. Jeannette Bolck: “Ze zijn altijd met de ander bezig en laten zichzelf nooit écht zien. Ze zoeken veiligheid in het flirten en verleiden. Het gaat om het jagen en als de prooi eenmaal veroverd is, gaan ze weer door naar de volgende. Vrouwen zijn meestal geneigd zich wat sneller te hechten aan de persoon die ze hebben verleid.”

Maak je je de verleidingskunst op een positieve manier eigen, dan heb je er veel profijt van. Bij een sollicitatie, de omgang met collega’s of cliënten, bij vrienden en natuurlijk in de liefde. Verleidelijke mensen hebben vaak extreem goede sociale vaardigheden, zegt Jeannette Bolck: “Hoe sta je, hoe kijk je iemand aan, maak je een grap of lach je om grapjes van de ander, ook al zijn ze dom?

Een goede verleider is niet bang om te worden gezien en ziet ook de ander. Hij of zij kent zijn of haar eigen kwaliteiten en weet deze met verve te dragen.” Wie verleiders-kwaliteiten bezit heeft ook nog eens extra veel plezier in het leven, want, zo stelt Bolck: “Je bent in staat om een ander een goed gevoel te geven en hiermee tegelijk ook jezelf. Kortom, een dubbele egoboost.”

 

Margriet-Pg68-69

 

Drie veelvoorkomende verteiderstypen, volgens Robert Greene

  • De Sirene is de ultieme mannelijke fantasie, haar aanwezigheid is altijd met spanning en erotiek geladen. Ze kan gevaarlijk zijn. Beroemde voorbeelden: Cleopatra en Marilyn Monroe.
  • De Versierder, meestal een man, is ontrouw, oneerlijk en amoreel, maar o zo aantrekkelijk. Hij is een slaaf van zijn liefde voor vrouwen. Beroemde voorbeelden: Richelieu en Gabriele d’Annunzio.
  • De Ideale Minnaar kan als geen ander de illusie oproepen waar u behoefte aan heeft. Mist u romantiek, avontuur, spiritualiteit? Hij zorgt ervoor. Beroemde voorbeelden: Casanova en Madame de Pompadour.

 

Daadkracht & zelfvertrouwen

Nog even terug naar de verleiding tussen mannen en vrouwen. Masterflirt geeft workshops, tips en coachingtrajecten om zelfs de muizigste man om te toveren in een ware verleider. Verleiden gaat in eerste instantie om zelfvertrouwen uitstralen, zegt Masterflirt-coach Tom Gorny. “Vrouwen vallen op mannen die weten wie ze zijn, die richting geven aan hun leven, lekker in hun vel zitten en zelfverzekerd zijn.” Als je succesvol wilt zijn bij vrouwen, moet je eerst groeien als man, stelt Gorny. Iets eenvoudigs als initiatief tonen tijdens een afspraakje is iedere man aan te leren.

Tom Gorny meent dat de emancipatie voor de nodige verwarring heeft gezorgd op het terrein van de verleiding. Gorny: “Als het om aantrekkingskracht en verleiden gaat werkt het klassieke man-vrouwpatroon toch beter dan gelijkheid. Een vrouw valt nu eenmaal eerder voor een man die iniatief neemt, die zelfverzekerd durft te zijn. De Nederlandse man mist op dat gebied vaak een toefje daadkracht.” De verleiders in spe leren bij Masterflirt om uit hun comfortzone te stappen en juist die dingen te doen die ze normaal niet durven. Of het nu gaat om het regelen van een telefoonnummer of een vrouw verleiden tot een date en alles wat daarna komt. En of deze mannen nu klein van stuk zijn, kalend of een bierbuik hebben, met de juiste dosis zelfvertrouwen kunnen ze uiteindelijk iedere vrouw om hun vingers winden.

 

Conclusie: iedereen kan aantrekkelijk zijn

De verleiders van deze aarde, mannen én vrouwen, zijn volgens Robert Greene onder te verdelen in negen typen: De Sirene, De Versierder, De Ideale Minnaar, De Dandy, Het Kind, Coquettes, De Charmeur, De Charismaticus en De Ster. Iedereen kan zich herkennen in een van de typen (zie kader), zegt Greene. Vervolgens moet je je eigen verleidelijke eigenschappen leren kennen, ze versterken en ze uitproberen op het andere geslacht. Of, zoals hij het in zijn boek verwoordt: Het gaat erom jezelf bewust te worden van je innerlijke vermogen mensen aan te trekken en in de ban te houden. En lang niet ieder van ons is zich daarvan bewust.’

 

Bronnen:

De 24 wetten van het verleiden, Robert Greene, Meulenhoff.

Psycholoog Jeannette Bolck ziet therapie als een manier om nog ongebruikte krachten aan te boren. Meer informatie: www.counselingamsterdam.nl

Tom Gorny is coach bij Masterflirt, www.masterflirt.nl.

Theo Kars schreef in 1969 De Verleider. In 2010 verscheen van zijn hand Memoires van een slecht mens, deel 1, Atheneum.

 

Tekst: Sara Luijters

Illustraties: Judith van den Hoek

 

Flair / “Was sich liebt, das neckt sich” (The quarrel of lovers is the renewal of love)

This article describes common irritations in relationships, but also with mothers and friends, and how to deal with them.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Was sich liebt, das neckt sich

Je houdt van hem, maar soms zou je die vieze sokken we naar zijn hoofd kunnen gooien. En van die goedbedoelde adviezen van je moeder krijg je eerder jeuk dan warme gevoelens. Waarom kunnen juist de mensen die het dichtstbij je staan het bloed onder je nagels vandaan halen?

Marieke: ‘Jacob stond zich het feestje te vervelen, terwijl ik het hartstikke gezellig vond’

 

Marieke (31): “Laatst was ik met mijn vriend Jacob op een feestje van mijn beste vriendin. Na een paar weekenden thuis op de bank hangen, was ik blij dat we er even lekker uit konden. Jacob is veel rustiger dan ik. Hij vindt het heerlijk om op de bank een film te kijken of een boek te lezen. Ik hou juist van drukte, feestjes, vrienden om me heen en lekker slap ouwehoeren. Soms vind ik die introverte, intellectuele kant van Jacob heerlijk, maar af en toe kan ik hem met zijn boeken wel achter het behang plakken. Zo stond hij zich op dat feestje duidelijk te vervelen, terwijl ik het hartstikke gezellig vond. Toen ik net uitbundig stond te dansen, kwam hij naar me toe: ‘Ik wil naar huis, ben moe.’ Verdorie, dacht ik. Dus ik zei: ‘Doe eens een beetje sociaal. Ga mijn feestje niet verpesten, omdat jij het niet naar je zin hebt.’ Op dat soort momenten kan ik hem wel wat aandoen. Dat gevoel komt dan vanuit mijn tenen.”

Iedereen heeft weleens last van haat-liefdegevoelens. Nat King Cole zong er al over: ‘Sometimes I love you, sometimes I hate you. But when I hate you, it’s because I love you.’ De ene keer zitten jullie gezellig met een wijntje op het terras, de andere keer – als hij wéér eens zijn sokken heeft laten rondslingeren – kun je hem wel wurgen. Volgens psycholoog Jeannette Bolck komt het vaak voor dat mensen zich gaan ergeren aan karaktereigenschappen die ze eerst zo leuk aan iemand vonden. “In het begin van een relatie heb je vaak behoefte aan een tegenhanger van jezelf. Ben je extravert en impulsief, dan kan het interessant zijn als je iemand tegenkomt die wat rustiger in het leven staat en eerst nadenkt voordat hij iets zegt. Ben je wat onzeker, dan is het juist fijn als je vriend sterk in zijn schoenen staat. Maar op een gegeven moment kunnen deze persoonlijke verschillen zorgen voor irritaties. Je vindt het vervelend dat je introverte vriend nooit eens mee wil naar een feestje. En je zelfverzekerde vriend heeft het soms wel heel hoog in zijn bol.”

Helaas kun je onmogelijk iemand vinden die qua gewoontes, voorkeuren en overtuigingen helemaal perfect bij je past. Iedereen komt nou eenmaal uit een ander nest en we hebben ook nog eens verschillende genen meegekregen. Juist deze verschillen kunnen zorgen voor irritaties. Jij denkt misschien: mijn vader wist wél dat hij dat lege kopje in de vaatwasser moest zetten, dus waarom kan mijn vriend dat niet? Hij denkt: mijn vader ruimde ook nooit de afwasmachine in, dus waarom zou ik het doen? De Amerikaanse psycholoog Michael Cunningham vergelijkt dit soort sociale allergieën met lichamelijke allergieën: “De eerste keer dat je ermee in aanraking komt, roept het een kleine negatieve reactie op. Maar elke volgende keer dat je ermee wordt geconfronteerd, neemt de gevoeligheid toe.” Dat is volgens hem de reden dat mensen in langdurige relaties kunnen exploderen om een pietluttigheid. De eerste natte handdoek op de grond irriteert je lichtelijk, maar de honderdste haalt zorgt ervoor dat je uit je vel springt. Wat kun je hiertegen doen? De gouden relatieregel is: je kunt niemand veranderen. Jeannette: “Stel dat je partner niet van feestjes houdt, terwijl ze voor jou wel belangrijk zijn. Vraag jezelf dan af of je die behoefte niet op een andere manier kunt bevredigen. Misschien vind je het ook prima om met een vriendin of goede vriend te gaan.” Als je elkaars verschillen respecteert, is er volgens Jeannette meestal wel ruimte voor een tussenweg. Verwacht niet dat je vriend precies zo wordt zoals jij graag zou willen, maar wees blij met kleine veranderingen. Wat volgens de psycholoog ook helpt, is die irritante eigenschap weer even door een verliefde bril bekijken. Elke irritante eigenschap heeft ook zijn charme of hangt samen met eigenschappen die je wel enorm waardeert. Je vindt het misschien vervelend dat je vriend zo onromantisch is, maar zijn nuchtere benadering is wel weer aantrekkelijk. Want als jij emotioneel overhoop ligt, kunnen zijn rationele adviezen heerlijk ontnuchterend zijn. Op dat soort momenten hou je meer van hem dan ooit tevoren.

Eefje: ‘Wat me eigenlijk stoorde, dat Erik alles zo vanzelfsprekend vindt’

 

Soms is een sok op de vloer gewoon een sok op vloer. Maar diezelfde sok kan ook aanleiding zijn tot heftige ruzies. Als een stel vastzit in een dergelijke strijd speelt er meestal iets anders. Zoals bij Eefje en Erik. Eefje (28): “Om het minste of geringste kon Erik het bloed onder mijn nagels vandaan halen. De manier waarop hij smakte tijdens het eten of botersporen achterliet in de pindakaas. De nonchalance waarmee hij de krant op de vloer gooide of dat luidkeelse gelach als hij met een vriend zat te bellen. Het waren kleine dingen, maar ik kon ze niet uitstaan. Tegelijk voelde ik me echt zo’n moeilijk mens, iemand die alleen maar kon zeuren. Mijn vriendin vroeg ooit: ‘Wat is er nou écht aan de hand? Vroeger was Erik ook een beetje lomp, maar hoorde ik je daar nooit over…’ Toen ik eens goed ging nadenken, kwam ik erachter waar al die ergernissen vandaan kwamen. Wat me eigenlijk stoorde, was dat Erik alles zo vanzelfsprekend vindt. In het begin van onze relatie deed hij veel moeite me te veroveren, maar nu kan er geen complimentje meer vanaf.”

“Heel herkenbaar”, zegt Jeannette. “De irritaties dienen hier als bliksemafleider. In veel gevallen heeft degene die zich ergert, en vaak is dat de vrouw, het gevoel dat ze te weinig aandacht krijgt of dat er geen rekening met haar wordt gehouden.” Je hebt je bijvoorbeeld prachtig aangekleed voor je vriend, maar bij thuiskomst ploft hij met een biertje voor de televisie en toont hij meer interesse voor de presentatrice dan voor jou. Of je hebt heerlijk gekookt, maar zodra de laatste hap in zijn mond is verdwenen, kruipt hij achter zijn computer. Geen bedankje of compliment. Niks. In plaats van te zeggen dat je meer aandacht wilt of onzeker bent, ga je zeuren over kleinigheden. Volgens Jeannette voel je je nou eenmaal sterker als je je ergert aan zijn tekortkomingen dan wanneer je je eigen onzekerheid of verdriet moet tonen. Herken jij dit? Onderzoek dan eerst wat de oorsprong van je irritaties is en welk gevoel eraan ten grondslag ligt: ben je onzeker, angstig of verdrietig? Leg vervolgens uit hoe je je voelt en waaraan je behoefte hebt. Zeg bijvoorbeeld dat het je niet echt te doen is om die rondslingerende sok, maar dat je onzeker bent en graag wat meer waardering zou willen.

Carlijn: ‘Kristel loopt in veel te korte rokjes en eist alle aandacht op, zo irritant’

 

Ook vriendinnen kunnen elkaar soms niet zien of luchten. Carlijn (30): “Dat heb ik met mijn vriendin Kristel. We kennen elkaar al vanaf de middelbare school. Als we met z’n tweeën zijn, is het ontzettend gezellig, maar zodra er andere mensen – en dan vooral mannen – bij zijn, erger ik me kapot aan haar. Kristel wil dan altijd in het middelpunt van de belangstelling staan. Ze loopt rond in veel te korte rokjes en eist alle aandacht op. Laatst stond ik in de kroeg met een aantrekkelijke jongen te praten toen ze zich in ons gesprek mengde en haar meest verleidelijke glimlach op zette. Op zo’n moment ontplof ik bijna.”

Volgens Jeannette is dit een goed moment voor zelfreflectie. Ergernissen zeggen namelijk iets over jezelf. Jeannette: “Als je je ontzettend ergert aan het gedrag van een vriendin, wil dat vaak zeggen dat ze iets doet wat jij ook zou willen kunnen. Het klinkt raar, maar de oorzaak van ergernissen is vaak ook jaloezie. Je vindt het zelf misschien lastig om je extravert en flinterig te gedragen. Als je vriendin dat wel kan, word je geconfronteerd met jezelf, want je loopt tegen je eigen grenzen aan. Jij durft dat niet en misschien wil je het ook niet, maar tegelijk zie je wel dat ze met haar flamboyante gedrag de aandacht naar zich toe trekt. En dát zou je stiekem ook wel willen. Het is misschien moeilijk om toe te geven dat je jaloers bent, maar als je dat durft te bespreken met een vriendin kan dat jullie vriendschap ontzettend verdiepen”, beweert Jeannette. “Je vriendin zegt misschien dat ze zelf ook heel onzeker is en zich daarom zo gedraagt. Je kunt dan tot de conclusie komen dat jullie wel anders dóen, maar eigenlijk erg op elkaar lijken.”

Marijke: ‘Mijn moeder kan me als geen ander op de zenuwen werken’

 

Maar wat nou als je je ergert aan degene die je op deze wereld heeft gezet: je bloedeigen moeder? Marijke (31): “Mijn moeder is de belangrijkste persoon in mijn leven, maar ze is ook degene die me als geen ander op de zenuwen kan werken. Ik heb een baan, een man en ben inmiddels zelf moeder. Maar nog steeds kan mijn moeder me het gevoel geven dat ik nog een kind ben. ‘Weet je zeker dat je nog een stuk taart neemt?’, zegt ze als ze vindt dat ik te dik word. En laatst begon ze opeens de inhoud van mijn keukenkastjes te herschikken. Het zal wel goed bedoeld zijn, maar van binnen begin ik dan te koken.”

“Ergernissen en haatgevoelens komen voor een groot deel voort uit empathie”, zegt Michael Cunningham. “Als je betrokken bij iemand bent, voel je die persoon zo goed aan dat hij of zij het verlengde lijkt van jezelf. Dit is heel sterk in de moeder-dochter-relatie. Doet de dochter iets fout, dan voelt het voor de moeder alsof ze zelf een fout maakt. Een moeder die vindt dat het huis van haar dochter niet schoon is, voelt zichzelf niet schoon en gaat ongevraagd een sopje maken. De meest voorkomende klacht van dochters is dat hun moeder altijd kritiek heeft. Moeders vinden op hun beurt dat dochters alles als kritiek opvatten, terwijl ze alleen maar hun bezorgdheid of belangstelling uiten.

Als je partner, vriendin, collega of moeder een gewoonte heeft waarvan hij of zij zich niet bewust is, maar die jou horendol maakt, breng het dan op een liefdevolle manier ter sprake. Waarschijnlijk is het diegene niet eens opgevallen dat het je stoort. Als blijkt dat deze persoon dit aspect aan zichzelf niet kan veranderen, is het tijd om de balans op te maken. Bedenk wat je hebt en realiseer je dat iedereen zo zijn onhebbelijkheden heeft. Jij ook! Ergernissen zijn altijd tweerichtingsverkeer: jij ergert je aan zijn rommelige karakter, hij stoorde zich eraan dat jij altijd aan het opruimen bent. Het enige wat je kunt doen, is elkaar halverwege ontmoeten óf er op een andere manie tegenaan kijken. Mensen kun je niet veranderen, wat je wél kunt doen, is het veranderen van je perspectief.

 

Flair-Pg34-35

 

Top vijf ergernissen binnen relaties

Als je denkt aan ergernissen binnen relaties, dan denk je eerder aan grote drama’s zoals ontrouw, een verslaving of meningsverschillen, dan aan pietluttige dingen, zoals smakken tijdens het eten. Maar volgens psycholoog Michael Cunningham van de Universiteit van Louisville zijn het juist die dingen die ons storen. Hij deed er onderzoek naar. En wat bleek? Vrouwen en mannen ergeren zich aan totaal verschillende dingen:

Waaraan vrouwen zich storen bij mannen

1. Het vergeten van belangrijke data, zoals verjaardagen
2. Niet ambitieus genoeg zijn
3. Slechte gewoonten hebben, zoals boeren of winden laten
4. Kijken naar andere vrouwen
5. Koppig zijn en zijn ongelijk niet willen toegeven

 

Waaraan mannen zich storen bij vrouwen

1. Hem doodzwijgen als ze boos is
2. Oude koeien uit de sloot halen
3. Te afstandelijk of te aanhankelijk zijn
4. Kritisch zijn
5. Koppig zijn en haar ongelijk niet willen toegeven

Bron: Social Allergies in Romantic Relationships (2005), Michael Cunningham.

 

Ergernissen en oplosingen

Ergernis: Rommel in huis

In bijna alle relaties is één persoon rommeliger dan de ander. Uit onderzoek van de Columbia Universiteit in New York blijkt dat tachtig procent van de koppels die samenwonen zich ergert aan de spreekwoordelijke rondslingerende sok. Wat te doen? Je vriend zal misschien nooit zo opruimen zoals jij dat graag zou willen. Probeer je daar niet constant over op te winden, maargeef het probleem een ander plekje in je hoofd. Denk bijvoorbeeld aan de dingen die hij wél doet. Het veranderen van je perspectief kan irritaties wegnemen en verandert de hele dynamiek van je relatie.

Ergernis: Ik heb meer verantwoordelijkheden

Hoe ironisch het ook klinkt, stellen die alle verantwoordelijkheden in het huishouden delen, zijn het minst gelukkig, blijkt uit onderzoek. Omdat ze veel tijd spenderen aan meten, vergelijken en twisten over wat een eerlijke verdeling is. Het belangrijkste is dat het voor beide partners ongeveer gelijkwaardig voelt. Deel niet alles doormidden, maar neem de taken op je die je leuk vindt of die jou beter liggen.

Ergernis: Te weinig waardering krijgen

Stel je hebt heerlijk gekookt, maar je krijgt geen waardering voor alle uren die je in de keuken hebt gestaan. Soms zijn mensen zo met zichzelf bezig, dat ze vergeten ook nog sociaal te zijn. Ga niet meteen met een chagrijnig gezicht in een andere kamer zitten, maar probeer op een speelse manier je partner duidelijk te maken dat hij best wat complimenteuzer mag zijn. Zeg bijvoorbeeld hardop tegen jezelf: “Wat heb je fantastisch gekookt. Heb je die verse vis vandaag op de markt gehaald? Het smaakt heerlijk.” Op deze manier neem je controle over je eigen emoties en maak je je partner op een grappige manier iets duidelijk.

Ergernis: Hij doet het bewust

Heb je er een hekel aan als je vriend een glaasje te veel drinkt, maar hij doet het toch? Dan kun je denken: zie je wel, hij houdt niet echt van me, anders zou hij het niet doen. Het probleem is vaak niet het gedrag van je partner, maar de manier waarop jij het labelt. Ga in liefde en vriendschap niet uit van slechte bedoelingen. Als jij op zoek gaat naar bewijs dat je partner egoïstisch is, dan zul je dat bewijs ongetwijfeld vinden. Je focust je dan alleen op de dingen die je vooroordeel bevestigen en bent blind voor de dingen waaruit blijkt dat hij ook rekening met je houdt.

Ergernis: Hij is te lui

Stel: het huis is een puinhoop en er staat nog een berg was te wachten, maar je vriend ploft bij thuiskomst op de bank. Als jij dat irritant vindt, betekent het vaak dat jij dat zelf ook wel zou willen: gewoon relaxen als je daaraan behoefte hebt, ook al is het rommelig in huis. Probeer gewoon eens de boel de boel te laten. Laat de afwas staan en niet meteen alles opruimen. Als je de volgende keer reageert op een ergernis, ga je de strijd aan met jezelf, in plaats van een ander.

Bron: Psychology Today, 2010

 

Wat je kunt leren van je ergernissen

Irritaties zeggen volgens psycholoog Jeannette Bolck vaak meer over jezelf dan over de ander. Dus erger je je mateloos, dan is het tijd voor zelfreflectie. Drie vragen die je jezelf zou moeten stellen voordat je ontploft:

1. Erger ik me hier altijd aan?

Als dit niet het geval is, dan heeft het er waarschijnlijk mee te maken dat je moe bent, ongesteld moet worden of gewoon een slechte dag hebt. Reageer je niet af op je partner, maar verwen jezelf extra. Als je uitgerust bent, zul je je ook niet zo snel meer ergeren. Als het een steeds terugkerende irritatie is, moet je het gedrag van de ander niet meteen afkeuren. Dat jij je ergert, betekent niet dat hij iets fout doet. Zie het als een punt waarop jullie verschillen: ik ben zus, hij is zo. Accepteer dit en probeer een middenweg te vinden.

2. Ben ik misschien jaloers?

Soms komen ergernissen voort uit jaloezie. Kijk eens heel eerlijk naar jezelf. Ben je niet stiekem jaloers? Als je je ergert aan een vriendin die vaak te laat komt, zou je misschien zelf ook wel zo relaxed in het leven willen staan. Doe vervolgens ook iets met dit inzicht. Doe het ook wat rustiger aan en houd wat meer rekening met jezelf dan met anderen.

3. Waaraan erger ik me nou écht?

Gaat het je echt om die pietluttige dingen waarover je zeurt of speelt er iets anders? Vaak dienen ergernissen over kleine dingen als bliksemafleider voor een groter probleem. Misschien ben je onzeker en ga je vervolgens over allerlei onnozele dingen ruziën. Beter is het om het beestje gewoon bij de naam te noemen. Op die manier ben je constructief aan het communiceren en dat is de eerste stap in het oplossen van een probleem.

 

Haat en liefde in het brein

Haat en liefde liggen ook in het brein dicht bij elkaar. Tot deze conclusie kwamen Britse wetenschappers toen ze verschillende proefpersonen onder een hersenscan legden. Sommige proefpersonen kregen foto’s te zien van mensen voor wie ze diepe haat koesterden (een vervelende collega of ex-geliefde). Anderen kregen juist een foto van hun geliefde te zien. Opvallend genoeg stimuleerden haat en liefde voor een groot deel dezelfde hersengebieden. Een hersengebiedje (de putamen) dat actief werd, kan er in een liefdevolle bui voor zorgen dat je je geliefde beschermt en in kwade bui dat je de aanval inzet. Ook werd bij alle proefpersonen een gebiedje (de insulaire cortex) actief dat betrokken is bij gevoelens van pijn, verdriet en jaloezie. Bij haat en liefde komen dus heftige gevoelens vrij, die deels uit hetzelfde ‘kwabje’ komen.

Bron: PLoS OnE, oktober 2008.

 

Meer weten?

Psycholoog Jeannette Bolck heeft samen met haar collega Sabijn Arts een praktijk voor volwassenen, pubers en kinderen in Amsterdam. Voor meer informatie kun je kijken op counselingamsterdam.nl

 

Tekst: Otje van der Lelij

Illustratie: Judith van der Giessen

 

Psychologie Magazine / How to deal with irritations in your relationship?

This article describes what the most common irritations in a relationship are and how to deal with them.

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

GRRRR!

Jullie houden van elkaar, maar soms… Soms zou je hem wel met zijn rondslingerende sokken kunnen wurgen. Of haar met dat eeuwige commentaar achter het behang willen plakken. Waar komen die ergernissen vandaan? En: hoe ontsnappen we eraan?

Dat zij deuren en laden niet sluit. Dat hij je niet laat uitpraten. Dat zij haar kleding in huis laat slingeren. Dat hij zijn natte handdoek op de rand van het bad laat liggen. Dat zij veel praat en weinig luistert. Dat hij het altijd beter denkt te weten. Op de vraag wat lezers van Psychologie Magazine het meest ergert aan hun partner, stroomden de reacties binnen; meer dan zevenhonderd mensen vulden de enquête op de website in.

Op het eerste gezicht lijken de dingen die genoemd werden futiliteiten, niets om je écht druk over te maken. Want bij serieuze relatieproblemen denk je waarschijnlijk eerder aan affaires en aan ruzies waarbij het serviesgoed door de kamer vliegt dan aan rondslingerende kleding en handdoeken.

Image of Psychologie Magazine-Pg58-59

Toch zijn het juist die schijnbaar onbenullige ergernissen die een relatie kunnen maken of breken. `Ergernissen over elkaar’ is nummer één op de lijst van oorzaken van relatieproblemen, blijkt uit recent onderzoek door Korrelatie onder vijfhonderd Nederlanders met een relatie. Ruim vier van de tien ondervraagden noemt ze als grootste struikelblok in hun relatie, nog vóór ‘niet goed met elkaar kunnen praten’, ‘botsende karakters’ en ‘ontrouw’. Ook leveren ergernissen volgens het onderzoek de meeste relatiestress op.

Irritaties kunnen dan ook heuse relatiebrekers zijn, ontdekten de Amerikaanse onderzoeker Michael Cunningham en zijn collega’s van de University of Louisville. Hij ondervroeg ruim honderd stellen die aan het daten waren: hoe vaak ergerden ze zich aan de irritante gewoonten van hun geliefde? Hij onderscheidde daarbij vier soorten ergerlijk gedrag. Zo heb je de zogenaamde lompe gewoonten (winden laten, neuspeuteren en de wc niet doortrekken); onachtzaamheid (te laat komen, alleen over jezelf praten); opdringerig en bemoeizuchtig gedrag (kritiek geven, de baas spelen, jaloezie); en tot slot norm-overschrijdend gedrag (te veel drinken, met anderen flirten). Na een jaar belden de onderzoekers de stellen om te vragen of ze nog bij elkaar waren. Wat bleek? Hoe meer kleine irritaties er tijdens de eerste onderzoeksronde waren, hoe groter de kans dat de relatie op de klippen was gelopen.

Hoe vaker je aan die lege wc-rol wordt blootgesteld, hoe heftiger je erop reageert.

 

Stiekeme jaloezie

Maar waarom laten we ons zo opfokken door die spreekwoordelijke tandpastadop? In het boek Aversive interpersonal behaviors vergelijkt Michael Cunningham irritaties met een lichamelijke allergie. ‘Irritant gedrag, zoals slechte gewoonten, ongevoeligheid of bemoeizucht, kunnen psychologisch gezien dezelfde reactie veroorzaken zoals een allergie dat lichamelijk doet. De eerste keer dat je in aanraking komt met bijvoorbeeld graspollen of irritant gedrag, leidt dat tot een kleine reactie. Bij herhaling escaleert dat.’

Hoe vaker je dus aan die lege wc-rol of dat jaloerse gedrag wordt blootgesteld, hoe heftiger je erop reageert. De reden daarvoor is volgens Cunningham dat het je herinnert aan al die andere keren dat iets dergelijks voorviel. ‘Neem bijvoorbeeld iemand die niet zo netjes is en haar ondergoed te drogen hangt in de douche. Als haar partner dat de volgende ochtend op zijn slaperige hoofd krijgt als hij de douche aanzet, raakt hij geïrriteerd. Die irritante gebeurtenis kan hem herinneren aan andere frustrerende incidenten, inclusief de verbroken belofte van zijn partner om meer rekening met hem te houden.’

Een andere reden waarom we ontploffen als we een rondslingerende sok zien? `Het klinkt raar, maar de oorzaak van ergernissen is soms ook jaloezie,’ zegt psycholoog Jeannette Bolck. ‘Stel, het huis is een puinhoop, maar je man ploft bij thuiskomst op de bank. Als jij je daar ontzettend aan ergert, wil dat vaak zeggen dat je dat zelf óók wel zou willen kunnen: gewoon ontspannen in een huis dat een rotzooi is. Het helpt om dat te erkennen.’

 

Fatale aantrekkingskracht

Geregeld zijn het juist de eigenschappen waar je in eerste instantie voor viel die je in de loop van de tijd gaan irriteren. Bewonderde je in eerste instantie je partners ontspannen levenshouding, nu erger je je eraan dat ze altijd te laat is. Vond je het in het begin fijn dat je partner zo beschermend was en overal mee naartoe ging, nu irriteert zijn bezitterigheid je.

`Fatal attractions’ noemt onderzoekster Diane Felmlee van de University of California dat verschijnsel. ‘Als een mot door een vlam kunnen mensen worden aangetrokken door die aspecten van een ander die ze uiteindelijk verafschuwen.’ Dit soort fatale aantrekkingskracht komt veel voor, laat Felmlee weten; in ongeveer een op de drie relaties.

Volgens de onderzoekster verandert onze bewondering in afkeer doordat iemands kwaliteiten en valkuilen nu eenmaal dicht bij elkaar liggen. Dat geldt vooral als het om extreme kwaliteiten gaat. `Iemand die erg succesvol is, werkt waarschijnlijk te hard; iemand die erg grappig is, kan misschien moeilijk serieus zijn en iemand die heel ontspannen is, is wellicht onverantwoordelijk. Als we ons tot iemand aangetrokken voelen, hebben we een roze bril op en kijken we niet naar die negatieve kanten, maar we merken ze des te meer op naarmate de relatie langer duurt.’

Een andere reden voor de ommezwaai is dat we in relaties tegengestelde behoeften hebben. We willen ons verbonden voelen, maar zijn ook gehecht aan onze vrijheid. We zijn op zoek naar nieuwe dingen, maar houden ook van vertrouwdheid. ‘We voelen ons aangetrokken tot eigenschappen die een van die twee uitersten vertegenwoordigen, waardoor er spanningen ontstaan aan de andere, niet vertegenwoordigde kant. Een relatie met iemand die heel opwindend is, is misschien weer te onzeker.’

Toch hoeft fatale aantrekkingskracht niet het einde van een relatie te betekenen, zegt Felmlee. ‘Er zijn stellen in mijn onderzoek die nog steeds verliefd zijn, en erg betrokken bij hun relatie.’ Het geheim van deze succesvolle stellen is dat ze accepteren dat je niet alles in één persoon kunt hebben. Je kunt niet extreem succesvol zijn én nooit te hard werken. Of heel aardig zijn én superassertief. Of altijd grappig, maar nooit grappig op het verkeerde moment.’

Bovendien zijn deze mensen zich ervan bewust dat wat hen irriteert in hun geliefde, sterk samen-hangt met wat ze aantrekkelijk vinden. ‘Een man zei dat koppigheid datgene was wat hem het meest ergerde aan zijn vrouw, maar hij realiseerde zich ook dat dat wat hij het leukste vond, haar sterke persoonlijkheid was. Hij was zich ervan bewust dat een sterke persoon af en toe koppig is, en dat je niet de ene eigenschap zonder de andere kunt hebben.’

 

Onbewust irritant

Funest is het als een irritatie symbool gaat staan voor iets groters. De eerste keer dat je partner iets ergerlijks doet, zegt Cunningham, kun je dat afdoen als irrelevant of niet representatief. Maar als het keer op keer gebeurt, kun je het gaan toeschrijven aan een negatieve eigenschap die hij of zij heeft. ‘Elke herhaling van het irritante gedrag bevestigt dan dat negatieve beeld. Bijvoorbeeld: hij laat de toiletbril omhoog, ook al heb ik hem verteld hoe vervelend ik dat vind. Hij is echt egoïstisch.’

Dat komt volgens Cunningham ook doordat we vaak denken dat slechte gewoontes met een beetje inspanning best te beheersen zijn. ‘Verandert je partner niet, dan denk je dus al snel dat hij of zij het niet de moeite waard vindt het te proberen.’

Sommige mensen trekken op basis van zo’n omhoogstaande toiletbril zelfs conclusies over de relatie zelf, zegt psycholoog Jeannette Bolck. ‘Ze denken: als hij het tóch doet, al weet hij dat het me ergert, dan respecteert hij mij niet. Of: dan houdt hij niet van me. Terwijl het voor die ander een veel minder zware lading heeft.’

Houd dus rekening met elkaar en ruim die rondslingerende sokken op als je weet dat het je partner irriteert, zegt Bolck. ‘Maar als jij degene bent die zich ergert, besef dan dat je partner niet per se direct negatieve bedoelingen heeft tegenover jou. Misschien heeft hij veel dingen aan zijn hoofd waardoor niet prangende zaken afvallen. Wat niet wegneemt dat je je partner er wel op mag wijzen, en kunt vragen iets te doen aan dat gedrag.’

Want mensen hebben lang niet altijd door dat hun gedrag anderen irriteert, blijkt uit Cunninghams onderzoek. ‘Terwijl bijna iedereen mensen kon opnoemen die ze bloedirritant vonden, dacht slechts een kwart van onze respondenten dat ze zulke reacties teweegbrachten bij andere mensen.’

 

Pak het aan

Dat is ook wat de Amerikaanse onderzoeker Roy Baumeister en zijn collega’s concludeerden: wan-neer mensen zelf iets naars deden, vonden ze dat hun gedrag te rechtvaardigen was, en zagen ze het als iets eenmaligs wat geen langdurige implicaties had. Een heel ander verhaal was het als ze zelf het slachtoffer waren van andermans vervelende gedrag. Dan vonden ze dat gedrag willekeurig en niet te rechtvaardigen, en meenden ze dat het langdurige vervelende consequenties had.

Juist doordat irritaties net als lichamelijke allergieën steeds heftiger reacties kunnen veroorzaken, is het zaak ze aan te pakken voordat ze uit de hand lopen. De Amerikaanse onderzoeker William Cupach van Illinois State University schrijft daarover in een e-mail: ‘Een ongeuite klacht zweert en groeit naar-mate de tijd verstrijkt, en daardoor word je steeds ontevredener. Belangrijke zaken die worden vermeden leiden tot wrokgevoelens en worden niet opgelost. Als zulke zaken zich ophopen, knaagt dat aan de relatie.’

 

Herkenbaar, deze ergernissen?

Lopen de irritaties bij u thuis ook zo lekker op? En hoe bereikt u samen een oplossing? Plusabonnees kunnen hun vraag stellen aan psycholoog Jeannette Bolck op psychologiemagazine.nl/vraagadvies

 

Zomer: irritatie-hoogseizoen

Eindelijk is het zover: die gezamenlijke vakantie waar we al maanden naar uitkijken. Maar eenmaal op weg viert ergernis hoogtij. Zij rijdt volgens hem te hard, hij is weer eens zijn paspoort kwijt. Dat tijdens vakanties irritaties hoog kunnen oplopen komt volgens onderzoeker Paul Rosenblatt doordat elk stel een optimale hoeveelheid van ‘samentijd’ heeft. Wordt die tijd overschreden – zoals tijdens een vakantie – dan veroorzaakt dat fricties.

Rosenblatt onderzocht de consequenties van te veel samen-zijn. Zo ontdekte hij dat het huwelijk van Amerikaanse leraren die thuis blijven tijdens de zomermaanden meer achteruit-gaat dan dat van degenen die minder dagelijks contact hadden met hun echtgenoten – doordat ze bijvoorbeeld een zomerbaantje hadden.

Geen zin in vakantie-irritaties? Ga dan vooral in uw eentje een stukje wandelen of duik in een boek.

 

Onderzoek Psychologie Magazine:

O, wat zijn onze partners irritant!

Waar ergert u zich het meest aan bij uw partner? Op die vraag reageerden 7 zo mensen op de website van Psychologie Magazine — 627 vrouwen en 93 mannen. Een greep uit de antwoorden: ‘Oeverloos geklets over vage onderwerpen’; ‘Zijn ” bijgeluiden”: steunen, puffen, blazen kreunen, rochelen, smakken’; ‘Hij maakt het putje van de gootsteen niet schoon’; ‘Ze praat tegen me aan als ik naar een programma kijk.’

Ergeren mannen en vrouwen zich aan andere dingen? Uit de peiling blijkt dat beide seksen zich vaak ergeren aan het karakter of de levenshouding van hun partner. Bij mannen eindigt deze categorie zelfs het hoogst. De hoogste score onder vrouwen was echter de onachtzaamheid van hun partner — te laat komen bijvoorbeeld, of alleen aan zichzelf denken — gevolgd door laksheid in het huishouden. Onder mannen heerst verder vooral veel ergernis over het opdringerige gedrag van hun partner, zoals kritiek geven of bezitterigheid.

We ergeren ons geregeld aan onze partner: bijna de helft van de websitebezoekers wekelijks, een kwart zelfs dagelijks. Vrouwen ergeren zich vaker aan hun partner dan mannen, al is hun ergernis niet sterker.

Ook uit deze peiling blijkt dat ergernissen echte relatiebrekers kunnen zijn: voor ongeveer een kwart van de mannen en vrouwen kan het ergerlijke gedrag een reden zijn om de relatie te verbreken.

 

De cijfers

Zo vaak ergeren we ons:

Tabel: zo vaak ergeren we ons

 

 

 

 

Zo erg stoort het gedrag van onze partners ons:

Tabel: zo erg stoort het gedrag van onze partners ons

 

 

 

 

Hieraan ergeren we ons:

Tabel: hieraan ergeren we ons

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwijgen of aankaarten?

U ergert zich aan uw partner. Moet u er echt iets aan doen? Drie vragen om te overdenken voordat u losbarst:

Erger ik me hier altijd even erg aan? Psycholoog Jeannette Bolck: ‘Je zult zien dat dat niet altijd het geval is. Bedenk dan: wat is er vandaag anders? Misschien zit je niet lekker in je vel of had je een rotdag op je werk, en projecteer je je ongenoegen op de ander’

Ben ik de zeurende partij? Als de klachten voornamelijk van uw kant komen, ligt de ‘ouder-kindrelatie’ op de loer. Bolck: ‘Je vervalt dan in een patroon waarmee je allebei ontevreden bent.’ Probeer daarom om bijvoorbeeld eens niet alles achter uw partner op te ruimen, maar de troep te laten liggen — hoe moeilijk dat ook is. Zo geeft u uw partner de kans de verantwoordelijkheid terug te nemen.

Zijn de dingen die ik wil veranderen écht belangrijk voor me? ‘Als we al onze irritaties iedere dag zouden uiten, wordt onze partner ontevreden en hecht hij of zij minder waarde aan de relatie,’ zegt onderzoeker William Cupach. ‘Sommige verschillen zijn onoplosbaar en kun je beter laten zoals ze zijn. Klachten voor je houden of uiten is een balanceeroefening: elk stel moet de juiste balans vinden.’

 

Zo maakt u het bespreekbaar

Vijf tips voor als u uw ergernissen echt wilt aankaarten:

Heb het niet over die rondslingerende sok, maar over wat erachter ligt. Psycholoog Jeannette Bolck: ‘Vraag jezelf af hoe die ergernis je persoonlijk raakt. Als je ontploft omdat je partner een biertje drinkt, zal hij die heftige reactie niet begrijpen. Dat komt doordat je het niet hebt over waar het eigenlijk over gaat, bijvoorbeeld dat je je zorgen maakt over zijn gezondheid. Door dat uit te spreken, heb je een open gesprek.’

Speel op de bal, niet op de man, zegt onderzoeker William Cupach. Tegen je partner zeggen dat je het vervelend vindt dat haar kleren op de grond liggen, is beter dan zeggen dat ze een sloddervos is. Onderzoek laat zien dat kritiek op iemands persoonlijkheid weerstand oproept, een conflict eerder doet escaleren en slecht is voor je relatie.

Doe het op een vriendelijke manier, dan komt uw boodschap veel beter aan. Het klinkt logisch, maar we zijn snel geneigd sarcastisch en aanvallend uit de hoek te komen. Cupach: ‘Laat je partner weten dat je de relatie waardeert, ondanks de irritatie.’

Klaag niet tegen derden. In een experiment moesten proefpersonen een brief over hun ontevredenheid schrijven aan een andere persoon óf aan degene die hen irriteerde. Mensen die dat laatste deden, vonden de persoon die hen irriteerde aardiger en beoordeelden hun relatie beter.

Compenseer. Volgens relatiegoeroe John Gottman staan bij gelukkige stellen vijf positieve interacties tegenover iedere negatieve interactie. Hebt u uw kritiek geuit, let er dan extra op dat u ook positief bent.

 

Tekst: Marloes Zevenhuizen

Beeld: Saskia van Osnabrugge

 

KekMama / What you can learn from him

This article describes the different habits and attitudes men generally have in a relationship and what women can learn from that (to be more relaxed).

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Wat je van hem kunt leren

Jij maakt je druk om het huis dat nog schoon moet, de afspraak met de tandarts die verzet moet worden… En hij? Hij leest rustig de krant. Plots vraag je je het af: waarom doe je eigenlijk niet net als hij?!

 

Je niet zo snel zorgen maken

Elk kind heeft weleens buikpijn. Maar als jouw kind buikpijn heeft, denk je als moeder vaak meteen aan het állerergste. Je duikt op het internet om naar de symptomen te speuren van alle ernstige ziektes. En in je hoofd duiken angstvisioenen op van ambulances die je kind met gillende sirenes naar het ziekenhuis vervoeren. Je partner reageert laconiek: het zal wel weer overgaan. Wat het ook meestal doet.

Jeannette Bolck is psychologe en ziet in haar praktijk veel moeders én vaders. ‘Mannen reageren inderdaad meestal relaxter in dit soort situaties. Het is niet zo dat mannen zich nooit ergens zorgen om maken. Soms zijn ze óók bang dat er iets aan de hand is, maar willen ze niet dat hun vrouw zich nóg meer zorgen maakt. En dus sussen ze de boel. Eigenlijk is hun ontspannen houding een reactie op de in hun ogen overdreven zorgelijke houding van hun vrouw. En eerlijk is eerlijk: soms kunnen vrouwen daar ook weleens in doorschieten. Als je daar last van hebt, vraag je dan af wat je ermee opschiet om je zorgen te maken. Sommige vrouwen zijn bang dat ze de schuld krijgen als er écht iets gebeurt en ze niets hebben gedaan. En schuldgevoel, dat is echt een aangeboren talent van veel vrouwen. Maar vraag je eerst af of je écht denkt dat er iets aan de hand is. Want dat kan, natuurlijk. Zo ja, bel dan de dokter. Als de huisarts zegt dat er niets aan de hand is, accepteer dat dan. En accepteer van jezelf dat je het eng vindt dat je kind buikpijn heeft. Dat rotgevoel hoort erbij en gaat wel weer over. Net als de buikpijn van je kind gelukkig in de meeste gevallen vanzelf over gaat.’

 

De boel de boel laten

Je hebt je vrije dag, maar het huis is een bende. Je gaat als een bezetene tekeer in de kamers van je kinderen. Als die uit schooi komen, ben jij uitgeput. Chagrijnig vraag je waarom ze hun kamer zelf niet even hebben opgeruimd, want dan had jij tenminste écht vrij gehad. En dan je man. Als hij zijn vrije dag heeft, leest ‘ie ‘s ochtends de krant te midden van de troep, doet hij ‘s middags een dutje op de bank en neemt hij de kinderen daarna mee naar de dierentuin. Grote kans dat jij dus thuiskomt van je werk in een huis waar het speelgoed her en der verspreid tussen de stofwolken ligt.

Jeannette Bolck: ‘Deels gaat het hier om aangeleerd gedrag. Mannen worden vaak gemakkelijker in een rolverdeling waarin vrouwen meer taken op zich nemen. Het is niet zo dat hij denkt `mwah, dat ruimt zij straks wel op.’ Hij denkt helemaal niks. Hij wil gewoon de krant lezen. Maar je houdt zo’n situatie wél zelf in stand als je alles altijd zelf blijft opruimen. Sterker nog, daar kweek je passieve mannen mee. En maar zeuren dat je man zo weinig doet. Als je merkt dat je veel in huis doet en daarin een beetje een control freak bent, probeer dan eens om de controle los te laten. Laat de boel de boel, laat de was een keer staan, maak het fornuis niét schoon. Nee, de eerste keer zul je daar niet van genieten. Maar dóe het gewoon een keer. En daarna nog eens. En zet je heen over de irritatie die je voelt als je thuis komt in een huis waarin een bom lijkt te zijn ontploft. Doe gewoon niets. En bewonder zijn talent om zich niet aan die troep te storen.’

Jij maakt je zorgen, hij wuift ze weg.

 

KekMama-Pg68-69

 

Eén ding tegelijk doen

Terwijl je kind een verhaal over school vertelt, ben jij het eten aan het klaarmaken, denk je aan de dingen die je morgen op je werk moet doen en zoek je in je telefoon alvast het nummer van de tandarts die je nog moet bellen voor een afspraak. Als vrouw kun je als geen ander multi-tasken. Dus dan is de verleiding groot om dat ook te doen. Het gevolg is alleen wel dat je met maar één oor luistert. Lekker gezellig voor je kind, die halve aandacht.

Jeannette: ‘Inderdaad, dat zijn niet echt voorbeeldige moeder-kindmomenten. Ik ken trouwens genoeg mannen die tijdens het eten óók hun werktelefoontjes afhandelen en meer met hun gedachten bij hun werk dan bij de kinderen zijn. Aan de andere kant maken zij soms meer echte aandacht vrij voor hun kind. Mijn eigen man doet bijvoorbeeld soms wel een uur over het naar bed brengen van onze zoon. Ik vind wel dat hij er lang over doet, maar ondertussen vind ik het ook leuk dat hij die tijd voor onze zoon uittrekt. En ik hóór hoeveel lol ze samen hebben. Dat terwijl ik het bedritueel in een kwartiertje probeer te doen omdat ik alweer met mijn gedachten ben bij alle andere dingen die ik te doen heb. Gek genoeg voelt het alsof het anders af gaat van mijn eigen tijd. Als ik dat voel, weet ik dat ik er werk van moet maken om goed voor mezelf te zorgen en om tijd voor mezelf uit te trekken. Dat adviseer ik ook aan vrouwen in mijn praktijk. Ga een uurtje sporten, met een vriendin naar de sauna of neem doordeweeks gewoon een dagje vrij om te winkelen. Daarna kun je beter voor je kind zorgen en hem of haar échte aandacht geven.’

 

Genieten en in het moment leven

Als de vakantie in aantocht is, betekent dat voor jou waarschijnlijk: inpakstress! De tent moet tevoorschijn getoverd, de tassen gepakt, de broodjes voor onderweg gesmeerd. Maar manlief gaat nog even rustig met zijn racefiets langs de fietsenmaker voor een speciaal onderdeeltje voor zijn fiets. Want hebben we haast dan? Er gaat toch niemand dood als we een uurtje later weggaan?

Jeannette: ‘Vrouwen kunnen wóest worden om dit soort gedrag. Het erge is: niemand van ons wil een zeurpiet zijn. Maar uiteindelijk worden we precies dát. Dat is voor niemand leuk: voor jezelf niet en voor je man ook niet. Een typisch geval van een lose-lose-situatie. Vrouwen hebben sneller de neiging om zich zorgen te maken, om vooruit te plannen en te controleren. Mannen maken zich ook wel zorgen, maar meer over andere dingen, over werk bijvoorbeeld. Op andere vlakken leven ze meer in het moment. Dat heeft zo z’n voordelen. Je verspilt minder energie, waardoor je minder snel moe wordt en dás weerbaarder. Als vrouw kun je je ergeren aan zijn gedrag. Maar je kunt ook proberen om ervan te leren. Leef dus ook meer in het nu, net als je man. Doe zoals de boeddhisten zeggen: als je eet, eet dan, als je loopt, loop dan en als je slaapt, slaap dan. Niets meer of minder dan dat.’

Vrije dag? Jij ruimt op – hij gaat naar de speeltuin.

 

Loslaten (je kind!)

Je dochter fietst voor het eerst zelf naar school. Een groots moment, maar ook héél eng. Je zegt tegen je man dat je om vijf over half negen langs het schoolplein rijdt om te inspecteren of haar fiets er staat. Ze zal onderweg maar zijn aangereden, of erger: zijn meegenomen door een pedofiel. Ze zou niet de eerste zijn die dat overkomt. Je man ziet al die spoken niet zo en vertrekt schouderophalend naar zijn werk. Want hoe groot is de kans dat er iets gebeurt? En bovendien: ze wordt groter, het wordt tijd dat je haar leert los te laten.

Jeannette: ‘Enerzijds heb je natuurlijk gelijk. Er kán van alles gebeuren. Je kunt leren leven met die zorgelijke gedachten over je kind dat voor het eerst naar school fietst. Maar het is onzin om te leven met dingen die er niet zijn. Want er zijn feiten en gedachten over de feiten. Soms verbind je gevoelens aan die gedachten. Dan voelt het alsof het echt zo is, alsof je dochter al is aangereden of meegenomen door de eerste de beste freak die haar voor het eerst zonder moeder op straat ziet rondfietsen. Van dat soort gedachten kun je last hebben. Vraag je in zo’n geval af of iets écht is of dat je je zorgen maakt om kún gedachte. Dat helpt bij het loslaten van je kind. Wedden dat je man ook op die manier denkt?’

 

Je grenzen bewaken

Als vrouwen wordt gevraagd of ze mee willen op schoolreis, zetten ze daar niet zelden graag alles voor opzij. Ook als het eigenlijk niet uitkomt dat je kind ontdekt dat je bent gevraagd, maar niet mee wilde je wilt nu eenmaal dat je kind later kan terugkijken op die gezellige schoolreisjes waarbij z’n moeder zo leuk mee ging. Of, ander voorbeeld: je kinderen willen een vriendje of vriendinnetje mee naar huis om te spelen. Daarna willen ze blijven eten en dan ook nog blijven slapen. Jij vindt dat dat moet kunnen. Maar ondertussen loop je met rode konen ruzies te sussen tussen alle koters. Jouw man doet dat anders. Hij zou überhaupt niet toestaan dat er meer dan één kind komt spelen. Want één is genoeg. En waarom zouden ze meteen blijven eten en slapen? Hij bewaakt zijn grenzen beter. En hij zou eerlijk gezegd ook willen dat jij jouw grenzen beter bewaakt, want hij ziet jou lopen met een gezicht als een onweerswolk en weet dat hij straks naar jouw klaagzang moet luisteren.

Jeannette: ‘Heel herkenbaar. Willen we niet allemaal een goede, leuke moeder zijn? Een moeder die reuze flexibel is, bij wie alles kan en die niets te veel is? We willen allemaal presteren als moeder. Grote kans dat je je eigen verwachtingen op je kind projecteert: je denkt dat je kind van jou verwacht dat je een moeder bent bij wie alles mag. Maar het wordt je gevraagd. Dat betekent dat je ook nee kunt zeggen. Ben je daar niet goed in? Laat je man het dan doen. Want die bewaakt zijn grenzen wél.’

 

Tekst: Ella Mae Wester

 

Cosmopolitan / Happy holiday – How to have a fun holiday with friends?

This article describes what pitfalls you need to avoid to make sure a holiday with friends stays at a high level of fun and friendliness. 

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Happy holiday – Hoe houd je een vriendinnenvakantie leuk?

Op vakantie met vriendinnen, wat een goed idee! Totdat je met zijn allen in de supermarkt staat te discussiëren over welk merk wc-papier de kar in gaat. .. Eerste tip is dan ook: maak korte metten met oeverloos overleg!

In mei was ik met drie vriendinnen een week op Ibiza. Mijn beste herinnering is in de avondzon dansen op een klif. Dat zat zo. We hadden een hele dag in een beachbar gehangen. In de auto onderweg naar ons restaurantje zongen we mee met de radio en klapten op het ritme van de muziek. Ineens kwamen we uit op een verlaten klif. Het uitzicht over de azuurblauwe zee was weids. We sprongen uit de auto en maakten spontaan een vreugdedansje op Can’t Get Enough of That Funky Stuff. Het was het ultieme roadmovie-gevoel. Thelma & Louise, maar dan met z’n vieren. Terugkijkend op deze vakantie, is het beste souvenir dat onze band hechter is geworden.

Slaande ruzie hebben we die vakantie gelukkig niet gehad. Ik ging er voorafgaand aan de reis ook vanuit dat het als groep allemaal wel goed zou gaan. Volgens drs. Jeannette Bolck, die als personal coach veel te maken heeft met vriendschapskwesties (www.counselingamsterdam.nl) heb ik daar wel erg licht over gedacht. Het is, zo zegt zij, veel realistischer om er rekening mee te houden dat je je sneller dan normaal zult opwinden en ergeren. Ook al gaat het om je allerbeste vriendin, vaak wordt je lontje gedurende zo’n groepsvakantie korter. Op vakantie kun je niet omzeilen wat je in het gewone leven wel uit de weg kunt gaan. Bolck: “Als je goede vriendinnen bent, betekent dat niet automatisch dat je ook met elkaar op vakantie kunt. Het is eerder andersom: het is bijzonder als het een succes wordt.” Een tip om de reis wat luchtiger te houden, is de dingen van tevoren benoemen: we gaan het gewoon soms niet met elkaar eens zijn en dat is oké. Het mag duidelijk zijn dat met een groep op vakantie gaan gewoon iets groots is. Bolck: “Zet wat mensen bij elkaar in een huis of op een eiland, en ook al zijn het nog zulke stabiele, normale mensen, het gaat vaak fout. Menig tv-programma is op dat principe gebaseerd!” Om te voorkomen dat je vriendinnenvakantie gelijkenissen gaat vertonen met realityprogramma’s als Tempation Island of Expeditie Robinson, geeft Jeannette Bolck hierin advies.

 

Cosmopolitan-Pg44-45

 

Valkuil 1 – Oeverloos overleg

Want

Het is zonde van je tijd om in de supermarkt honderden overbodige woorden te wisselen over welk merk wc-papier jullie nemen. Ook voorafgaand aan een vriendinnenvakantie is er genoeg te bespreken (de reisbestemming, de duur, het programma, het budget et cetera). Voor je het weet, ben je eindeloos aan het discussiëren en mailen.

Zo stap je eroverheen

Bolck: ‘Je bespreekt alles met elkaar, omdat je niemand voor het hoofd wilt stoten. Als er zoveel overleg is dat het irritant wordt, smoor het dan in de kiem. Eigenlijk heeft elke groep een leider nodig of in ieder geval iemand die zegt: ‘Weet je wat, zullen Mirjam en ik voortaan de boodschappen doen?’ Vervolgens kan iedereen zijn zegje doen over het budget, maar daar blijft het bij. Nadat zo’n rollenpatroon ‘officieel’ bekend is gemaakt, kan en moet de rest van de groep het loslaten en erop vertrouwen dat het goed komt. Klaar.”

 

Valkuil 2 – Te spannende plannen smeden

Want

Als een paar erop staan om een Braziliaanse krottenwijk bezoeken, of om te hiken in een moeilijk begaanbaar berglandschap, zijn er altijd wel een paar die dat eigenlijk niet willen en/of durven. Zij zeggen niks omdat ze niet saai willen zijn of om andere redenen geen roet in het eten willen gooien. Dit verschijnsel staat ook wel bekend als group pressure.

Zo stap je eroverheen

Bolck: “Door het enthousiasme over de vakantie staat iedereen te juichen bij ideeën en het gevaar is dat de plannen steeds grootser worden. Creëer liever een klimaat waarin mensen niet te snel over hun grenzen hoeven gaan. Zie het leuk hebben als groep als een uitdaging op zich en houd het qua activiteiten liever simpel.”

 

Valkuil 3 – Onuitgesproken geld-ergernissen

Want

Irritaties over geld zijn er al snel. Je gaat als groep vaak samen uit eten. De een tikt heel wat glazen weg en neemt het duurste van de kaart, de ander drinkt nauwelijks en is tevreden met een salade. Onder degenen die niet flink los gaan, zijn altijd mensen die het velvelend vinden om te moeten betalen voor de Bourgondiër. Weer anderen vinden het op zich geen probleem, maar hebben het geld gewoon niet om dat te doen.

Zo stap je eroverheen

Bolck: “Bespreek van tevoren hoe jullie het met de rekeningen gaan doen. Want als je eenmaal met z’n allen aan tafel zit, zeg je al snel: ‘Ah joh, we splitten wel’. Voorafgaand aan de reis is iedereen nog het meest voor rede vatbaar.”

 

Valkuil 4 – Eigen irritaties bij de ander leggen

Want

Stel, één vriendin is echt een haantje-de-voorste. Altijd snel met organiseren, als eerste aan de ontbijttafel en de eerste die het initiatief neemt om op te ruimen. Haantje zegt niks, maar jij hoort het haar bij wijze van spreken alweer vragen: “Waar blijven jullie?” Of: “Waarom doen jullie niks?” Je ergert je behoorlijk.

Zo stap je eroverheen

Bolck: “Vraag je af: waarom raakt het mij dat zij ‘s ochtends zo actief en vrolijk is? Het antwoord zou kunnen zijn: ik heb een ochtendhumeur. Dan moet je uitzoeken of zij van jou wil dat je actiever wordt, of dat jij dat alleen maar denkt. Als je merkt dat iemand steken onder water geeft, check dan of die ander ook echt vindt dat je weinig doet, want misschien is dat helemaal niet zo. Wat je ook kunt doen, is het uitvergroten: ‘Als ik je zo zie, dan ben ik wel erg lui, hè? Ja ik weet het. .. Jij bent daar ook veel beter in!’ Zo kan de ander eigenlijk geen kritiek meer hebben.”

 

Valkuil 5 – In paniek raken als het misgaat

Want

Er komt vast wel een moment dat het je te veel wordt, of dat je even je eigen gang wilt gaan. Bijvoorbeeld als jullie geen leuk restaurant kunnen vinden en maar vruchteloos en hongerig blijven zoeken. Als je dan eindelijk iets vindt en je vriendin zegt: “Nee, deze verlichting is niet mooi,” zou je het liefst even lekker alleen eten.

Zo stap je eroverheen

Jeannette Bolck: ‘Je doet allemaal je best, maar iedereen heeft ook zijn egocentrische stukje. Af en toe willen we even doen wat we zelf willen. En het is doodvermoeiend om alsmaar je beste beentje voor te zetten. Soms is het goed om te zeggen: vanmiddag doen we even niks samen. Onderken het als je dingen lastig vindt en veroordeel jezelf en anderen er niet om.”

 

5 redenen om nog een een nachtje over een vakantie met vriendinnen te slapen

Je moet wel realistisch zijn. Begin er niet aan als:

  1. Je moeilijk de touwtjes uit handen kunt geven. Het gaat vast niet altijd op jouw manier. Je moet de boel soms los kunnen laten.
  2. Je een individualist bent. Samen dingen ondernemen is nou net het hele idee van de vriendinnenvakantie.
  3. Je allergisch bent voor planning. Met een groep moet van tevoren vaak meer worden vastgelegd.
  4. Je in Nederland als groep eigenlijk ook al niet (meer) botert. Als je samen verdwaalt in de jungle is de kans dat je elkaar gaat afbekken nog vele malen groter.
  5.  Je vriendinnen duidelijk in een andere levensfase zitten. Je voelt je heel eenzaam als jij uitgaan als gepasseerd station ziet, terwijl je single vriendinnen elke avond op de bar willen dansen.

 

Zo deed Tamara het

Het idee voor Tamara’s vakantie begon met het voorstel van vriendin E., drie jaar geleden. Zij pleitte voor een gezamenlijke spaarrekening voor een vriendinnenvakantie. Vanaf dat moment spaarden ze allemaal €20 per maand – een bedrag dat ze makkelijk konden missen. Tamara: “De gespaarde €900 bleek genoeg voor vliegtickets, een huurauto en de accommodatie. Als groep kun je je opeens een waanzinnige villa met zwembad veroorloven, zoals wij via www ibizadiferente.nl. We voelden ons de koning te rijk op de ligbedjes aan ons privézwembad. Elke kamer had een hemelbed en een eigen badkamer.”

 

5 redenen om morgen te vertrekken

Een groepsvakantie heeft veel voordelen, want:

  1. Je hebt zeeën van tijd voor vriendinnen.
  2. Je kunt je volledig overgeven aan je vrouwelijke behoeften en impulsen. Denk aan inhoudelijke gesprekken over spiraaltjes en hysterisch speedshoppen tijdens een overstap van 45 minuten.
  3. Je bent als groep een mobiel feest: die ene vriendin is goed in BBQ-marinades, die andere heeft geweldige muziek, enzovoort.
  4. Je vindt altijd wel iemand die net als jij bij het zwembad wil blijven hangen, of ook een woestijntocht per kameel wil maken.
  5. Je kunt groepskorting vragen! Denk aan acht keer een rondreis via het reisbureau voor een scherp budget, en afdingen als groep gaat ook een stuk makkelijker (zes armbanden voor de prijs van vier!).

 

Tekst: Tamara Klopper

 

Viva / The first time you are called “Madam” (for real)

This article describes the moment that young women come to realize they are being addressed more formally (with “u” in Dutch) and how it surprises them. 

As this article was published in a Dutch magazine, it is advised to use Google translate to be able and read it in your own (English) language. Also, these magazine articles quote me, Jeannette Bolck, for their stories. To get a better impression of my personal approach please visit the Cases page.

 

Shit, ik ben definitief een u

Vroeger kon je niet wachten om groot te zijn. Maar nu het zover is, schrik je je dood als je ineens wordt aangesproken met ‘u’ en ‘mevrouw’. ‘Ik ben zelfs een paar keer uit bed gestapt om mijn gezicht te checken op rimpels.’

Ik was zeventien toen ik het volgende gesprek tussen twee vriendinnen opving: “Drie jaar geleden, op mijn zevenentwintigste, begon het. Opeens sprak iedereen me aan met ‘mevrouw’. Te erg,” zei de een. “Dat had ik ook. Echt verschrikkelijk!” gilde de ander. Hysterisch vond ik ze. Waar maakten ze zich druk om? En bovendien: écht jong waren ze toch ook niet meer? Twee dertigers die probeerden hip te doen, come on!

Een decennium later was ik zelf aan de beurt. ‘Wilt u er een tasje bij, mevrouw?’ Verdwaasd keek ik om me heen: had de verkoopster het tegen mij? Lichtelijk geïrriteerd en langzaam, alsof ze tegen een bejaarde praatte, herhaalde ze de vraag: ‘Wilt-u-er-een-tasje-bij-mevrouw?’ Stotterend antwoordde ik ‘ja’ en struikelde de winkel uit. Helaas kon ik dit voorval niet afserveren als een slip of the tongue van een onwetende verkoopster. Want de een na de ander vond het sinds die eerste keer nodig om me met ‘u’ en ‘mevrouw’ aan te spreken. Er was geen ontkomen meer aan. Nu, vijf jaar later, durf ik officieel toe te geven: óók ik hippe dertiger ben toegetreden tot het ‘Rijk der Mevrouwen’.

En dat vind ik vooral ‘raar’, want ik voél me helemaal geen mevrouw. Een mevrouw is namelijk iemand die haar leven op orde heeft, getrouwd is en kinderen heeft. Iemand die volwassen is. Althans, dat is mijn beeld erbij. Als puber veroorzaakten fantasieën over huisje-boompje-beestje een soort kortsluiting in mijn hoofd. Ik kon me er echt niets bij voorstellen. Inmiddels ben ik de dertig gepasseerd, en ook al ben ik niet getrouwd en heb ik geen kinderen, toch moet ik bekennen dat ik zomaar – redelijk – volwassen ben geworden. Maar dat ‘mevrouw’, dat blijft een lastige.

Volgens psychologe Jeannette Bolck is de overgang van meisje naar mevrouw een identificatiemoment: “Je rol verandert meermalen in je leven, bijvoorbeeld als je trouwt of kinderen krijgt. Opeens hoor je bij een andere ‘groep’ en als je je niet kunt identificeren met het beeld dat je van die groep hebt, zul je dus een tijdje moeten wennen aan je nieuwe identiteit. Voor sommigen zal het moment dat ze worden aangesproken met ‘mevrouw’ komen als een compliment. Die halen er een bepaald zelfvertrouwen uit. Anderen zullen zich beledigd of oud voelen. Het is maar welk beeld je er zelf bij hebt.”

Anna (30) was op z’n zachtst gezegd niet zo blij met haar mevrouw-moment. “Ik weet het nog als de dag van gisteren. Drie jaar geleden lag ik heerlijk ontspannen bij de schoonheidspecialiste voor een welverdiende gezichtsbehandeling. Ik vroeg haar advies over een goede dagcrème. Het feit dat ze me constant met ‘u’ en ‘mevrouw’ aansprak, zag ik door de vingers als een beleefdheidsvorm. Maar toen ze me de dagcrème voor de rijpere huid ‘nee, niet die voor hier en daar een rimpeltje’ aanraadde, stuiterde ik zowat van de stoel af. Ik wilde me niet laten kennen en probeerde subtiel te achterhalen hoe oud ze dacht dat ik was. Maar dat kreeg ik niet uit haar.” Die nacht sliep Anna minder lekker dan normaal. “Haar woorden ‘nee, niet die voor hier en daar een rimpeltje’ spookten door mijn hoofd. Ik ben zelfs een paar keer uit bed gestapt om mijn gezicht te checken in de badkamerspiegel. Rimpels had ik niet. Of zag ik ze niet? En die wallen, waren die echt zo erg?” Waar ze de meeste moeite mee heeft? “Ik heb het gevoel dat ik nu volwassen moet zijn. Vroeger hoorde ik vaak dat ik heel wijs was voor mijn leeftijd, nu wordt wijs zijn van me verwacht. Want mevrouwen zijn mensen die alles weten, die helemaal compleet zijn en alles op orde hebben. Écht volwassen zijn. Ik voel een soort druk: ik mag nu geen fouten meer maken. En de angst voor vergankelijkheid speelt ook een rol. Ineens besef ik dat ik ouder word en niet meer tot de jeugd behoor. Jeugd associeer ik met vrijheid, gekke dingen doen en reizen maken. Maar ik ben geen meisje meer en dat steekt. En mevrouw zijn, dat schept verwachtingen.”

Al die verwachtingen zijn volgens psychologe Jeannette Bolck vooral iets wat we onszelf aanpraten: “Zodra we in een nieuwe levensfase komen, hebben we het idee dat we afscheid moeten nemen van de andere fase. Vragen als: ‘kan ik nog wel uitgaan?’ en ‘kan die korte rok nog, of ben ik daar nu te oud voor?’ spoken door ons hoofd. Ook dachten we altijd dat je alles weet en op orde hebt als je volwassen bent Maar dan bén je die mevrouw en dan is het nog net zo verwarrend als daarvoor.”

Kan het mevrouw-moment voor iemand die huisje-boompje-beestje-plaatje compleet heeft minder confronterend zijn? Roeselien (32), moeder van Stan (5), Thies (3) en Annick (1): “Mijn man, Matthieu, coacht in vrije tijd een roeiploeg van de studentenvereniging waar wij elkaar hebben leren kennen. Twee jaar geleden hadden we alle roeiers uitgenodigd voor een lunch bij ons in de tuin. Het was mooi weer, heel gezellig en ik voelde me one of the guys. Totdat een van die jongens me aansprak met ‘mevrouw’. Ik weet no dat ik knipperde met mijn ogen, slikte en gelijk dacht: wat zeg je nou? Het kwartje begon langzaam te vallen en opeens zag ik mezelf door de ogen van al die jongens: vrouw, getrouwd, plus koophuis, plus twee kinderen, is dus mevrouw. Ik kon er niet omheen, ik was niet langer een van hen. Pas nadat ik met mezelf geconfronteerd werd, realiseerde ik dat ik alweer een levensfase verder was. Voordat ik het doorhad, was ik volwassen geworden.” Dat ze haar met u of mevrouw aanspreken went nog steeds niet, maar Roeselien heeft er wel vrede mee: “Ik moest veel meer wennen aan het feit dat ik ‘moeder’ was. Want dat klinkt wel heel volwassen. Ik voel me niet jonger dan 32, maar ik zou voor een dag best terug willen naar die onbekommerde ‘twenties’, die meisjestijd.”

Roeselien heeft het verder dus wel geaccepteerd, maar wat als je er echt moeite mee blijft houden? Bolck: “Ga bij jezelf te rade waarom je het zo erg vindt en probeer het positieve van het ‘mevrouw’-label in te zien. Praat met iemand die het wel leuk vindt. Uiteindelijk zit er niets anders op dan het accepteren.” Iemand die er duidelijk geen moeite mee heeft, is Lisa (30). Net voor haar dertigste verjaardag werd ze in kledingwinkels opeens aangesproken met ‘u’. En daar was ze blij mee: “Mijn hele leven al word ik minimaal vijf jaar jonger geschat. Ik ben klein, expressief en moest standaard bij het uitgaan mijn legitimatie laten zien. Heel irritant. Dat ik nu volwassener word geschat, vind ik wel prettig. Ik ben meisje-af en heb het gevoel dat mensen me nu serieuzer nemen. Het is een mooie fase: ik ben ervaringen rijker en word steeds meer mezelf. Ik voel me er eigenlijk wel ‘zen’ bij.” Zen kan ik deze fase (nog) niet noemen, maar over het algemeen kan ik best leven meteen mevrouw-momentje hier en een u-opmerkinkje daar. Maar de ene keer heb ik er wat meer moeite mee dan de andere. Zit ik niet lekker in mijn vel, dan komt zo’n opmerking zwaar ongelegen. Dan overweeg ik mijn garderobe aan te passen naar hip,jong en wild, want misschien dat mijn favoriete trenchcoat – dé ultieme Hollandse-heupen wegmoffelaar – toch iets te ouwelijk staat. Op andere dagen ben ik blij dat ik de fase van het ‘bloemrijke’: ‘Hé lekker wijf, neukûh?’ voorbij ben en het moet doen met: ‘Zo,jij bent een mooie dame’. Dat klinkt toch net iets, eh, volwassener.

 

Viva-Pg38-39

 

En ineens mag het weer volgens sociologe Iteke Weeda waren de jaren zestig het moment waarop kinderen hun ouders met je gingen aanspreken, in plaats van ‘u’: “Alle taboes werden in die periode doorbroken, ook deze. Ik weet nog dat in de jaren zeventig bij ouders de vraag speelde: ‘Hoe leert mijn kind tegen wie ze ‘u’ moeten eggen?’ Een hele tijd was ‘u’ zeggen not done en ouderwets, maar ik heb het gevoel dat we nu weer naar en tijd gaan waarin ‘u’ en ‘mevrouw’ zeggen weer mag. Net zoals wachten met sex voor het huwelijk bijvoorbeeld.”

 

Jouw u-moment

Wat was het moment dat jij je volwassen voelde,vroegen we op viva.nl.

Cindy (33): “Mijn hele leven al heb ik lang haar tot aan mijn middel. Heel mooi. maar voor mijn gevoel iets te meisjesachtig. Een half jaar geleden heb ik het dan ook tot mijn schouders laten knippen. En het is maar haar maar ik heb echt het gevoel dat ik nu als een volwassene word behandeld.”

Jill (28): “Toen ik op mijn veertiende begon met roken. vond ik mezelf stoer en héél volwassen. Dat was natuurlijk absoluut niet zo. Later dacht ik volwassen te worden als ik mijn studie zou afronden of als ik ging trouwen. Maar telkens als ik in die fase kom. dan verandert er voor mijn gevoel niets. Volgens mij heb ik het van mijn 82-jarige oma. Die zegt altijd: ·Meisje, je bent zo oud als je je voelt en ik voel me nog altijd 16.’ Geweldig toch, zij is mijn voorbeeld.”

Linda (31): “Drie maanden geleden heb ik in mijn eentje een huis gekocht. Die grote verantwoordelijkheid maakt dat ik me nu wel heel volwassen voel.”

Anne (24): “Nadat ik mijn rijbewijs had gehaald. kocht ik direct een tweedehands autootje. Trots dat ik me voelde én heel volwassen. Mijn eerste ritje alleen zat ik dan ook glunderend achter het stuur. Totdat ik de weg kwijtraakte en in paniek huilend mijn vader moest bellen. Toen voelde ik me weer het kleine meisje.”

Kirsten (29): “De eerste keer dat ik me vrouw voelde. was toen ik elf was en voor het eerst menstrueerde. In mijn familie is het de gewoonte om dan met de vrouwen een heel groot feest te geven. Want: je bent geen meisje meer maar een echte vrouw. Omdat ik als puber behoorlijke last had van menstruatiepijn. vond ik dat vrouw-zijn maar niets.”
Esther (33): “Het is vrij cliché, maar toen ik vorig jaar moeder werd van mijn dochter Sanne voelde ik me direct volwassen. Je leeft er niet meer op los als je de verantwoordelijkheid hebt voor zo’n teer poppetje.”

 

30 = ideaal

Uit onderzoek van vrouwonline.nl en menshealth.nl (uit juni 2009) naar de ideale leeftijd, komt naar voren dat 57% van de vrouwen het liefst dertig jaar en ouder is. Dit tegenover slechts 20% van de mannen. Slechts 5% van de vrouwen zou hun tienerjaren over willen doen. Van de mannen is dit 11%.

 

Tekst: Jessica Van Zanten

Foto’s: Getty Images

 

Flair / YOU do it!

This article describes how to fix up your house or do chores together with your spouse/partner, without getting into a fight. …

Margriet / The shapeable man

This article describes how women have the tendency of wanting to change their man (after the first love buzz has died). As …

Ook / Being a grandmother: does it change your life forever? Yes/No

This article describes different reactions of grandmothers on the question whether having grandchildren has changed their …